Zoek in de site...

‘Franciscaans met de schepping omgaan blijft betekenis houden’

Door Pauline van Kempen - Katholiek Nieuwsblad

Hun verre voorgangers trokken naar Huijbergen om de woeste gronden bewoonbaar te maken en de eerste Broeders van Huijbergen brachten er onderwijs. Ook nu nog willen de inmiddels vergrijsde broeders zich, in de geest van Franciscus van Assisi, inzetten voor een leefbare aarde.

Een klein stukje van het weelderige bos achter het Broederhuis Sint Marie is een tiny forest geworden voor de kinderen van de naastgelegen basisschool. Tussen de volwassen beuken, eiken en rhododendrons zijn jonge boompjes aangeplant, zodat de leerlingen die kunnen zien groeien. “Het tau-bosje noemen we het, omdat het de vorm heeft van een tau-kruis”, vertelt broeder Bram Hommel, bestuurslid van de Broeders van Huijbergen.

Een veel groter stuk is in bruikleen gegeven aan de bewoners van leefgemeenschap De Huijberg, die er samen met Wageningse studenten een permacultuurtuin van hebben gemaakt (een tuin die ontworpen is op een manier die ecologisch duurzaam is, red.). Broeder Bram wijst op de kruidentuin in de vorm van een spiraal, de moestuin en het labyrinth.

De broeders werken sinds twee jaar samen met De Huijberg, de voortzetting van het Franciscaans Milieuproject op landgoed Stoutenburg bij Amersfoort. Drie bewoners van dit ‘milieuklooster’ zochten een ander onderkomen nadat de nieuwe eigenaar de huur verdubbelde. Dat werd uiteindelijk het aan de Belgische grens gelegen Huijbergen.

“Soms is iets minder een kwestie van plannen dan van op het juiste moment ja zeggen”, zegt broeder Bram. “Ik hoorde dat zij iets anders zochten en heb contact opgenomen.”

Zijn congregatie - voluit de Congregatie der Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis der Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria – bevindt zich in een overgangsfase. “Wat gaan we met onze gebouwen doen? Willen we ontzorgen, de zaak verkopen en zorg inkopen, of willen we van erfgenaam erflater worden? En wat is dan onze erfenis?”

De geschiedenis in Huijbergen begon in 1278, toen de wilhelmieten er neerstreken om het land te ontginnen. Nadat de laatste wilhelmiet vertrokken was, betrokken de eerste Broeders van Huijbergen in 1854 het imposante klooster, waar zij een weeshuis en een internaat vestigden. Later trokken zij ook naar andere plaatsen in Nederland, Brazilië en Indonesië om onderwijs te geven en voor wezen te zorgen.

Alleen in Indonesië is nu nog een vitale gemeenschap, zegt broeder Bram, die zelf dertig jaar op Java werkte. Het pensionaat in Huijbergen is verkocht en omgebouwd tot appartementencomplex, de broeders verhuisden in 1991 naar het broederhuis aan de Boomstraat, schuin tegenover het bestuurshuis van de congregatie. Dat kwam leeg te staan toen het bestuur een paar jaar geleden naar Indonesië verhuisde en biedt nu onderdak aan De Huijberg.

Het antwoord op de vraag die de broeders bezighield, was namelijk nee: ze wilden niet verkopen. “Huijbergen kent een rijke religieuze geschiedenis”, aldus   broeder Bram. “En wij geloven dat de franciscaanse spiritualiteit voor de toekomst betekenis blijft houden.”

De betekenis zit voor hem vooral in het Zonnelied, waarin Franciscus van Assisi de verwantschap van alles wat leeft bezingt, en in diens bekeringsproces. “Als jongeman gaat Franciscus zijn ambitie achterna: hij wil een oorlogsheld worden. Eigenlijk past dat niet bij hem, maar het was een manier om in de adel opgenomen te worden. Tot hij een stem hoort: Franciscus, waar ben je mee bezig? Wie wil je het liefste dienen, een knecht of de Allerhoogste?”

“Hij belandt in een crisis, maar door zijn ambitie los te laten komt hij dichter bij zichzelf. Het besef van de liefde van Christus, die in een stal geboren werd, komt heel diep binnen, en daar laat hij zich door vormen. Hij maakt kennis met een God die dient. Die oriëntatie omlaag, waardoor je dichter bij jezelf en de ander komt, dichter bij wat wezenlijk God is, dat is voor mij wel de kern van de zaak.”

In de samenwerking met De Huijberg zien de broeders een kans om deze spirituele traditie – mens en natuur tot hun recht te laten komen – voort te zetten. Dat brengt ook nieuwe activiteiten met zich mee, zoals een midzomernachtfeest, thematische vesperdiensten en een wereldmaaltijd. In een vleugel van het broederhuis komen ateliers, een meditatieruimte en een kloosterwinkel.

Natuurlijk is het soms wennen voor de broeders, erkent broeder Bram. “Het is een proces, met een regenboog aan motiveringen. Zelf heb ik daar ook wel in moeten groeien. Maar juist in onze onderwijstraditie is de toekomst van anderen belangrijk. En zoals een van onze oudste broeders het tijdens de evaluatie zei: ‘Ik hoor ze spreken over geloof, hoop en liefde, dus laten we doorgaan.’”

Groene kloosters project

Voor veel kloostergemeenschappen is een zorgvuldige omgang met de schepping al eeuwenlang een belangrijke waarde. Als vervolg op het project ‘Groene parochies in Nederland’ onderzoekt theoloog Elisabeth Hense van de Radboud Universiteit Nijmegen dit jaar wat gemeenschappen van religieuzen, zoals kloosters, op het gebied van groen en duurzaamheid doen. In samenwerking met de Radboud Universiteit Nijmegen en de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR) publiceert Katholiek Nieuwsblad hierover een reeks verhalen, die te lezen zijn op ru.nl/groeneparochies.