Zoek in de site...

‘Proeven, danken, delen’ - Benedictijns omgaan met de schepping

Door Pauline van Kempen - Katholiek Nieuwsblad

Achter de duinen van Egmond werken de monniken van de Sint-Adelbertabdij gestaag aan een gezonde tuin waarin soorten gedijen en de natuur een kringloop vormt. Plagen bestrijden ze niet met gif, maar met zelfgemaakte brandnetelthee. “De schepping is een geschenk van God.”

In lange rijen staan de fruitbomen opgesteld achter de kaarsenmakerij van de abdij in Egmond-Binnen. Appels, peren, pruimen, kersen en bessen in meer dan driehonderd verschillende soorten, van elke soort één: de Benedictus, Bloemeezoet en Brabantse Bellefleur, de Jeanne d’Arc, Jodenpeer en Josephine de Malines.

De boomgaard wordt sinds eind vorige eeuw beheerd door de Pomologische Vereniging Noord-Holland. Het doel is niet zoveel mogelijk appels en peren produceren, vertelt abt Thijs Ketelaars. Het gaat erom de rijkdom aan soorten, die door de macht van de grootgrutters verloren dreigt te gaan, te bewaren. “Eigenlijk is het een bibliotheek van bijzondere fruitrassen.”

Dat past bij de missie van de twaalf benedictijnen die de abdij bewonen. De zorg voor de aarde en het respect voor alles wat leeft, hebben een voorname plek. “De schepping is een geschenk van God en daar mogen we van genieten”, zegt broeder Thijs. “In onze christelijke traditie is spiritualiteit toch wat vernauwd tot het zieltje. Maar dat kan niets als er geen lichaam is.”

Behalve de boomgaard omvat het domein van de abdij ook een kruidentuin, een vlindertuin, een moestuin, een voedselbos en een royale kas. Vrijwilligers helpen de broeders maandelijks met het onderhoud; een Syrische vluchteling uit het dorp werkt dagelijks in de kas en voorziet de gemeenschap van verse doperwten, asperges en aardbeien; de rondscharrelende kippen zorgen voor eieren en mest.

Met de tuinploeg ontwikkelde broeder Thijs een plan voor de tuin waarin biodiversiteit en de natuurlijke kringloop voorop staan: Levende aarde – Terrae Vivae. Zoals de monniken in vroeger eeuwen meewerkten aan het cultiveren van het land, zo willen de benedictijnen nu ook bijdragen aan een verantwoorde omgang met de aarde. Op hun eigen stukje grond laten ze zien hoe dat volgens de principes van de permacultuur kan. Bezoekers mogen er ronddwalen, gasten werken mee in de tuin en schoolkinderen komen op excursie in de kas. In de toekomst wil de abdij ook als platform dienen voor het gesprek met bijvoorbeeld bollentelers in de streek.

“We willen mensen ervan bewust maken dat de gezondheid van de aarde bepalend is voor onze gezondheid”, verklaart broeder Thijs. “De natuur is geen dood gegeven. Ga maar eens kijken waar al die beestjes goed voor zijn. De schepping is een holistisch systeem, waarin alles met alles samenleeft.”

Daar weten we nog maar heel weinig van, benadrukt hij. Maar vast staat voor hem wel dat kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen de wereld niet gaan redden. “Dat zijn middelen die op het eerste gezicht lijken te helpen, maar op de lange termijn het bodemleven verstoren en uiteindelijk vernietigen.”

Het was de vorig jaar overleden broeder Frans, tuinman met hart en ziel, die ervoor ijverde de gifspuit van het abdijterrein te verbannen. De monniken gebruiken nu een zelfgemaakte thee van brandnetels en andere kruiden om plagen tegen te gaan en de planten kracht geven.

Dat leverde wel de nodige discussie op met de Pomologische Vereniging. “Dat zijn allemaal oud-fruittelers, die gewend zijn om te spuiten. Maar een jaar of tien geleden wilden wij echt vergroenen, dus toen hebben we gezegd: als jullie willen blijven, is dat de consequentie.”

De vereniging ging overstag, maar dat geldt niet voor de coöperatie die de melk afneemt van de pachtboerderij. En zonder die medewerking lukt het volgens de abt niet om daar een biologisch bedrijf van te maken. “Het tragische van onze samenleving is dat het altijd over geld gaat en niet primair over de kwaliteit van leven”, verzucht hij. “En dat alles per definitie snel moet. Maar leven is groei en dat betekent geduld. Als er geen geduld is, kan er niets meer groeien.”

Dat spanningsveld gaat aan de abdijbewoners niet voorbij. Duurzaamheid zal niet beklijven als ze niet echt wortel schiet en dat vraagt om een innerlijke bekering, gelooft broeder Thijs. “Daar is oefening voor nodig: ik moet me ook laten corrigeren. Onze oude woestijnvaders spreken over demonen die ons op verkeerde paden brengen. Abba Arsenius proefde ten tijde van de oogst van alle vruchten één exemplaar, om de Schepper te eren. Een andere spreuk verhaalt van een broeder die de moestuin wilde vergroten. Maar de abba vond dat niet nodig. ‘Genoeg is genoeg’, zei hij. Zouden wij zo ook met de aarde kunnen omgaan? Proeven, danken en delen.”

Groene kloosters

Voor veel kloostergemeenschappen is een zorgvuldige omgang met de schepping al eeuwenlang een belangrijke waarde. Als vervolg op het project ‘Groene parochies in Nederland’ onderzoekt theoloog Elisabeth Hense van de Radboud Universiteit Nijmegen dit jaar wat gemeenschappen van religieuzen, zoals kloosters, op het gebied van groen en duurzaamheid doen. In samenwerking met de Radboud Universiteit en de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR) publiceert KN hierover een reeks verhalen, die ook hier te lezen zijn op ru.nl/groeneparochies.