Zoek in de site...

Wonen voor de eeuwigheid op het Glorieuxpark

Door Pauline van Kempen - Katholiek Nieuwsblad

Op landgoed Glorieuxpark aan de rand van Eindhoven kunnen religieuzen en niet-religieuzen wonen, recreëren en zorg ontvangen tot het einde van hun aardse bestaan. Ook dat is duurzaamheid, meent directeur-bestuurder Ed Smolders.

Trots wijst Ed Smolders op de dikke muren van het woongebouw Vincentius waarin de ramen diep verborgen zitten. Over de nieuwbouw op het Glorieuxpark is goed nagedacht. “We gebruiken nergens gas. De warmte komt hier van de bewoners. Als iemand doucht of een ei bakt, is het al genoeg.”

Dat kan, zo legt de directeur-bestuurder uit, omdat het gebouw volgens de normen van het zogenaamde passiefhuis perfect geïsoleerd is, kierdicht en ideaal geplaatst op de zon, met weinig ramen op het noorden. Wel is er lagetemperatuur-vloerverwarming en zijn er voor de koude maanden elektrische naverwarmers, maar de energie hiervoor komt dan weer van de zonnepanelen op het dak.

Heel anders is de situatie in De Burgh, het ruim honderd jaar oude pronkjuweel van het park, waar Smolders kantoor houdt in de deftige Herenkamer. Het door architect Jos Cuypers ontworpen landhuis wordt door twee grote gasketels verwarmd en tochtte tot voor kort aan alle kanten.

Dat laatste is sinds de grootscheepse renovatie van de afgelopen jaren verleden tijd, zegt Smolders. Samen met het naastgelegen conferentiecentrum wordt hier nu jaarlijks bijna 20.000 kuub gas bespaard, dankzij dichtgemaakte kieren en monumentenglas, maar ook door – hoe simpel kan het zijn – de kachel alleen tijdens kantooruren te laten branden.

Huize De Burgh is waar het begon. In 1936 kochten de Belgische Zusters van Barmhartigheid van Ronse het landhuis van de familie Smits van Oyen, om er een nazorgverblijf voor psychiatrische patiënten te vestigen. Ze bouwden er een klooster, kapel en keuken bij, tot ze in 1982 zelf zorgbehoeftig waren en het eerste kloosterverzorgingshuis van Nederland hier zijn deuren opende.

Het kreeg de naam Glorieux, naar de stichter van de congregatie Stefaan Modest Glorieux (1802-1872). Ook nu nog vormen zijn spiritualiteit en de leefregels van de zusters belangrijke inspiratiebronnen voor de Kerkelijke Instelling Erfgoed Glorieux, die de nalatenschap van de zusters behartigt.

“De meeste congregaties en ordes zitten in een systeem van voltooiing”, stelt directeur Smolders. “Ze zeggen: we hebben ons best gedaan, maar nu houdt het op. Deze zusters komen uit de maatschappij en willen dat hun werk doorgaat, liefst tot in de eeuwigheid.”

Het afgelopen decennium is gewerkt aan een constructie die dat volgens Smolders in elk geval voor zeer lange tijd mogelijk maakt. Naast religieuzen zijn ook niet-religieuzen, en niet-katholieken, welkom op het Glorieuxpark.

Ook buiten Eindhoven bouwt de instelling tiny houses en nul-op-de-meter-woningen. De verhuur hiervan zorgt voor een constante stroom aan inkomsten, die samen met de WLZ-bijdragen van de bewoners de continuïteit garanderen, meent Smolders. “Wij bieden een compleet pakket ouderenzorg. Als iemand hier komt wonen, hoeft hij in principe niet meer te verhuizen.”

Voor de directeur is dat eveneens duurzaamheid, evenals het “heel goed zorgen voor wat je is toevertrouwd”. Daarom heeft Smolders in de grondige renovatie van de gebouwen zijn ziel en zaligheid gelegd. “Dat is mijn hobby”, zegt hij. “Ik ben mijn hele leven al een gebouwenmanneke. Maar uiteindelijk is een gebouw een ding wat je nodig hebt om te doen wat je belangrijk vindt.”

En dat is allereerst een lang, gelukkig en zo gezond mogelijk leven voor de 140 bewoners. Op het Glorieuxpark worden om die reden geen woningen meer bijgebouwd, belooft Smolders. “Elke bewoner heeft hier 800 vierkante meter grond en dat wil ik graag zo houden.”

Veel groen, weinig stress, voldoende beweging, bidden en mediteren, met mate en liefst vegetarisch eten, een glas wijn op zijn tijd, gezelschap van anderen en zinvolle bezigheden - het zijn deze uitgangspunten die bijdragen aan een ‘glorieus’ leven voor de bewoners, gelooft de directeur.

Maar zijn ambities reiken verder: ze betreffen de gehele schepping. “Ik denk dat we nog net de kans hebben om Moedertje Aarde te redden en daar wil ik me voor inzetten”, verklaart hij. “Voor de religieuzen hier is de druk eraf, ze hoeven het zelf niet meer te doen. Ik zou het mijn moeder ook niet vragen.”

Wel gaat hij graag het gesprek aan met de bewoners, bijvoorbeeld over het eten. “We proberen iedereen een beetje van het vlees af te krijgen. De meesten eten dat wel, maar altijd van een dier dat zo netjes mogelijk heeft geleefd. Geen kalfsvlees, geen paling, geen dierenbaby’s. En nooit op Werelddierendag.”

Groene kloosters

Voor veel kloostergemeenschappen is een zorgvuldige omgang met de schepping al eeuwenlang een belangrijke waarde. Als vervolg op het project ‘Groene parochies in Nederland’ onderzoekt theoloog Elisabeth Hense van de Radboud Universiteit Nijmegen dit jaar wat gemeenschappen van religieuzen, zoals kloosters, op het gebied van groen en duurzaamheid doen. In samenwerking met de Radboud Universiteit Nijmegen en de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR) publiceert KN hierover een reeks verhalen, waarvan dit het slotdeel is. De gehele serie is terug te lezen op ru.nl/groeneparochies.