Zoek in de site...

Geschiedenis van de filosofie

In geen andere academische discipline is het verleden zo belangrijk als in de filosofie: hedendaagse filosofen zijn nog steeds in gesprek met filosofen als Plato, Aristoteles, Descartes, Hegel, Nietzsche of Heidegger. Het Nijmeegse onderwijs bevat dan ook veel historische onderdelen.

De afdeling Geschiedenis van de filosofie behandelt de geschiedenis van de filosofie van de Presocraten tot het heden, verdeeld over de vier periodes antieke, middeleeuwse, moderne en hedendaagse filosofie

Het onderzoek van de leerstoel geschiedenis van de filosofie is ondergebracht in het Center for the History of Philosophy and Science. Dit internationaal gerenommeerde Center bestudeert de filosofie in haar historische relatie met de geschiedenis van de wetenschap.
De onderzoekers van het Center houden zich met name bezig met de ontwikkeling van de natuurfilosofie sinds Aristoteles en met het ontstaan van de verschillende vakwetenschappen (zoals fysica, chemie, psychologie) sinds de zeventiende eeuw. Het thema ‘natuurfilosofie' ligt voor de hand: tijd, ruimte, causaliteit, maar ook de beweging van sterren, de structuur van stenen, de groei van planten, de beweging van dieren of de ziel van de mens waren tot de achttiende eeuw vanzelfsprekend onderdelen van de (natuur)filosofie. Newtons meesterwerk droeg dan ook nog steeds de titel "Wiskundige beginselen van de natuurfilosofie" (1687). Tot ongeveer 1800 was de filosofie dus de studie van bijna alles. Het versplinteren van deze eenheid in de vakdisciplines is historisch en filosofisch van groot belang voor het begrijpen van de moderne samenleving. Het Nijmeegse Center for the History of Philosophy and Science is wereldwijd het enige studiecentrum dat aan deze vraag is toegewijd.

Ieder jaar organiseert de afdeling Geschiedenis van de filosofie een lezingencyclus. Studenten en andere geïnteresseerden zijn van harte welkom. Informatie over het onderzoek van het Center for the History of Philosophy and Science, en de door het Center georganiseerde lezingen, colloquia en symposia, vindt u op de website.

_MG_1948-gecropt prof. dr. Carla Rita Palmerino
Afdelingsvoorzitter


Leeropdrachten

Onder de afdeling Geschiedenis van de Filosofie vallen de volgende leeropdrachten:

Hoogleraar Leeropdracht

prof. dr. Paul Bakker

Filosofie van de middeleeuwen en de renaissance

prof. dr. Christoph Lüthy Geschiedenis van filosofie en wetenschap

prof. dr. Carla Rita Palmerino Geschiedenis van de moderne filosofie

prof. dr. Hans Thijssen

Geschiedenis van de filosofie

Medewerkers

dr.ir. Frederik Bakker (Geschiedenis van de antieke filosofie en wetenschap).

prof. dr. Paul Bakker bestudeert de ontwikkeling van de cognitiefilosofie in de Middeleeuwen en de Renaissance. Hij houdt zich bezig met opvattingen over de verhouding tussen ziel, intellect en lichaam, en met theorieën over kennis en waarneming, redelijkheid en vrijheid.

dr. Davide Cellamare brengt aan de hand van de manuscripten van aantekeningen van studenten in kaart hoe de cartesiaanse filosofie werd onderwezen in Nederland tussen 1650 en 1750.

dr. Antonio Cimino (Geschiedenis van de hedendaagse filosofie)

dr. Alfred van der Helm

dr. Cees Leijenhorst (Geschiedenis van de moderne en hedendaagse filosofie)

prof. dr. Christoph Lüthy bestudeert de historische wisselwerking tussen de filosofie en de natuurwetenschappen van 1600 tot heden. Hij werkt vooral op de thema's materietheorieën (atomisme), evolutietheorieën, en verbeelding van het weten.

prof. dr. Carla Rita Palmerino onderzoekt de natuurfilosofie, fysica en wiskunde in de vroegmoderne periode, met als specialisatie Galileo Galilei en de mechanistische filosofie. Ze is tevens hoogleraar filosofie aan de Open Universiteit.

prof. dr. Hans Thijssen onderzoekt het natuurfilosofisch denken in West-Europa vanaf de oudheid tot 1700. Zijn bijzondere deskundigheden zijn: conceptuele ontwikkelingen in filosofie en wetenschap, de geschiedenis van universiteiten, m.n. Parijs, en ketterij en academische vrijheid in de voormoderne tijd.

drs. Lyke de Vries bereidt een proefschrift voor over Paracelsus en het Paracelsisme in de vroegmoderne periode, en richt zich specifiek op de religieuze aspecten van deze stroming.