Kerkmusici van de PKN

Achtergrond en vraagstelling
Binnen de Protestantse Kerk in Nederland zijn er zorgen over het teruglopen van het aantal beschikbare organisten en dirigenten, zowel binnen het be­roeps- als het amateurka­der. Behalve directe gevolgen voor het aantal beschikbare kerkmusici heeft dit ook gevolgen voor de opleiding van het amateurkader én de kwaliteit van de kerkmuzikale praktijken.

Voor ISOK (Interkerkelijke Stichting Opleiding Kerkmuziek), Bureau Kerkmuziek van de PKN en UNISONO is deze trend het sein om het KASKI een onderzoek uit te laten voeren. Het onderzoek geeft aan actueel beeld van de omvang en samenstelling van de PKN-kerkmusici en de omstandigheden waaronder zij werken. Met de resultaten van het onderzoek zal worden geprobeerdhet welzijn, het werkkli­maat en de onder­steuning van de kerkmusici te verbeteren.

Onderzoeksmethode
Om de samenstelling van de kerkmusici en de omstandigheden waaronder zij werken in kaart te brengen, wordt aan alle PKN-gemeenten in Nederland gevraagd hoeveel kerkmusici er in welke vorm voor hun gemeente werkzaam zijn. Daarnaast worden de gemeenten verzocht hun kerkmusici te benaderen en ze te verzoeken een vragenlijst op internet in te vullen. Deze vragenlijst gaat over de uitvoering van het werk van de kerkmusicus en de manier waarop dit wordt beleefd.

Looptijd
jan t/m oktober 2007

Projectleider
drs. Joris Kregting

rapport
Onderzoek onder kerkmusici en kerkmuzikale praktijken in de Protestantse Kerk in Nederland (rap.nr. 564)
door drs. J. Kregting, oktober 2007  pdf (pdf, 173 kB)