Exodus

Exodus Nederland biedt jaarlijks circa 400 (ex-)gedetineerden een kans om de criminaliteit de rug toe te keren en op een succesvolle manier terug te keren in de samenleving. Daartoe kunnen zij verblijven in één van de elf Exodus-huizen.

Exodus Nederland onderscheidt zich van andere organisaties in het veld door de expliciete aandacht voor geloof en zingeving. Daarom wil de organisatie nader onderzoek laten uitvoeren, door het Kaski in samenwerking met het Centrum voor Justitiepastoraat, naar het effect dat de op geloof en zingeving gerichte begeleidingsprogramma's in de diverse huizen hebben op de vermindering van recidive. Met de uitkomsten van het onderzoek kan Exodus de geloofs- en zingevingsprogramma's verbeteren en aldus op onderscheidende wijze verder werken aan het terugdringen van de recidive van haar ex-bewoners.

De eerste onderzoeksvraag betreft de respons van de bewoners op de geagendeerde  religieuze en levensbeschouwelijke zingeving. De bewoners krijgen een vragenlijst waarin wordt gevraagd naar hun verwachting, waardering en respons op de begeleidingsprogramma's. Op deze manier wordt inzicht verkregen of en hoe deze programma's bijdragen aan een relevante zingeving, en welke verbeteringen er wenselijk zijn.

De tweede onderzoeksvraag gaat over in hoeverre deze zingeving leidt tot een lagere recidive. Deze vraag wordt beantwoord door een contrastgroep-analyse. Er worden twee groepen oud-bewoners onderscheiden, namelijk tien recidivisten en twintig niet-recidivisten. Bij hen worden individuele interviews afgenomen. Daarin worden deels dezelfde vragen als bij de bewoners opgenomen over relevante zingeving en de waardering van de begeleidingsprogramma's. Tevens wordt met hen gesproken over de relatie tussen religieuze en levensbeschouwelijke zingeving en al dan niet recidiveren.

Het onderzoek is uitgevoerd door Ton Bernts en Sylvia Grevel.

Rapport
De invloed van de sleutel zingeving in Exodushuizen (rapport nr. 629)
door dr. Ton Bernts, drs. Sylvia Grevel en drs. Joris Kregting, februari 2013.
Het rapport is niet openbaar