Stuyt, J.

Archiefnummer: 1148 
Archiefnaam: STUY 
Sector: Cultuur en recreatie
Soort archief: Verzameling persoon 
Datering: 1868-1934

Het archief bevat:
Onder andere schetsboekjes en ontwerptekeningen van zijn hand

Lotgevallen van de archiefcollectie
Het archief van architect Jan Stuyt (1868-1934) en zijn zoon Giacomo (1909-1955), die het architectenkantoor van zijn vader enige jaren heeft voortgezet, bevond zich in het huis van de familie Stuyt in het Bezuidenhout in Den Haag. Toen die wijk in maart 1945 gebombardeerd werd, is het archief uit het getroffen pand gehaald. Vermoedelijk is een deel van het archief toen verloren gegaan. Giacomo Stuyt schonk het archief en de uitgebreide bibliotheek van Stuyt aan de Mgr. van Heukelumstichting in Den Bosch. Dit was een organisatie van Bossche architecten, die zich na de oorlog bezighielden met een cursus kerkelijke bouwkunst met het oog op de herbouw van de in de oorlog verwoeste katholieke kerken. In de jaren zeventig trof architectuurhistorica Pauline Houwink, die onderzoek deed naar de kerken van Jan Stuyt, het tekeningenarchief van Stuyt aan in de crypte van de Sint Lucaskerk te Den Bosch. Dat materiaal is toen in bruikleen gegeven aan het Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst, waar Houwink het heeft geordend en geïnventariseerd. Tegenwoordig bevindt het zich in het Nederlands Architectuurinstituut NAi in Rotterdam.

Het materiaal dat zich in het KDC bevindt, is in de jaren zeventig aangetroffen in het Kruithuis in Den Bosch, kennelijk als restant van de cursus kerkelijke architectuur die daar na de oorlog gegeven was. Paul Kooijman, architect te Den Bosch, heeft het voor de vuilnisbak behoed. Toen in 2011 onder auspiciën van de afdeling kunstgeschiedenis van de Radboud Universiteit een boek over Jan Stuyt verscheen, heeft hij contact gezocht met de auteurs van dat boek en hen het materiaal geschonken. Zij op hun beurt hebben het overgedragen aan het KDC, opdat het in de openbaar raadpleegbare collectie kon worden opgenomen.

Plaatsingslijst met links naar de gedigitaliseerde archiefstukken (pdf, 272 kB) 
NB: niet al het materiaal is digitaal beschikbaar. Om de scans te zien, klik op de beschrijving, vervolgens wordt u doorgeleid naar een beschrijving op onze website. Bij die beschrijving klikt op de link die begint met NL-Nm KDC_STUY..

Jan Stuyt

Ten geleide
Jan Stuyt (1868-1934)
Jan Stuyt werd geboren te Purmerend op 21 Augustus 1868. Op voordracht van een hoofdonderwijzer ging hij al op 14-jarige leeftijd werken bij architectenbureau A.C. Bleys. Zijn creatieve aanleg viel zozeer op dat Pierre Cuypers hem enkele jaren later vroeg bij zijn bureau te komen werken. Een korte tijd was Stuyt zelfstandig architect en kreeg hij opdrachten uit Polen en Denemarken voor de bouw van kerken. Al na een jaar vroeg Jos Cuypers (zoon van Pierre) hem als medearchitect van zijn bureau in Amsterdam. Stuyt werd als hoofdopzichter betrokken bij de bouw van de St.-Bavokathedraal in Haarlem (1895-1906; 1927, ontworpen door Jos Cuypers) De aanvankelijk neogotische stijl veranderde tijdens de bouw in een neoromaanse en byzantijnse stijl.

In de tweede helft van de 19e eeuw was de gotiek het grote voorbeeld voor katholieke kunstenaars. Het navolgen daarvan werd gezien als een nationale en religieuze opgave. H.J.A.M. Schaepman, de priester-staatsman, schreef in 1873 “dat onder alle schoonheidsvormen ééne vorm de meest christelijke is” en “dat de gotische kunst alléén aanspraak kan maken op een inheems karakter.” Reeds Pierre Cuypers gaf zijn meer vooruitstrevende leerlingen de vrijheid andere wegen te gaan en meer rekening te houden met de behoeften van de eigen tijd. Zowel Jos Cuypers als Jan Stuyt richtten zich op de neoromaanse en byzantijnse stijl. De neogotiek werd steeds meer los gelaten.

Tijdens een reis naar het Heilige Land in 1905 werd Stuyt sterk beïnvloed door oosterse bouwstijlen. Met name de Aya Sophia in (toen nog) Constantinopel maakte indruk. In hetzelfde jaar kregen Jos Cuypers en Jan Stuyt de opdracht voor de nieuwe St. Jacobskerk te ’s-Hertogenbosch. Het ontwerp is voornamelijk van Stuyt. De formulering van de opdracht begunstigde de stijlvernieuwing. De ontwerper kreeg de vrije hand, maar het moest een centraalbouw worden vanwege de kleine ruimte. Bovendien moest de kerk niet op de St. Jan lijken. Het resulteerde in een koepelkerk waarin de gelovigen niet gehinderd door pilaren goed zicht hadden op het altaar. Voor Stuyt was niet een opgelegde bouwstijl uitgangspunt, maar het gebouw was het antwoord op een stijl van leven. De kerk is geen ‘machine-gotiek’ en ook geen navolging van byzantijnse of romaanse kerken maar beantwoordt aan zijn doel: de gelovigen dichter bij de eucharistieviering betrekken. Verschillende stijlelementen zijn geïntegreerd tot iets nieuws. Stuyt ontwierp later nog meerdere koepelkerken, waarin zijn hand gemakkelijk te herkennen is.
Enkele van de andere kerken die hij gebouwd heeft zijn de Sint-Antonius van Paduakerk, Utrecht (1902-1903, met Jos Cuypers), de Cenakelkerk, Heilig Landstichting (1913-1915, met Jos Margiy), de Sint-Catharinakerk, ’s-Hertogenbosch (1916-1917), de Kerk van de Heilige Familie, Den Haag (1921-1922), de Sint-Agneskerk, Amsterdam Oud-Zuid (1920), de Sint-Egbertuskerk, Almelo (1923), de Sint-Jozefkerk, Hillegom (1926-1927), het Neboklooster, Nijmegen (1926-1928) en de H.H. Engelbewaarderskerk, Lisse-De Engel (1930-1931).

Vanaf 1911 ontwierp hij voor Arnold Suijs, de geestelijk vader van de Heilig Land Stichting bij Nijmegen een Heilige Hartbasiliek. Deze moest het grootste kerkgebouw in Europa worden. Het ontwerp had veel gelijkenis met de Aya Sophia. De fundamenten voor dit immense bouwwerk liggen nog in het museumpark Oriëntalis (voormalig Bijbels Openluchtmuseum). Slechts een klein gedeelte werd daadwerkelijk gebouwd, het doet nu dienst als museumgebouw. Wel werd hier van 1913 tot 1915 de al genoemde Cenakelkerk gebouwd, met op minaretten gelijkende torens en een enorme koepel. Deze koepel was het eerste betonnen schaaldak dat vijftien meter overspande en slechts tien centimeter dik was.

Jan Stuyt was zeer productief. Hij had veel contacten in kerkelijke kringen, bij katholieke werkgevers en de arbeidersbeweging. Hij ontwierp niet alleen kerkgebouwen, maar ook scholen, stadhuizen, tientallen villa’s overal in Nederland en het kolossale neo-barokke klein-seminarie Hageveld in Heemstede en de Boerhaavekliniek in Amsterdam.
Voor Ons Limburg, de door aalmoezenier van de arbeid mgr. Poels opgezette woningbouwvereniging, heeft Stuyt een aantal mijnwerkerskoloniën ontworpen. Daarbij liet hij zich inspireren door de Engelse tuinstadbeweging. Op de Molenberg in Heerlen bouwde Stuyt een wijk met meer dan vierhonderd woningen en achttien winkels. Zijn maatschappijvisie was hiërarchisch en in lijn met de katholieke sociale filosofie. Kerken staan op de eerste plaats, dan openbare gebouwen en vervolgens villa’s, herenhuizen en middenstandswoningen. In de mijnwerkerskoloniën zijn de woningen voor grote gezinnen herkenbaar aan een boogje boven de ingang.
Behalve de wijk Molenberg ontwierp hij in Heerlen nog vele andere gebouwen, zoals de voormalige Ambachtsschool aan het Burgemeester de Hesselleplein en de Vroedvrouwenschool aan de Zandweg, die een stempel op de stad drukten. Tweehonderd woningen van Stuyt aan de Heerlerbaan zijn een aantal decennia geleden al gesloopt.

Aanvankelijk werd zijn werk niet overal geapprecieerd, men vond het eclectisch en richtingloos. Hij was te kosmopolitisch en zijn kennis van de architectuurgeschiedenis was te groot. Zijn werk werd on-Hollands gevonden. In feite heeft hij de Nederlandse katholieke kerkenbouw vernieuwd door de overheersende basiliekvorm achter zich te laten. In het begin van de 21e eeuw wordt hij opnieuw bestudeerd en gewaardeerd.
Jan Stuyt overleed op 11 juli 1934 te Den Haag waar hij al tientallen jaren zijn eigen bureau runde.
Bronnen: KDC-Knipselcollectie; F.L. Jansen et al. Sint Jacob ’s-Hertogenbosch, de kerk en zijn geschiedenis, ’s-Hertogenbosch, 1993

Literatuur van en over Jan Stuyt kunt u vinden in RUQuest .
- Biografische gegevens via Biografisch portaal van Nederland.
- Bibliografie tot 1919 in KDC-Knipselcollectie.
Enige literatuursuggesties:
- Jan Stuyt, architect, Den Haag. Met een inleiding over de bouwkundige compositie, Zug (Zwitserland): Leading Architects of To-day Ltd., 1933
- Pauline Houwink, Jan Stuyt(1868-1934), kerkbouwer, een architect om niet te vergeten, doctoraalscriptie Amsterdam 1977 (over het archief van Stuyt: pp. I-IV)
- Pauline Houwink, ‘Jan Stuyt (1868-1934) en de vernieuwing van de kerkelijke bouwkunst’, in: Jaarboek Katholiek Documentatiecentrum 8 (1978), 25-62 en Archief voor de Geschiedenis van de Katholieke Kerk in Nederland 21 (1979), 25-62
- Jeroen Goudeau & Agnes van der Linden (red.), Jan Stuyt (1868-1934): een begenadigd en dienend architect, Nijmeegse Kunsthistorische Studies dl 18, Nijmegen: Stichting Nijmeegse Kunsthistorische Studies, 2011

KDC – Knipselcollectie
De knipselcollectie van het KDC bevat naast knipsels uit dag- en weekbladen diverse andere vormen van min of meer losbladige informatie, zoals persberichten van het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP), overlijdensberichten, fotokopieën uit bio- en bibliografische naslagwerken enz. De knipsels over Jan Stuyt zijn beschikbaar in de studiezaal van het KDC.

KDC – Beeld en Geluid
De collectie Beeld en geluid kunt u doorzoeken via de Catalogus van het KDC. Door te zoeken op ‘Stuyt, Jan’ vindt u het bedoelde materiaal.