Eck, D. van

Archiefnummer: 664
Archiefnaam: ECK
Sector: Onderwijs en wetenschappen
Soort archief: Archivalia van persoon
Datering: 1952-1968

Plaatsingslijst (pdf, 36 kB)

D. van Eck (1911-1968)

Ten geleide
Dirk van Eck (1911-1968)
Dirk van Eck werd geboren te Amersfoort. Door zijn ouders werd hij voorbestemd voor het priesterschap en kreeg daardoor zijn vorming op het seminarie van de paters redemptoristen in Wittem (Z.-L.). Maar omdat de ware priesterroeping ontbrak ging hij in 1934 rechten studeren aan de Roomsch-Katholieke Universiteit te Nijmegen, waar hij reeds na vier jaar cum laude afstudeerde. Op voorspraak van hoogleraar strafrecht W.J.A.J. Duynstee, met wie hij de vorming door redemptoristen deelde werd Van Eck, hoewel nog niet gepromoveerd – in 1939 benoemd tot lector in het strafprocesrecht en de criminologie. Zijn openbare les Over de waarde der crimineele statistiek vestigde onmiddellijk zijn wetenschappelijke naam. Reeds in deze periode bleek de combinatie van twee eigenschappen: een rechtlijnige integriteit van opvattingen en een grote soepelheid, warmte en mildheid in menselijk opzicht.
Hij volgde lessen op psychologisch en psychiatrisch gebied bij de - toen nog - privaatdocent forensische psychiatrie, J.J.G. Prick. In 1942 was hij samen met Prick een van de oprichters van het Tehuis voor bedreigde mannelijke jeugd 'De Winckelsteegh' in Nijmegen, een opvangcentrum voor gedetineerde minderjarigen.
Na de sluiting van de Nijmeegse universiteit in april 1943 werd Van Eck advocaat en procureur in Nijmegen. Hij pleitte tevergeefs voor gratieverlening aan enkele door de bezetter ter dood veroordeelde Nijmeegse politieagenten. Ook was hij cassatiepleiter in strafzaken bij de sedert mei 1943 in Nijmegen gevestigde Hoge Raad en van oktober 1944 tot mei 1945 hoofd van de Politieke Opsporingsdienst voor het bevrijde deel van Gelderland. Na de bevrijding werd hij raadsheer in het Bijzonder Gerechtshof in Arnhem. Nog in het bevrijdingsjaar publiceerde hij Het misdrijf van hulp aan den vijand in verband met de bepalingen van het Besluit Buitengewoon Strafrecht, de eerste wetenschappelijke behandeling van dit nieuwe stuk recht. Ook als rechter was hij grondig en streng, maar mild in zijn oordeel.
In 1947 promoveerde hij bij zijn leermeester Duynstee cum laude op het eerste deel van het tweedelige werk Causaliteit en aansprakelijkheid voor gevolgen in het strafrecht.  Als strafrechtsdogmaticus betoogde hij dat het in het strafrecht niet zozeer om opzet en schuld gaat, maar meer om eventuele onrechtmatigheid. In plaats van causaliteit zou moeten worden gesproken van gevolgsaansprakelijkheid. In hetzelfde jaar werd hij tot hoogleraar strafrecht, strafprocesrecht en criminologie benoemd, in deze vakken als opvolger van Duynstee. De titel van zijn oratie was Berechting van oorlogsmisdadigers en de gronden voor een internationaal strafrecht. Na Duynstee’s emeritaat nam Van Eck ook de rechtsfilosofie van hem over. Beiden vertegenwoordigden het door paus Leo XIII voorgeschreven  neothomisme. Slechts vanuit het door God in de mens geplantte, aan het positieve recht voorafgaande natuurrecht kreeg het positieve recht zin, orde en zelfs rechtskarakter. Steeds nam hij de leer van Thomas van Aquino als uitgangspunt, waarmee hij in de Nederlands juridische wereld vrijwel alleen stond. Zijn standpunten, die hij met glasheldere logica verdedigde, waren onwrikbaar, maar hij had ook respect voor andere meningen.
Veel van zijn functies vloeiden voort uit zijn optreden tijdens de bezettingsjaren. Vanaf 1949 was Van Eck rechter-plaatsvervanger bij de arrondissementsrechtbanken in Arnhem, Zwolle en Almelo en  in 1952 werd hij plaatsvervangend raadsheer in het Gerechtshof in Arnhem. Verder was hij vice-voorzitter van het R.K. Verbond voor Kinderbescherming, voorzitter van de R.K. Reclasserings-Vereniging en van het Paedologisch Instituut Nijmegen. Daarnaast was hij lid van de Centrale Raad van Advies voor het Gevangeniswezen, de Psychopatenzorg en de Reclassering.
De traditionele, trouwe katholiek kon de vernieuwingen in de kerk van de jaren zestig niet verkroppen. Als rechtlijnig denker en theoreticus raakte hij steeds meer geïsoleerd. Met zijn met het kerkelijk leergezag overeenkomende opvattingen kwam hij ook onder geloofsgenoten steeds meer alleen te staan. Hoe principieel ook, in menselijk opzicht was hij mild, ook tegenover andersdenkenden. Als een van de laatste neothomisten heeft Van Eck wetenschappelijk weinig navolging gekregen. Op 56-jarige leeftijd stierf Van Eck plotseling.

Bewerking van: J.B.A.M. Brabers, 'Eck, Dirk van (1911-1968)', Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, URL: http://resources.huygens.knaw.nl/bwn/BWN/lemmata/bwn5/eck [12-11-2013]

Literatuur van en over Dirk van Eck kunt u vinden in de RUQuest.
- Biografie via Biografisch portaal van Nederland
- Bibliografie: 'Bibliografie van prof.mr. D. van Eck', in Recht en ethiek. Geschriften van prof.mr. D. van Eck . Onder red. van A.A.M. van Agt en H.M. Pijls (Deventer 1971) xxiii-xxvii.

KDC - Knipselcollectie
De knipselcollectie bevat naast knipsels uit dag- en weekbladen diverse andere vormen van min of meer losbladige informatie, zoals persberichten van het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP), overlijdensberichten, fotokopieën uit bio- en bibliografische naslagwerken enz. De knipsels over D. van Eck zijn beschikbaar in de studiezaal van het KDC.

KDC – Beeld en Geluid
De collectie Beeld en geluid kunt u doorzoeken via de Catalogus van het KDC. Door te zoeken op ‘Eck, Dirk van’ vindt u het bedoelde materiaal.