Zoek in de site...

Historici ontdekken de grootste slavenhandelaren van Amsterdam dankzij digitalisering

Datum bericht: 20 september 2022

Ze waren de grootste slavenhandelaren van Amsterdam: Jochem Matthijs Smitt en zijn zoon Coenraad Smitt. Toch was hun handelsfirma niet bekend in de geschiedschrijving, tot historici Jessica den Oudsten (Radboud Universiteit) en Ramona Negrón (Universiteit Leiden) in 2020 een stapel notulen vonden over een moeizame reis van slavernijschip ‘t Gezegende Suikerriet. In hun boek De grootste slavenhandelaren van Amsterdam omschrijven ze de barre omstandigheden aan boord.

Fig_18. Gezicht op het Casteel De Mina, Cabo Corso en 't Fort Nassou. Nationaal Archief.Gezicht op het Casteel De Mina, Cabo Corso en 't Fort Nassou. Nationaal Archief.

In de zomer van 2020 werkten RICH-promovenda Jessica den Oudsten en Ramona Negrón, promovenda aan de Universiteit Leiden, aan het project Alle Amsterdamse Akten. Samen met vrijwilligers en experts hielpen zij om de miljoenen akten in het 3,5 kilometer lange Stadsarchief Amsterdam te digitaliseren. Tijdens het nalopen van transcripties deden de twee historici een bijzondere ontdekking. ‘We lazen allebei los van elkaar een notariële akte over een slavenschip dat ‘t Gezegende Suikerriet heette. We dachten meteen: dat is een bijzonder verhaal, omdat er nog weinig bekend is over slavenschepen en wat er aan boord nou precies gebeurde’, vertelt Den Oudsten. Ze zochten verder en achterhaalden nog veel meer over de eigenaars van het schip, Jochem Matthijs Smitt en zijn zoon Coenraad Smitt. ‘Het bleek uiteindelijk om de grootste slavenhandelaren van Amsterdam te gaan’, zegt Den Oudsten. Op basis van deze bevindingen schreven Den Oudsten en Negrón het boek De grootste slavenhandelaren in Amsterdam, waarin ze een reis van ’t Gezegende Suikerriet, een van de schepen uit de vloot van de familie Smitt, reconstrueren.

Digitaal doorzoekbaar

Historici doen op steeds meer manieren onderzoek naar het slavernijverleden. Dat deze bijzondere vondst na 300 jaar naar boven komt, is dan ook een gevolg van de digitalisering van oude archieven, waardoor deze eindelijk doorzoekbaar worden. Waarschijnlijk zullen er zo in de loop van de tijd nog meer elementen over het Nederlandse slavernijverleden boven water komen. Op het moment is er echter nog maar weinig bekend over het leven van tot slaaf gemaakte mensen. Juist daarom is het belangrijk dat dit boek nu verschijnt. ‘Wij hebben gemerkt dat veel mensen oprechte interesse hebben in het verleden en in onderzoek naar slavernij. Het boek bevat materiaal dat interessant is voor onderzoekers, maar is dus zeker ook bedoeld voor een breder publiek,’ zegt Den Oudsten.

Logische stap

In het boek beschrijven de historici hoe Jochem Matthijs Smitt rond het jaar 1720 emigreert vanuit Hamburg naar Amsterdam en in die stad zijn onderneming begint op te bouwen. In eerste instantie gaat het om koopvaardijschepen die direct tussen Amsterdam en Suriname heen en weer varen. De West-Indische Compagnie heeft op dat moment nog het monopolie op de slavenhandel, maar geeft die vanaf 1730 op. Smitt heeft dan al een uitgebreid netwerk opgebouwd met plantage-eigenaren in Suriname en heeft daarnaast al schepen en bemanningsleden. ‘We denken dat het voor hem daarom een logische stap was om toen de slavenhandel in te gaan, samen met zijn zoon Coenraad Smitt, die later bij de firma komt’, vertelt Den Oudsten. Bijzonder is de hoeveelheid reizen die de mannen op hun naam hebben staan. Den Oudsten: ‘Zij zijn de enige slavenhandelaren die zo lang zijn doorgegaan en zoveel reizen hebben georganiseerd. Er waren wel meer handelaren in Amsterdam die het na 1730 probeerden, maar je ziet dat zij vaak na één of twee reizen weer stopten. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het hoge financiële risico dat slavenhandelaren liepen.’

Dat de risico’s groot waren, is ook terug te lezen in het boek: juist omdat er tijdens een negen maanden durende reis van ’t Gezegende Suikerriet zoveel misging, waren de historici in staat deze reis te reconstrueren. Er waren drie kapiteins nodig om de hele reis vanaf de Republiek via Afrika naar Suriname en weer terug naar de Republiek te volbrengen. De eerste kapitein slaat overboord wanneer hij met een klein bootje de Afrikaanse kust probeert te bereiken. De tweede kapitein wordt ontslagen vanwege conflicten aan boord: hij geeft opdracht tot mishandelingen van tot slaaf gemaakte mensen, waardoor een aantal mensen op het schip komt te overlijden. Vader en zoon Smitt zijn zelf niet mee op reis, maar regelen hun zaken vanuit hun kantoor in Amsterdam. Voor hen betekent het verlies aan levens een verlies van geld. Ook de ontslagen kapitein wil geld zien, als compensatie voor zijn loon. Het conflict tussen de kapitein en de handelaren resulteert in een soort rechtszaak, waarvoor notariële akten werden opgesteld met verklaringen van bemanningsleden over wat er aan boord gebeurde; diezelfde akten gebruikten Den Oudsten en Negrón voor hun onderzoek. ‘Dit was dus geen strafrechtelijk proces over de vreselijke dingen die de kapitein had gedaan, maar het gaat puur om geld’, benadrukt Den Oudsten.

Leven van tot slaaf gemaakten

De bemanningsleden vertellen in hun getuigenissen over heftige mishandelingen die zij moesten uitvoeren, maar de tot slaaf gemaakten zelf komen niet aan het woord. De bronnen zijn allemaal opgesteld door de kolonisator, dus de ervaringen van de tot slaaf gemaakte mensen zelf worden niet beschreven’, verklaart Den Oudsten. Toch hebben de onderzoekers tussen de regels door geprobeerd het leven van tot slaaf gemaakte mensen, zowel aan boord als na de reis, in kaart te brengen in hun boek. Ondertussen gaat het Stadsarchief Amsterdam door met digitaliseren, zodat we in de toekomst hopelijk nog meer te weten komen over de levens van deze mensen.

Het boek ‘De grootste slavenhandelaren van Amsterdam’ verscheen op 23 Augustus via Walburg Press en is hier te bestellen

Jessica den Oudsten is historica, promovenda aan de Radboud Universiteit en gastonderzoeker bij het Huygens Instituut. Ze is gespecialiseerd in vroegmoderne maritieme en migratiegeschiedenis. Ramona Negrón is historica en promovenda aan de Universiteit Leiden. Ze is gespecialiseerd in vroegmoderne koloniale, maritieme en slavernijgeschiedenis.

Misschien vind je dit ook interessant:

Integration and Social Mobility: The Descendants of Early Modern Immigrants in Amsterdam, 1660-1811 → Dit project van Jessica den Oudsten behandelt een van de belangrijkste vragen uit de Nederlandse migratiegeschiedenis: wat gebeurde er met de nakomelingen van de honderdduizenden Duitsers, Vlamingen en Scandinaviërs die in de vroegmoderne tijd naar de Republiek emigreerden?