Zoek in de site...

Open je kop voor andere culturen

Dankwoord en rede van Adriaan van Dis voor de aanvaarding van een eredoctoraat aan de Radboud Universiteit - uitgesproken 11 mei 2022. Lees het begindeel van de dankrede hieronder of klik op de rode knoppen om de volledige tekst en bijbehorende Powerpointpresentatie te downloaden.

Adriaan van Dis dankrede (1)

Eredoctor… daar had ik op de MULO in Hilversum toch niet van kunnen dromen. Adje Doet Heel Druk stond er in de marge van mijn laatste lagere schoolrapport. De enige van de klas die geen toelatingsexamen voor de Middelbare school mocht doen. Een sociale kras van jewelste. Maar ook begrijpelijk… want wie had mij op de weg naar hogerop moeten begeleiden? Vader dood. Moeder huishoudschool. Niet dat ze dom was, maar voor een boerendochter was dat in de jaren twintig van vorige eeuw meer dan genoeg. Wel drie oudere halfzussen- maar die hadden na drie en een half jaar Japans interneringskamp een flink hiaat in hun scholing opgelopen. En hun in de oorlog onthoofde vader was een Molukker. Ook geen pré. Nee, het was geen start met zeven vinkjes.

En nu met trompetgeschal door geleerden verwelkomd. Watermusic van Händel. Zeer vertrouwde deun. In mijn jongensjaren luisterden wij thuis dagelijks naar de BBC World Service. Zo leerde mijn moeder Engels… kon weleens goed van pas komen als ze wéér moest vluchten. Het gevaar van de Korea-oorlog was weliswaar geweken, maar na die gewapende vrede richtten de Russen hun atoomraketten op het Vrije Westen. Mijn oudste zus Nady, vernoemd naar haar ‘inlandse’ grootmoeder Nadigama, droomde er in die dagen van om naar het warme Australië te emigreren. Het niet al te gastvrije, kille Nederland benauwde haar. Maar Australië liet haar niet toe vanwege haar kleur. Uiteindelijk werd het de sneeuw van Canada.

De BBC World Service maakte ook mijn wereld al vroeg groter. Mijn moeder maakte zich zorgen over een ‘empire’ dat wankelde. Commonwealth was het nieuwe woord. Naast mijn bed stond een tweedehands wereldbol als nachtlamp. Voor het slapen wees ze mij het Suezkanaal aan. Een oorlog dreigde daar. Als ik de globe een zwiep gaf, zag ik hoe groot China en India waren en hoe klein Europa. En Indonesië heette nog gewoon Nederlands- Indië. O, wat wou ik graag bij dat grote buitenland horen. Bij al die verre eilanden van mijn springtouwlied: Bali, Lombok, Soemba, Soembawa, Flores, Timor - half Portugees… Waar mijn ouders en zusters ooit woonden en al die andere mensen in het repatriantenhuis tussen wie ik opgroeide.

Aan die ontwortelde wereldreizigers heb ik heel veel te danken. In het bijzonder aan mijn zusters. Met de woorden die ik nu uitspreek, richt ik mij vandaag in het bijzonder tot hen… Met een hemelbrief. Als hij ondertussen ook maar bij u aankomt.

Adriaan van Dis dankrede (2)

Lieve Zussen,

De grote wereld spoelde aan in Bergen aan Zee, waar ik veilig tussen jullie ingeklemd langs de vloedlijn liep en waar we kokosnoten opraapten, ons verbaasden over een gloeilamp met Chinese tekens. Jullie spelden de teksten op conservenblikjes uit exotische landen en we ontcijferden de namen van door haaientanden aangevroten reddingsboeien. Het was in de tijd van teerklonters op het strand, toen schepen hun afval nog zorgeloos overboord kieperden. Een kokosnoot was ‘n klapper. Een gloeilamp noemden jullie mentol. Maleis was jullie geheimtaal. Driestemmig soms: Terang boelanterang boelang di kali… maanlicht over de rivier. Jullie konden in het Japans tellen. De kampliedjes begreep ik beter: Jappen hier, Jappen daar, vele Jappen zonder haar. Maar ik durfde niet te vragen wat ze met jullie hadden gedaan.

Zusjes waren jullie. Half… zeiden we niet thuis. En mijn vader was niet jullie stiefvader. ‘Stief’ en ‘half’ leefden in akelige sprookjes. Bij de gebroeders Grimm, Andersen… sprookjes die jullie me voorlazen. Jullie leerden me lezen, met de wijsvinger schuivend over de regels… Wat een sensatie, het besef dat je met woorden een ander kon worden… een prins met een zwanenvleugel als arm. We lazen ook uit Begdjå het gamelanjongetje.

Adriaan van Dis dankrede (3)

Begdjå, Jaap Kunst, met tekeningen van Sjuwke Brinkgreve-Kunst;1951.

En jullie speelden dan achter een laken een schimmenspel met lenige vingers en soepele gebaren. Het goed en kwaad van de wajang was mij vertrouwder dan Jan Klaassen en de dood van Pierlala.

Adriaan van Dis dankrede (4)

Ik was het vredeskind dat jullie je afgepakte jeugd moest doen vergeten. Een beetje jullie ledenpop ook. Opgegooid in de beddensprei. Jullie kleedden me aan (onze moeder was nog te zwak en herstelde langzaam van haar hongeroedeem). Jullie kleedden me uit, wasten me met sneeuw. Om me flink te maken, want ik was een beetje vrouwelijk jongetje dat jullie bh’s als vliegeniersmuts om de oren bond en verkleed en geschminkt langs de deuren ging om zijn eigen toneelstukjes uit te venten. Altijd de hoofdrol. O, het wonder dat je verhalen kon maken, de alledaagse dingen glans kon geven door ze spannender te maken.

Voor de buitenwereld speelden wij één familie, al hadden we op onze schoolrapporten allemaal een andere achternaam. Jullie de dubbele van een vader met voorouders die de VOC op de Banda eilanden dienden en die officieel zelfs drie achternamen hadden. Ik droeg als onwettig kind mijn moeders meisjesnaam. De postbode snapte er niet veel van en flikkerde alle onbestelbare brieven bij ons in de bus.

Adriaan van Dis

De man die we ‘pappie’ noemden, net als jullie vader militair in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL), kon niet met onze moeder trouwen omdat zijn officiële echtgenote met haar twee kinderen voor het onafhankelijke Indonesië koos. Zij liet zich voor de ‘mohammedaanse’ wet van hem scheiden. Maar dat gold niet in domineesland. Mohammed, Banda, VOC… beladen woorden die ik als kleuter al in de mond nam.

Palmen, prauwen en een kris aan de wand…Bij al dat vreemde wilde ik horen; het meest nog bij jullie kleur: kulit langsep – de gouden glans van de doekoe-vrucht. Dat woord leerden jullie mij. Mijn vader was ook bruin – maar dat kwam volgens hem door zijn Italiaanse bloed. Een typisch Indo leugentje: likken naar boven, trappen naar onder. Het zogenaamde trapjes-denken.

Adriaan van Dis dankrede (6)

Mijn moeder en ik waren wit. Maar wat had ik graag bruin willen zijn. Zo stoer als die bruine buurjongens, en zo mooi als jullie… Zo trots ook, als jullie je schouders ophaalden voor de bleekneuzen uit de koloniehuizen die op weg naar het strand zingend langs ons huis liepen: En de meisjes van Batavia zijn zwart pikzwart... Twee keer per dag. Zomer na zomer.

Adriaan_van_Dis_foto_10Het woord discriminatie gebruikten we niet. We waren nog te jong voor grote woorden. Maar binnenskamers waren ook wij niet vrij van vooroordelen: vooral die Hollanders moesten het ontgelden. Die Hollanders begrepen niets van jullie oorlog. Wisten niet eens wat een Jappenkamp was. Die Hollanders hadden ook geen idee wat voor held jullie vader was geweest: oprichter van een verzetsgroep; actief op Sumatra en Java. Zijn kleur maakte het hem mogelijk buiten het kamp te blijven en op te gaan in de bevolking… tot ie verraden werd.

Verleden tijd. En die verleden tijd hielden we voor de buitenwereld liever stil.

Jullie kleur wordt in het jaar 2022 met meer trots gedragen dan in mijn jeugd. Maar de discriminatie is niet verminderd.

Wil je ook de rest van de dankrede van Adriaan van Dis lezen? Download dan hier (pdf, 203 kB) de volledige tekst.