Zoek in de site...

Expertisegebied: emoties en zintuigen

In ons dagelijks leven zouden we er nooit aan twijfelen: emoties en zintuigen maken integraal deel uit van het menselijk bestaan. Het belang dat in onze hedendaagse maatschappij aan subjectieve ervaringen wordt gehecht roept ook historische vragen op. Het is met die vragen dat de relatief nieuwe onderzoeksvelden van de emotiegeschiedenis en sensory history zich bezig houden. Hoe anders was de emotionele huishouding van mensen uit het verleden? Wat voor maatschappelijke factoren waren erop van invloed? Hoe worden en werden zintuiglijke waarnemingen gevormd door de cultuur waarin ze plaatsvonden? Welke rol had het lichaam omgekeerd in het structureren van maatschappelijke fenomenen? Wanneer en hoe gaven bepaalde emoties mee richting aan maatschappelijke ontwikkelingen? Collega’s van de leerstoelgroep Cultuurgeschiedenis zijn rond de onderstaande thema’s het meest actief.

Emoties en stedelijke ruimte

In onze interactie met de stedelijke omgeving staan emoties steeds centraal. Donkere hoekjes in afgelegen straatjes associëren we met gevaar, gezellig verlichtte pleintjes met de romantiek van de avond. In haar NWO Veni-project Stad vol emoties onderzoekt Anneleen Arnout de impact van ruimte op de emotionele beleving in drie grootsteden. Ze richt zich daarbij op de late negentiende en vroege twintigste eeuw, de periode bij uitstek van intense verstedelijking in de Westerse wereld. Aan de hand van onderzoek in kranten en allerhande andere bronnen ontrafelt ze of en hoe veranderingen in de stedelijke ruimte met verschuivingen in de emotionele cultuur gepaard gingen.

In haar eerdere onderzoek naar Brussel liet ze al zien dat de hoog oplopende emoties en commotie over winkelende vrouwen en warenhuizen in Parijs en London in Brussel uitbleven. Haar voorlopige resultaten voor Amsterdam laten zien hoe stedelingen zich ook in deze stad vaak goed wisten te handhaven en dat er minder opvallende verschuivingen plaatsvonden in het emotioneel repertoire dan voor de grote steden altijd is aangenomen.

  • Anneleen Arnout (2019), Streets of splendor. Shopping culture and spaces in a European Capital City (Brussels 1830-1914) (Routledge: London/New York).

Huisconcerten, emoties en sociale interactie

Om de betekenis van muziek in de negentiende-eeuwse samenleving ten volle te kunnen begrijpen is het noodzakelijk om veel meer aandacht te besteden aan emoties en sociale interactie. Dit NWO Veni-project verlegt de traditionele aandacht voor publieke concertzalen naar de private huiskamers in verschillende steden en dorpen in negentiende-eeuws Nederland, waar vrienden en bekenden in de huiselijke omgeving van families bijeenkwamen om samen muziek te maken en te beluisteren.

Floris Meens beoogt in dit project te onderzoeken hoe huisconcerten liefhebbers van verschillende sociale achtergronden verenigden en bijdroegen aan de vorming van emotionele gemeenschappen, waarin de opwelling, uitdrukking en regulering van emoties een extra dimensie toevoegde aan de vorming van smaakgroepen, groepsidentiteiten en processen van sociale in- en uitsluiting. Door een antwoord te vinden op deze vragen beoogt Floris ook een bijdrage te leveren aan het huidige debat over de toekomst van de klassieke muziekcultuur.

Leren luisteren naar concertmuziek

Waarom begonnen mensen in de negentiende eeuw op een fundamenteel andere manier naar concertmuziek te luisteren: in stilte, gericht op uitvoeringskwaliteit, muzikale betekenissen en aanscherping van hun individuele smaak?

In dit NWO promotieproject bestudeert Thomas Delpeut de opkomst van deze moderne luisterpraktijk in de belangrijkste vier Nederlandse muzieksteden in de negentiende eeuw: Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Rotterdam. Door een diepgaande vergelijking van programmering, uitvoeringspraktijk en luisterervaringen in verschillende steden beoogt hij te verklaren waarom en hoe we tot onze huidige luistercultuur zijn gekomen. Zijn uiteindelijke doel is om beter te begrijpen wat muziek betekent in een veranderende samenleving.

Zintuigen en stedelijke ruimte

Wat betekent lichamelijk comfort en hoe speelde het een rol in de vormgeving en regulering van de openbare ruimte? Welke zintuiglijk ervaringen worden door stedelijk beleid gestimuleerd en welke lichamelijke ongemakken worden ondervangen? Wie bepaalt wat gemak en ongemak is? Dit zijn vragen waar Anneleen Arnout zich al geruime tijd mee bezig houdt.

In haar onderzoek naar winkelplaatsen in het algemeen en Brussel meer specifiek laat ze zien hoe zintuiglijke sensaties en idealen centraal stonden in de vormgeving van verschillende stedelijke commerciële ruimtes, gaande van winkelgalerijen tot markten en winkelstraten. Ook in haar huidig project over de emotionele beleving van Amsterdam, Parijs en Londen tussen 1850 en 1930 heeft ze aandacht voor de zintuiglijke dimensie.

  • Anneleen Arnout (2019), Streets of splendor. Shopping culture and spaces in a European Capital City (Brussels 1830-1914) (Routledge: London/New York).
  • Anneleen Arnout, ‘Shopping spaces’, in: Erika Rappaport, A cultural history of shopping in the age of empire (Bloomsbury, accepted for publication).
  • Anneleen Arnout, ‘Couvert ou en plein air. Le scène des marchés à Bruxelles pendant le dix-neuvième siècle’, in: Arnaud Knaepen, Christophe Loir and Alexis Wilkin (eds), Les marchés alimentaires en ville depuis le Moyen Age: organisation, contrôle, circulation (Editions de l’Université de Bruxelles) 123-139.