Zoek in de site...

Expertisegebied: toerisme

De geschiedenis van het toerisme is in Nederland en ook internationaal een relatief nieuw onderzoeksveld. Het toenemende toerisme wereldwijd roept de vraag op sinds wanneer en waarom mensen er plezier in scheppen om te reizen; hoe toeristen zich in het verleden sociaal en cultureel van elkaar onderscheidden; en hoe hun blik op andere culturen in de loop van de geschiedenis mede door media en toeristenindustrie is bepaald. Ingebed in de facultaire themagroep ‘Tourism, Travel, Text’ en de nieuwe master specialisatie ‘Tourism and Culture’ zijn collega’s van de leerstoelgroep Cultuurgeschiedenis rond de onderstaande thema’s het meest actief.

Stedelijk toerisme en toerisme-promotie

Wat trekt toeristen aan in steden? Hoe hebben overheden en particulieren sinds de 18e eeuw actief geprobeerd om toeristen te trekken? Welke spanningen levert dit soms op tussen toeristen en stadsbewoners? Dit zijn vragen waar Jan Hein Furnée zich al geruime tijd mee bezig houdt. Oorspronkelijk vooral in de context van cultuurbeleid in negentiende-eeuws Den Haag, sinds kort ook gericht op de geschiedenis van toerismebevordering in Amsterdam in de twintigste eeuw.

  • Jan Hein Furnée, ‘Stad van weelde. Stedelijk bestuur en cultuur in de negentiende eeuw’, in: L. Lucassen en W. Willems (red.), Waarom mensen in de stad willen wonen(Amsterdam 2009) 152-172.
  • Idem,'While in Holland you should see the capital'. Tourism promotion in Amsterdam, 1930-1945', in: Ferdinand Oppl en Martin Scheutz ed., Fernweh und die Stadt (Wenen 2018) 295-322.
  • Idem, ‘Urban tourism’, in: Eric Zuelow en Kevin James eds., Oxford Handbook on Tourism History (2019)

Badplaats- en kusttoerisme

Waarom willen mensen in de zomer sinds de 18e eeuw massaal naar zee? Hoe functioneert die wonderlijke mini-samenleving aan de kust, steeds tijdelijk bevolkt door mensen van zeer uiteenlopende sociale, culturele en nationale achtergronden? Jan Hein Furnée deed diepgaand onderzoek naar de sociale en culturele geschiedenis van badplaats Scheveningen en blijft daar over regelmatig publiceren. Remco Ensel verdiepte zich in zijn project ‘De Nederlander in beeld’ in de toeristische fascinatie voor en verbeelding van breiende Zeeuwse vrouwen aan het strand.

  • Jan Hein Furnée, Plaatsen van beschaafd vertier. Standsbesef en stedelijke cultuur in Den Haag, 1850-1890 (Amsterdam 2012), 603-693 (‘Aan zee. De badplaats Scheveningen).
  • Idem, ‘A Dutch idyll? Scheveningen as a seaside resort, fishing village and port, c. 1700-1900’, in: Peter Borsay & John K.Walton ed., Resorts and ports. European seaside towns since 1700.Tourism and cultural change(Clevedon etc.: Channel View Publications 2011) 33-50.
  • Remco Ensel, 'Knitting at the beach. Tourism and the photography of Dutch fabriculture', Journal of Tourism and Cultural Change (2017)

Mannen en vrouwen op reis

We weten allang dat de zogenaamde Grand Tour in de vroegmoderne tijd geen exclusieve cultuur- en initiatiereis voor elitaire jongemannen was. Toch is de  participatie van vrouwelijke toeristen pas na 1750 sterk toegenomen. Floris Meens houdt zich onder andere bezig met de verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke reizigers en mannelijk en vrouwelijk reisgedrag. Binnenkort publiceert hij bij de prestigieuze uitgeverij Routledge een bundel over de discoursen over de rolverdeling tussen mannen en vrouwen op reis. In het themanummer over Nederlandse reizigers in de negentiende eeuw dat Jan Hein Furnée enkele jaren geleden samenstelde kwamen de sterk gegenderde reiservaringen van (jonge) mannen en vrouwen ook prominent aan bod.

  • Floris Meens and Tom Sintobin eds., Gender, Companionship, and Travel. Discourses in Pre-modern and Modern Travel Literature (London/New York: Routledge, 2019)
  • Jan Hein Furnée en Leonieke Vermeer red.,Themanummer ‘Op reis in de negentiende eeuw’, De Negentiende Eeuw34 (2014) 257-354.

Cultuurgeschiedenis van de Alpen

Tot het midden van de achttiende eeuw vermeden de meeste reizigers de Alpen zoveel mogelijk. De ongeordende en ‘onherbergzame’ bergen werden als gevaarlijk beschouwd. Onder invloed van de verstedelijking en de Romantiek begonnen de Alpen echter een steeds grotere aantrekkingskracht uit te oefenen. Floris Meens doet onderzoek naar de manieren waarop het moderne Alpinisme zijn sporen heeft nagelaten, zowel in de Alpen zelf als elders. Hij bereidt momenteel een studie voor over het leven en werk van de Nederlandse alpiniste Jenny Visser-Hooft (1888-1939), die poogde de bergsport voor een groter publiek en in het bijzonder voor vrouwen toegankelijk te maken. Ook gaat zijn interesse uit naar de wijze waarop het toerisme de Alpengebieden heeft beïnvloed. Daartoe verdiept hij zich onder meer in de ontwikkeling van muziekfestivals. Tot slot is hij geïnteresseerd in culturele representaties van de Alpen.

Muziektoerisme

Muziek en toerisme zijn al langdurig met elkaar verbonden. Het bezoeken van klassieke concerten behoorde tot de kernactiviteiten van de Grand Tour, en vanaf de negentiende eeuw werden toeristen in badplaatsen, spa’s en vakantieoorden in de bergen vermaakt met muzikale divertimenten. In die periode ontstond ook het zelfstandige muziektoerisme, onder meer in klassieke Walhalla’s als Salzburg, Wenen en Praag. Ook vandaag de dag nog is muziektoerisme alomtegenwoordig: van popfestivals tot het bezoeken van begraafplaatsen van beroemde componisten of artiesten. En zelfs voor zij die niet van reizen houden biedt muziek een uitkomst. Dankzij de moderne media wanen we ons dankzij ‘vreemde’ klanken immers op reis. Maar wat zijn eigenlijk de historische grondslagen van het muziektoerisme? Welke culturele en sociaaleconomische processen gaan ermee gepaard? En wat zijn hiervan de gevolgen? In deze vragen is Floris Meens geïnteresseerd. Momenteel richt hij zich vooral op de geschiedenis van muziekfestivals. Ook werkt hij aan een studie over de ‘tourist ear’.

Toerisme en oorlogserfgoed: Japan 

Door het wegvallen van ooggetuigen, de komst van nieuwe generaties en een groeiend internationaal toerisme veranderen herinneringen aan en betekenissen van oorlogserfgoed - niet alleen in Europa maar ook in Azië. In haar door NWO gesubsidieerde promotieproject onderzoekt Aomi Mochida MA de impact van deze dynamieken op drie Japanse oorlogssites die elk jaarlijks honderdduizenden toeristen trekken: het gebombardeerde Nagasaki, legeronderzoeksinstituut Noborito en marinebasis Kure. Hoe hebben diverse stakeholders afgelopen decennia de herinneringen aan Japanse agressie en slachtofferschap met elkaar in evenwicht gebracht? En hoe blijken toeristen met diverse nationale achtergronden en herinneringsculturen deze plaatsen van herinnering te ervaren en van nieuwe betekenissen te voorzien?

Toerisme en de Koude Oorlog

Tijdens de periode na de dood van Sovjetleider Josif Stalin (1953) tot de verkiezing van Michail Gorbatsjov tot nieuwe leider van de Sovjet-Unie (1985) werden de relaties tussen de Sovjet-Unie en Nederland gedomineerd door de Koude Oorlog. Door de aanwezigheid van een fysiek IJzeren Gordijn en de afwezigheid van directe communicatie tussen Nederland en de Sovjet-Unie was er slechts weinig contact tussen de bevolking van deze twee landen. Als direct gevolg hiervan waren er weinig mogelijkheden om de dominante stereotypen over en weer te nuanceren. Grote uitzonderingen vormden de toeristenreizen naar elkaars landen. Buitenpromovendus Karel Onwijn bestudeert de Nederlandse toeristenreizen naar de Sovjet-Unie in de periode 1953-1985 en onderzoekt hoe deze reizen de Nederlandse perceptie van de Sovjet-Unie in deze periode hebben beïnvloed.