Snel naar:
Toetsafname
Bij het afnemen van een toets moeten de omstandigheden voor de studenten zo gunstig mogelijk zijn. Het is ook belangrijk dat deze condities vergelijkbaar zijn voor alle studenten.
Tijdens de toetsafname zijn verschillende factoren van invloed op de betrouwbaarheid en de validiteit van de toetsresultaten:
- De inhoud van de toets;
- De instructie voorafgaand aan de toets;
- De locatie en omstandigheden;
- De hulpmiddelen;
- De examinatoren en surveillanten.
De inhoud van de toets
In eerste instantie is het van belang dat de toetsitems en/of opdracht zo zijn geformuleerd dat het tijdens de afname geen vragen oproept. De toets mag geen fouten bevatten.
De instructie voorafgaand aan de toets
Voorafgaand aan de toets moet het duidelijk voor de studenten zijn wat er van hen verwacht wordt bij het maken van de toets en welke regels er gelden ten aanzien van de afname van de toets. Dit wordt vermeld op de toets zelf (schriftelijk of digitaal) en kan tevens toegelicht worden door de surveillanten.
De locatie en omstandigheden
De toetslocatie kan invloed hebben op de prestatie van studenten. Er moet bijvoorbeeld aandacht zijn voor temperatuur, geluidsoverlast en de opstelling van de tafels. In het geval van een digitale toets, zorgt de E-supportmedewerker voor deugdelijke hardware en software.
Toetsgebonden voorzieningen
De examinator van een schriftelijke toets (papier of digitaal) kan het gebruik van hulpmiddelen tijdens afname toestaan. We noemen dit toetsgebonden voorzieningen. De surveillant controleert tijdens afname of er enkel gebruik wordt gemaakt van toegestane voorzieningen.
We onderscheiden de volgende vier voorzieningen: