Afwegingskader samenwerking maatschappelijke partners

De Radboud Universiteit wil van betekenis zijn voor de samenleving en werkt daarom ook samen met niet-universitaire partners. Dat zijn bijvoorbeeld non-gouvernementele organisaties, overheden of commerciële bedrijven. Omdat de universiteit ook dan wil vasthouden aan de eigen normen rondom academische vrijheid, wetenschappelijke integriteit en mensenrechten, is daarvoor een kader nodig.

Op verzoek van het college van bestuur heeft de adviescommissie samenwerkingsverbanden daarom ook voor die samenwerkingen een passend afwegingskader opgesteld. Daarbij zijn dezelfde principes en uitgangspunten gehanteerd als bij een eerder besproken en vastgesteld afwegingskader.

Afwegingskader voor samenwerking met maatschappelijke partners

Bijeenkomsten

Het college van bestuur wil graag weten hoe medewerkers van de universiteit daarover denken. Hoe kan dit kader onderzoekers en faculteiten behulpzaam zijn om de juiste afweging rondom toekomstige samenwerkingen te maken? En welke werkwijze kunnen zij daarbij hanteren? Radboud Reflects is gevraagd dit boven tafel te krijgen door een aantal bijeenkomsten te organiseren. Nadere communicatie hierover volgt binnenkort via Radboud Reflects.  Het college van bestuur bespreekt het afwegingskader ook met de medezeggenschap, alvorens het vast te stellen.

Om te verkennen wat voor ervaringen we als universiteit al hebben in de samenwerking met partijen in de veiligheids- en weerbaarheidssector, zoals het ministerie van defensie, inlichtingendiensten en de NCTV, kwamen in december onderzoekers bij elkaar, samen met enkele (vice)decanen en een vertegenwoordiging van de adviescommissie. Dit, omdat vanuit die hoek steeds meer vraag komt naar wetenschappelijk onderzoek. Het college dankt de aanwezigen en de adviescommissie voor hun inbreng. 

Uit het Afwegingskader

Hieronder een aantal hoofdlijnen uit het Afwegingskader samenwerking met maatschappelijke partners:

Ook als de overheid opdrachtgever is, mag zij niet trachten de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek te beïnvloeden of bijvoorbeeld publicatie van onwelgevallige uitkomsten van het onderzoek te voorkomen.

(Afwegingskader samenwerking met maatschappelijke partners, p.4)

Academische vrijheid is niet grenzeloos of absoluut. Aan die vrijheid zijn, net als bij de meeste vrijheidsrechten of grondrechten het geval is, allerlei al of niet wettelijke beperkingen gesteld.

(Afwegingskader samenwerking met maatschappelijke partners, p.5)

Academische vrijheid op het punt van samenwerkingsverbanden komt slechts voor inperking in aanmerking, wanneer het aangaan of in stand houden van samenwerkingsverbanden leidt tot schending van wettelijke verplichtingen (inclusief verdragsverplichtingen), in het algemeen schending van het recht, of schending van algemeen ondergeschreven (gedrags)codes. 

(Afwegingskader samenwerking met maatschappelijke partners, p.6)