College van bestuur vraagt commissie om advies voor naamgeving op campus

Naar wie of wat worden straten, gebouwen of kamers op de Radboudcampus vernoemd? Wat zijn daarvoor de uitgangspunten en welke criteria moet de universiteit daarvoor hanteren? Op dit moment zijn daar geen afspraken over. Het college van bestuur wil hier in 2024 duidelijkheid over geven. In voorbereiding daarop vraagt het college van bestuur een commissie om advies.

Aanleiding zijn vragen van medewerkers en het KNAW-rapport Wankele sokkels dat dit jaar op 23 oktober werd gepresenteerd.

De commissie zal bestaan uit deskundigen uit de wetenschap, studenten en medewerkers uit de ondersteuning. In het eerste kwartaal van 2024 wordt de commissie samengesteld. Verzoek aan de commissie is een brede groep van de academische gemeenschap te betrekken. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door het organiseren van een of meerdere open bijeenkomsten.

Beelkamer

In afwachting van het advies heeft het college van bestuur besloten om de Beelkamer in Huize Heyendael vanaf januari 2024 vooralsnog de oude naam “De Salon” terug te geven. Daarmee wil het college van bestuur ruimte maken voor de bredere naamgevingsdiscussie. Vier kamers in Huize Heyendael zijn in 2002 vernoemd naar de vier oud studenten van de Nijmeegse universiteit die minister president van Nederland zijn geworden. Naast Louis Beel zijn dat Dries van Agt, Victor Marijnen en Jo Cals. Het bereiken van deze positie beantwoordde aan een klassiek stichtingsmotief van de universiteit: bijdragen aan de emancipatie van het katholieke volksdeel.

Bezwaar

Sinds 2021 maakte een aantal medewerkers bezwaar tegen de naam van de Beelkamer vanwege de positie van Louis Beel ten aanzien van het geweld en de oorlog in Indonesië na de Tweede Wereldoorlog. Het college van bestuur ging met de medewerkers in gesprek en raadpleegde diverse deskundigen.

Vanwege de ernst en omvang van dat geweld, zoals vastgesteld door NIOD, en de rol van Louis Beel zoals beschreven in het op 3 oktober gepresenteerde NIOD-rapport Talen van geweld heeft het college van bestuur besloten om, in afwachting van het advies van de commissie, de naamswijziging vooralsnog door te voeren. De conclusie van Talen van geweld luidt: ‘Politieke leiders zijn passief gebleven in het volle zicht op en in volle verantwoordelijkheid voor normoverschrijdend geweld van eigen militairen, inclusief oorlogsmisdaden.’

Louis Beel

Louis Beel studeerde van 1924 tot 1928 Nederlands recht aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen (nu Radboud Universiteit). In 1935 promoveerde hij aan deze universiteit en van 1948 tot 1951 was hij er hoogleraar bestuursrecht en bestuurskunde. Nadien was hij van 1956 tot 1965 curator van de Nijmeegse universiteit. Louis Beel was minister-president van Nederland van 1946 tot 1948 en van

1958 tot 1959. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam Beel ontslag als ambtenaar van de gemeente Eindhoven uit protest tegen de benoeming van een NSB’er tot burgemeester, onder wie hij niet wilde dienen. Na de Duitse bezetting leverde hij als politicus en bestuurder een belangrijke bijdrage aan het herstel van Nederland. Van 1948 tot 1949 was hij als Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon de hoogste gezagsdrager in Nederlands-Indië. In die functie, en tevoren als premier, droeg hij politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de oorlog tegen de Republiek Indonesië, die destijds door Nederland als ‘politionele acties’ werd aangeduid. In de laatste jaren is er meer aandacht voor en erkenning van het geweld dat daarbij van Nederlandse zijde stelselmatig werd gebruikt, onder verantwoordelijkheid en met kennis van Louis Beel, zoals ook blijkt uit NIOD-onderzoek Talen van Geweld (2023).

Schilderij

In het Grotiusgebouw bij het schilderij van de vier minister-presidenten, die allen rechten in Nijmegen hebben gestudeerd, zal de Faculteit der Rechtsgeleerdheid een soortgelijke tekst zoals hierboven ter informatie delen.

Contactinformatie