Eindelijk een paar dagen voor mezelf in de meivakantie, ik keek er enorm naar uit. Sinds kerst was dat er niet meer van gekomen. Toen het langzaam april werd, merkte ik dat mijn veerkracht hier behoorlijk onder te lijden had gehad. Met een strakke planning, discipline en flink wat avond- en weekenduren werkte ik richting die vrije dagen. Maar zoals vaak met mooie plannen en strakke planningen: het liep anders.
Mijn mede-auteur, die mijn artikel nog zou redigeren voor een harde deadline, werd ziek. Mijn mede-docent viel uit op het moment dat we 200 tentamenvragen en 20 papers moesten nakijken. Studenten wilden hun cijfers (volledig begrijpelijk) om te bepalen welke hertentamens ze moesten doen, of omdat ze wilden afstuderen. Ondertussen had onze vernieuwde masteropleiding ook nog wat ‘tlc’ nodig om alles netjes voor het nieuwe collegejaar vast te leggen.
En hoe kies je dan? Niks kan níét. We doen het voor de studenten, voor de opleiding, voor het grotere geheel. Voor dat artikel dat impact kan hebben, als het tenminste ooit verschijnt. “Denk je ook aan jezelf?” Die heb ik vaak gehoord de afgelopen maanden. Maar hoe dan? Want onderwijs gaat voor. Of preciezer: onderwijs is het meest urgent. Dat maken OER’en, deadlines en vriendelijke doch dwingende systeem-reminders glashelder. En met maar 40 uur in een werkweek moet er dan dus ergens iets wijken.
Dat is zelden het onderwijs. Vaak is het onderzoek en je privéleven. Daar zit (op korte termijn) geen systeem achter dat piept om je eraan te herinneren dat het óók moet gebeuren. Geen automatische mail die zegt: “Hé, je hebt al drie weken niet aan je artikel gewerkt.” Dus schuift het op. We hebben het allemaal wel eens gehoord: “ik heb lekker vakantie opgenomen, zodat ik in alle rust aan dat artikel kan schrijven”. Je onderzoek doen in wat herstel-tijd zou moeten zijn; we zijn het inmiddels bijna normaal gaan vinden.
Dat privéleven piept soms ook wel, maar niet met een deadline in de onderwerpregel. Dus negeren we het makkelijker. Ik werd er laatst thuis nog fijntjes op gewezen dat ik al een tijdje een soort mantra aan het ontwikkelen was: “Nog twee weken, dan wordt het rustiger. Als dit gedaan is, dan heb ik weer tijd om…”. Het bleek zelden écht zo.
Ik heb geen oplossing, maar ik denk wel dat we een volgende stap van Erkennen en Waarderen hard nodig hebben. Niet omdat we door dat harde werken alles zo bovengemiddeld excellent doen, maar omdat het lukt om ons onderwijs overeind te houden en, hopelijk, ook onszelf en elkaar. En dan bedoel ik niet dat we elk overleg moeten beginnen met een applausje voor onszelf. Maar wel dat we een gesprek voeren met elkaar over wat we allemaal doen, wat we misschien ook niét moeten doen, en waar we ons in willen ontwikkelen en waar we meer bereiken als we elkaars sterke punten gebruiken om collega’s ook verder te helpen. Je weet wel, die gesprekken waar we eigenlijk geen tijd meer voor hebben omdat urgentie voorrang krijgt. Misschien kunnen we het beter Reflecteren & Waarderen noemen.
Komende week ben ik jarig. Wat zou het een mooi cadeau zijn als we allemaal met onze collega’s een goed gesprek hebben over wat ons energie kost, energie oplevert, en hoe we kunnen zorgen dat we samen overeind blijven. Met behoud van onze individuele en afdelingsveerkracht. Dat zou ik nou een mooi cadeau vinden.