Waar haal jij je onderwijslust vandaan?
''Voor mij ontstaat onderwijslust als ik zie dat iemand ineens anders gaat kijken. Niet omdat ik het antwoord heb gegeven, maar omdat een gesprek, ervaring of vraag iets in beweging heeft gezet. Dat kan bij een student zijn, maar net zo goed bij een ervaren professional.
Juist op de werkplek zijn er voortdurend van dat soort leermomenten, alleen herkennen en benutten we ze lang niet altijd. En dat vind ik eigenlijk zonde. We stoppen veel energie in curricula en onderwijs, terwijl een groot deel van het leren gewoon tijdens het dagelijkse werk plaatsvindt. Ik vind het interessant om te zoeken naar manieren waarop we dat leren beter kunnen benutten, het kunnen verbinden aan formeel onderwijs en mensen kunnen blijven uitdagen om zich te ontwikkelen.''
Welk onderwijsmoment is jou altijd bijgebleven?
''Het is niet één specifiek moment. Wat me vooral bijblijft, zijn momenten waarop studenten iets benoemen wat wij als opleiders zelf eigenlijk niet meer zien. En dat zo'n observatie vervolgens ook iets doet met die opleiders.
Dat zie ik bijvoorbeeld tijdens de Verwonder- en Verbetergesprekken die we binnen de coschappen hebben ontwikkeld en nu met behulp van een Comeniusbeurs verder ontwikkelen. Studenten en opleiders gaan daarin met elkaar in gesprek over wat hen opvalt in de leeromgeving. Soms gaat het om iets heel kleins, maar juist daarin kunnen cultuur, hiërarchie of impliciete verwachtingen zichtbaar worden. Ik vind het mooi als er dan niet alleen meer begrip ontstaat voor elkaars perspectief, maar er daarna ook daadwerkelijk iets verandert.''
Wat hoop jij studenten mee te geven?
''Dat een goede dokter niet degene is die altijd meteen het antwoord weet. Ik hoop dat studenten nieuwsgierig blijven, onzekerheid durven verdragen en kritisch leren kijken naar hun eigen handelen, maar ook naar de gewoontes van de omgeving waarin ze werken.
Geneeskunde verandert voortdurend. We kunnen studenten dus onmogelijk alleen maar leren wat ze later moeten weten en doen. Ze moeten vooral leren hoe ze zich kunnen blijven ontwikkelen en aanpassen, zonder klakkeloos mee te bewegen met wat er al gebeurt. En ik hoop dat ze ervaren dat goede zorg uiteindelijk altijd iets gezamenlijks is: met patiënten én met andere professionals.''
Waar ben je als docent trots op?
''Ik ben vooral trots op onderwijs waarin studenten niet alleen onderwijs krijgen, maar ook daadwerkelijk invloed hebben op hun leeromgeving. De Verwonder- en Verbetergesprekken zijn daar voor mij een mooi voorbeeld van.
Daarnaast vind ik het heel leuk dat ik nu betrokken ben bij de ontwikkeling van de nieuwe master Geneeskunde. We proberen daarin leren veel sterker te verbinden met echt meedoen in de praktijk. Ik zou graag zien dat onderwijs, patiëntenzorg en professionele ontwikkeling minder aparte werelden zijn. De werkplek is tenslotte niet alleen de plek waar je toepast wat je eerder hebt geleerd. Daar vindt juist een groot deel van het leren plaats.''
Wat zou je nog eens willen uitproberen in je onderwijs?
''Ik zou nog veel meer willen experimenteren met het leren dat gewoon tijdens het dagelijkse werk gebeurt. In de zorg leren we voortdurend: na een lastig patiëntgesprek, bij een onverwachte uitkomst, tijdens een overdracht of soms gewoon in een gesprek van vijf minuten met een collega. Maar daarna gaan we weer door en zo'n moment is ook zo weer verdwenen.
Ik zou graag onderzoeken hoe we die momenten beter kunnen herkennen en benutten voor verdere ontwikkeling. Maar wel zonder alles meteen te formaliseren, vast te leggen of er weer een checklist van te maken.''