Waar haal jij je onderwijslust vandaan?
‘’Onderwijs geven en ontwikkelen over mijn vak, de kinder- en jeugdpsychiatrie, is voor mij een manier om bij te dragen aan goede zorg voor gezinnen met psychische problemen. Dat is hard nodig, want helaas komen psychische problemen vaak voor, beginnen ze vroeg en met wat pech werken ze lang in het leven door. Ze zijn ook nog eens sterk verbonden met lichamelijke gezondheidsklachten. De kennis die ik zelf heb mogen opdoen over de ontwikkeling van psychische gezondheid zo vertalen dat die toegankelijk en toepasbaar is in de bredere gezondheidszorg, is tegelijkertijd een eer, een enorme uitdaging en een les in bescheidenheid.’’
Wat hoop jij studenten mee te geven?
‘’Tsja, laatst gaf ik een werkgroep aan een groep studenten die ik een jaar eerder ook les had gegeven. Toen ik vroeg of ze nog iets wisten van de vorige keer, kreeg ik vooral blanco blikken. In de laatste drie minuten zei één van hen ineens: “Hé, volgens mij heeft u dat vorige keer ook verteld.” Bescheidenheid is denk ik op zijn plaats.
Maar ik zou het natuurlijk prachtig vinden als studenten de kernboodschappen uit mijn onderwijs onthouden: dat iedereen soms meer of minder psychisch gezond is; dat wat we in onze jeugd meemaken, samen met erfelijke aanleg, een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van ernstige psychiatrische stoornissen; en dat deze kwetsbaarheid vaak binnen gezinnen en over generaties heen wordt doorgegeven. Tegelijkertijd hoop ik dat ze meenemen dat psychiatrische stoornissen, net als andere ziektebeelden, soms goed te behandelen zijn. Hierdoor kan weer ruimte ontstaan voor groei en ontwikkeling en kan de kwaliteit van leven toenemen.’’
Wat heb jij geleerd van je studenten?
‘’Echt elke keer als ik onderwijs geef krijg ik wel een vraag waarop ik het antwoord nog niet heb gevonden. Dat zorgt ervoor dat ik ook zelf blijf leren van de volgende generatie studenten over mijn vak, waarin niemand alle antwoorden heeft. Met een mooi woord heet dat mutual-transgenerational learning, te vertalen als iets als wederkerig-leren-over-generaties-heen. Dat concept past goed bij wat ik vanuit de kinder- en jeugdpsychiatrie heb geleerd over opvoeden. Kinderen leren natuurlijk heel veel van ouders, maar elke ouder weet dat je gaandeweg ook enorm veel van je kinderen kan leren: over jezelf, over hen, maar ook over specifieke dingen of over hoe je kan omgaan met het leven.’’
Waar ben je als docent trots op?
‘’Meestal als ik onderwijs geef lukt het me wel om studenten te boeien, zelf te laten nadenken en te activeren. Laatst mocht ik een keer een werkgroep psychiatrische gesprekstechnieken geven op vrijdagmiddag. Ik was er wat eerder en hoorde toevallig drie studenten in de gang tegen elkaar zeggen dat ze er helemaal geen zin in hadden, hoe stom en hoe nutteloos die werkgroepen altijd zijn. Als ze na anderhalf uur enthousiast met elkaar bespreken wat ze hebben geleerd en met een glimlach de deur uitlopen, dan is mijn weekend goed.’’
Wat zou je nog eens willen uitproberen in je onderwijs?
‘’Er zijn een paar dingen die ik de komende jaren graag wil uitproberen in het onderwijs over psychiatrie. We starten op dit moment samen met MIND (een maatschappelijke organisatie die zich sterk maakt voor een psychisch gezonder Nederland) een onderwijsinterventie rondom ervaringsdeskundigheid, waarin we studenten stimuleren om zich in te leven in anderen met psychische klachten, dit te verbinden aan hun eigen ervaringen en de vertaalslag te maken naar hun rol als hulpverlener. Op langere termijn zou ik graag een tool ontwikkelen voor online gepersonaliseerde simulatie en gesprekstechnieken. Ook staat een vorm van trans-culturele casusbespreking op mijn verlanglijst, waarbij contact met artsen (in opleiding) uit andere landen studenten kan helpen om de effecten van onze cultuur op psychische gezondheid en het zorgsysteem beter te begrijpen.’’