Portretfoto van medewerker Jelle Guldenaar poserend voor het Maria Montessorigebouw
Portretfoto van medewerker Jelle Guldenaar poserend voor het Maria Montessorigebouw

Hoe toetsing het onderwijs stuurt

Komt de stof op het tentamen? Is deze opdracht voor een cijfer? Zulke vragen van studenten komen geregeld voorbij in de collegezaal. Wat betekent dit? Gaat studeren dan alleen over toetsen en cijfers? In het kader van het project ‘Een Slimmer collegejaar’, ging het projectteam toetsbeleid van de Faculteit der Sociale Wetenschappen begin 2024 aan de slag om het onderwijs niet alleen om het toetsmoment te laten draaien, maar juist om diepgaand leren. Jelle Guldenaar, projectleider facultair toetsbeleid, vertelt ons over het project.

Toetsbeleid: van eisen naar afspraken

“Het uitgangspunt van het toetsbeleid is om weer te gaan toetsen om te leren, en niet te leren om te toetsen” legt Jelle uit. De gemaakte afspraken over doelen, kwaliteit en verantwoordelijkheden rondom toetsen staan beschreven in het facultaire toetsbeleidskader. "Daarin staan 16 voorwaarden centraal waar toetsing van onze opleidingen aan moeten voldoen. Je kunt denken aan inhoudelijke voorwaarden, zoals de kwaliteit van een toets, maar ook aan zaken die meer te maken hebben met het proces: wie kijkt de toetsen bijvoorbeeld na, en wie overziet het geheel?” Hoewel de faculteit het algemene toetskader heeft vastgesteld, kunnen opleidingen zelf invulling geven aan de 16 voorwaarden. Op die manier houdt iedere opleiding de eigen regie over de toetsing. Het projectteam helpt opleidingen de toetsing te verbeteren en te herzien waar nodig.

Voor student én docent

Zowel studenten als docenten zijn gebaat bij een uitgedacht toetsplan. Bijvoorbeeld door aan te sturen op formatief handelen, hebben studenten minder last van piekbelasting. “Zo voorkom je dat ze grote hoeveelheden stof moeten leren in één tentamenweek, die vervolgens maar kort blijft hangen” legt Jelle uit. “Door de focus beter te verdelen over het leerproces, krijgen studenten én docenten beter inzicht in welke stof wordt beheerst, en wat nog extra aandacht nodig heeft.” Toch is de overgang naar formatief handelen niet eenvoudig. “Studenten steken nu vaak vooral moeite in een summatieve toets, in plaats van in opdrachten zonder cijfer,” zegt Jelle. “Daardoor ontstaat onderlinge concurrentie en ervaren docenten formatief handelen soms als iets dat niet werkt. Ontwikkeling en onderlinge afstemming blijft dus nodig.” 

Toetsprojecten in actie

“Door de vele verschillende verantwoordelijkheden ligt de werkdruk bij docenten hoog. Dat zij desondanks steeds meer aandacht hebben voor toetsing, vind ik een onwijs gave ontwikkeling”, aldus Jelle, “Zo ondersteunen we momenteel drie opleidingen in het vernieuwen van hun toetsing. Samen met examencommissies, docenten, onderwijskundigen en studenten pakken we hun vraagstukken aan. Deze zijn heel divers: bij de ene opleiding gaat het over de organisatie van toetsing, bij een andere over de ontwikkeling van een toegankelijk en volledig beleid, en bij de derde opleiding inventariseren we hoe vaak en op welke niveaus bepaalde eindtermen worden getoetst. Inmiddels hebben we als projectteam zes opleidingsdirecteuren en de onderwijsdirecteur geadviseerd over de gewenste veranderingen in de huidige manier van toetsen, waarmee opleidingen aan de slag (kunnen) gaan. Een mijlpaal!” 

Contactinformatie

Gaat over persoon
J.R. Guldenaar (Jelle) MSc