“Als je geen liefde hebt voor je leerlingen, ben je geen goede docent!” De student die in mijn kantoor zit, windt er geen doekjes om. Ze wil graag haar scriptie bij me schrijven voor haar educatieve master filosofie en ze kijkt me strijdvaardig aan. Wat haar betreft is liefde absoluut noodzakelijk in het onderwijs en wordt haar scriptie een pleidooi voor meer tijd daarvoor.
“Boeiend onderwerp” zeg ik. “Heel relevant. Spannend ook wel. Heb je al een idee wat je precies met liefde bedoelt? Heb je al filosofen gelezen die je kunnen helpen dat preciezer te maken?”
Die term ‘liefde’, die sneuvelt nog wel, denk ik bij mezelf. Dat zal wel iets worden als ‘zorg dragen voor’ of ‘betrokken zijn bij’.
Liefde en liefde
Hou jij van je studenten? Of toch van sommigen?
En vind je dat een ongemakkelijke vraag?
Dat ongemak zou niet gek zijn natuurlijk. Wie de afgelopen jaren de Vox een beetje heeft bijgehouden, weet dat het flink mis kan gaan wanneer docenten van hun studenten houden. Niet in het minst aan mijn eigen faculteit.
Maar, zo spreekt hier de filosoof, we moeten wel onderscheid maken tussen verschillende soorten liefde. Liefde gaat over aandachtig open staan en zorg willen dragen voor een ander. Bij relaties tussen volwassenen—romances, vriendschappen—verwachten we dat dat over en weer gebeurt. Dat is anders bij relaties tussen ouders en jonge kinderen. Ook relaties tussen docenten en studenten zijn, als het goed is, asymmetrisch. Bovendien zijn ze toegespitst op de ontwikkeling van de student. Dat is het doel waar wij als docenten zorg voor dragen. Omgekeerd hoeven studenten niet op dezelfde manier open te staan voor ons en onze (ontwikkel)behoeftes. Ze zijn vrij om de tijd en aandacht die dat zou kosten te steken in hun leerproces.
Die warme en open aandacht van docenten kan cruciaal zijn om te kunnen leren. Uit je comfortzone stappen is lastig wanneer je een zakelijke of zelfs oordelende blik op je voelt rusten; bij een warme blik durf je eerder. Fouten durven maken is makkelijker wanneer je weet dat een docent je toch wel welwillend bekijkt. Kritische feedback accepteren en ervan leren gaat beter wanneer je voelt dat jouw ontwikkeling de docent ter harte gaat.
Lentekriebels en bewondering
Sommige onderwijsvormen zijn persoonlijker dan andere. Kleinschalig onderwijs in werkgroepen bijvoorbeeld. Onderzoeksmasterseminars. Mentorgroepen. Scriptieprocessen.
En dan zijn het niet alleen docenten die kunnen gaan houden van hun studenten, al dan niet op gepaste wijze. De bewondering die studenten kunnen hebben voor docenten, omdat wij iets kunnen wat ze zelf willen leren, die bewondering valt op 21-jarige leeftijd maar al te gemakkelijk te verwarren met verliefdheid. Dan is het aan ons docenten om die bewonderende aandacht weer terug te leiden naar waar ze hoort: naar de stof, naar het leerproces, naar het ontwikkelen van de vaardigheden waarnaar studenten verlangen.
Dat is een precair proces. En er worden ieder semester studenten verliefd op docenten. Zullen we het daar eens wat vaker over hebben?
Of de ongemakkelijkere situatie, andersom. We zijn allemaal menselijk, zeker in de lente. Je aangetrokken voelen tot een student is iets dat kan gebeuren. Het is geen misdaad. Maar het is wel een probleem waar je iets mee moet. Want hoe ga je ermee om zonder dat je de vrijplaats die de student in kwestie nodig heeft om te kunnen leren in gevaar brengt? Vergis je niet: zodra een student in de gaten heeft wat jij voelt, is die vrijplaats weg. Aandacht die naar het leerproces zou moeten gaan, gaat dan naar jou als verliefde docent en naar gedachten over wat jij zou kunnen gaan doen. Hoe voorkom je dit? Hoe ga je als docent om met je gevoelens en laat je de asymmetrie in de relatie bestaan?
Nog zo’n precair proces. Wat zou ik graag zien dat we elkaar ondersteunen hierbij.
Pedagogische liefde
Het docentschap is een waagstuk. De student die bij mij haar scriptie schreef, heeft uiteindelijk de term ‘pedagogische liefde’ gekozen. Haar invulling daarvan was behoorlijk idealistisch. Maar dat ze vasthield aan ‘liefde’, daar zie ik inmiddels de meerwaarde van in. Omdat het duidelijk maakt dat de docent-studentrelatie dicht ligt bij andere vormen van persoonlijke relatie. Niet alleen romantische/erotische liefde trouwens, ook ouderlijke liefde en vriendschap. Aan ons de taak om de relatie pedagogisch te houden, dat wil zeggen: asymmetrisch en gefocust op de ontwikkeling van de student.