Aafke verzorgt de cursussen Academische Vaardigheden 1 en Academische Vaardigheden 2 voor eerste- en tweedejaars studenten Pedagogische Wetenschappen. Daarnaast ondersteunt ze bij de coördinatie van deze cursussen en begeleidt ze bachelorscripties. Aafke: “In AV1 leren studenten wetenschappelijke literatuur zoeken, beoordelen en gebruiken voor een literatuuronderzoek. In AV2 ontwikkelen tweedejaars studenten de vaardigheden om een empirisch onderzoek op te zetten. Ze ontwerpen een vragenlijst, voeren analyses uit en schrijven zelfstandig een eindverslag.”
Voor Aafke wordt het inmiddels de vijfde keer dat ze de twee cursussen geeft. “In het begin vond ik AV2 een uitdagend vak om te geven, maar inmiddels heb ik veel meer inzicht in hoe alles samenhangt. Ik weet nu beter waar ik de nadruk op moet leggen, welke onderdelen ik kan toevoegen en wat ik eventueel weg kan laten.” Wat Aafke vooral aanspreekt, is dat het nooit hetzelfde is: “Elke groep is weer anders, met een unieke dynamiek. Het contact met studenten vind ik ontzettend leuk; het is heel interactief en geeft veel energie.”
Door de mentorgesprekken begrijp ik nu dat ogenschijnlijk ongemotiveerd gedrag vaak een oorzaak heeft
Bij AV1 vervult Aafke ook de rol van mentor. “De mentorgesprekken op persoonlijk niveau voegen echt iets extra's toe. Je krijgt een beter beeld van de student achter het werk en begrijpt dat ogenschijnlijk ongemotiveerd gedrag vaak een oorzaak heeft. Het is meestal geen kwestie van onwil of gebrek aan motivatie, ook al lijkt dat soms zo. Het is mooi om te zien hoe studenten groeien tijdens de cursus en steeds vaardiger worden in wat ze doen. Dat maakt het werk heel waardevol.”
Toen Aafke begon met lesgeven, vond ze klassenmanagement een uitdaging. “Ik wist niet goed hoe ik de klas weer stil moest krijgen. Nu weet ik dat het helpt om gewoon stil te blijven, de klas in te kijken en even niks te zeggen. Je hoeft niet altijd streng te zijn. Ik heb nu een houding gevonden waarmee ik vriendelijk blijf én de aandacht krijg.” Een andere uitdaging is voor Aafke het vinden van een balans tussen onderwijs en onderzoek. “Sommige cursussen brengen pieken in het nakijkwerk met zich mee, en dat combineren met mijn onderzoek is soms lastig. Soms moet ik mijn onderzoek uitstellen omdat ik veel tijd nodig heb om goed nakijkwerk te leveren. Ik wil namelijk feedback geven waar studenten echt iets aan hebben.”
Je hoeft niet altijd streng te zijn. Ik heb nu een houding gevonden waarmee ik vriendelijk blijf én de aandacht krijg.
Naast haar onderwijsactiviteiten doet Aafke onderzoek naar de relatie tussen internet- en sociale mediagebruik en het mentale welzijn van studenten. Ze is bezig haar eerste paper af te ronden. “Uit dit onderzoek blijkt dat studenten die veel problematisch internetgebruik vertonen, ook vaak de studenten zijn die meer depressieve klachten, eenzaamheid en FoMO ervaren. Maar als je als student tijdelijk meer problematisch internet gebruikt dan normaal, dan is het volgens de bevindingen niet per definitie het geval dat je depressieve klachten, eenzaamheid en FoMO ook toenemen binnen een (half)jaar. In vervolgonderzoek wil ik me meer richten op sociale mediagebruik, bijvoorbeeld de verschillen tussen actief en passief gebruik, en de effecten daarvan op het mentaal welzijn. Wat ik hier erg leuk vind, is dat mijn onderzoek net als mijn onderwijs nauw verbonden is met studenten.”