programmamanagers Lars en Joep
programmamanagers Lars en Joep

Radboud Universiteit start programma Digitale Soevereiniteit

De Radboud Universiteit zet een belangrijke stap richting meer digitale onafhankelijkheid met de start van het programma Digitale Soevereiniteit. Met dit ambitieuze programma wil de universiteit de komende jaren haar afhankelijkheid van een klein aantal grote technologiebedrijven verkleinen en werken aan een digitale omgeving die beter aansluit bij digitale autonomie, onafhankelijk onderzoek en onderwijs.

Aanleiding voor het programma zijn de snel veranderende geopolitieke ontwikkelingen, die duidelijk maken hoe kwetsbaar organisaties kunnen zijn door afhankelijkheid van externe partijen. Voor een universiteit is het van groot belang om zelf regie te houden over digitale infrastructuur en data. Daarom wordt naast een langetermijnvisie op digitale autonomie ook gewerkt aan een functioneel ‘digitaal noodpakket’, waarmee essentiële processen tijdens calamiteiten kunnen blijven draaien.

Behoefte aan meer digitale autonomie

De afgelopen decennia is de Radboud Universiteit steeds afhankelijker geworden van een beperkt aantal, voornamelijk Amerikaanse, technologiebedrijven. Dit voelde voor velen vertrouwd en eenvoudig, maar brengt risico’s met zich mee, bijvoorbeeld rond datatoegang, beschikbaarheid van systemen en keuzevrijheid.

De behoefte aan meer digitale autonomie werd vorig jaar nadrukkelijk onderstreept door een open brief die door honderden medewerkers en studenten werd ondertekend. In reactie daarop sprak het college van bestuur uit de zorgen te onderschrijven en een koers te willen inzetten naar minder afhankelijkheid van Big Tech. Het programma Digitale Soevereiniteit geeft nu concreet invulling aan die ambitie.

Aanstelling programmamanagers Digitale Soevereiniteit

Om deze transitie vorm te geven, zijn Lars Burgers en Joep Bos-Coenraad aangesteld als programmamanagers Digitale Soevereiniteit. Zij gaan het programma de komende jaren leiden en uitbouwen.

‘We werken toe naar een digitale omgeving die past bij een onafhankelijke universiteit’, zeggen Burgers en Bos-Coenraad. ‘Daarbij zoeken we nadrukkelijk de samenwerking op met andere universiteiten, leren we van best practices elders en willen we vooroplopen met technologie waarmee we als Radboud Universiteit het voortouw nemen. We zoeken collega’s die een voortrekkersrol willen spelen, maar ook collega’s voor wie deze omslag minder vanzelfsprekend is. Juist samen kunnen we deze transitie laten slagen.’

Over hun gezamenlijke rol zeggen zij: ‘We hebben een sterke band met onze universiteit en veel affiniteit met het onderwerp. Met onze verschillende werkervaringen, netwerken en persoonlijke eigenschappen vullen we elkaar goed aan. Het is een urgente opdracht waar we met veel energie aan zijn begonnen.’