Medewerkers van de Radboud Universiteit zijn over het algemeen positief over hun werk. Het werkplezier wordt beoordeeld met een 7,6, zo blijkt uit de personeelenquête die door meer dan helft van de medewerkers is ingevuld. De sfeer op de Radboud Universiteit wordt over het algemeen als prettig ervaren. Collega’s tonen respect en waardering voor elkaar en medewerkers kunnen zichzelf zijn (4,0 op een 5-puntsschaal). Over de eigen leidinggevende zijn medewerkers ook positief.
Het percentage medewerkers dat grensoverschrijdend gedrag heeft ervaren, is gedaald van 21% naar 18%. De meest voorkomende vormen blijven roddelen, buitensluiten en machtsmisbruik. Van de medewerkers die grensoverschrijdend gedrag meemaakten, heeft 67% dit gemeld of is dit van plan te doen. Zij zijn over het algemeen tevreden over de ondersteuning door vertrouwenspersonen en andere formele aanspreekpunten. Hoewel de ontwikkeling positief is, blijven de cijfers hoog en is het van belang dit thema hoog op de agenda te houden.
Werkdruk
Vanwege hoge taakeisen ervaren wetenschappelijk medewerkers nog altijd een bovengemiddelde werkdruk (7,3 op een 10-puntschaal). Sociale steun en regelmogelijkheden worden genoemd als belangrijke energiebronnen die helpen om hiermee om te gaan. Medewerkers geven tevens aan hun werktijden goed te kunnen afstemmen op hun privésituatie (4,2 op een 5-puntsschaal). De ervaren werkdruk is vergelijkbaar met 2024. Werkdrukbeheersing is een van de doelen uit de nieuwe strategie.
Werkgever
De waardering voor de Radboud Universiteit als werkgever is iets gedaald: 7,3 (was 7,5 in 2024). De mate waarin medewerkers vertrouwen hebben in de wijze waarop de organisatie wordt geleid is voor verbetering vatbaar (3,4 op een 5-puntsschaal). Wetenschappelijk personeel is daarbij minder tevreden dan medewerkers professionele diensten.
Vervolg
Binnen de faculteiten en diensten zal er nader gecommuniceerd worden over de specifieke resultaten van de afdelingen. De komende maanden worden de resultaten besproken door de besturen en medewerkers. De acties die uit de enquête volgen bespreekt het college van bestuur na de zomer met de universitaire medezeggenschap.