Wetenschapscommunicatie
Wil je je onderzoeksresultaten met de wereld delen, of zoek je andere tips over het communiceren over je onderzoek? Ontdek ervaringsverhalen van andere onderzoekers en tips van het team persvoorlichting en wetenschapscommunicatie.
Tips en ondersteuning
Als je als wetenschapper je onderzoek met de wereld wil delen, zijn daar veel verschillende manieren voor. Denk bijvoorbeeld aan sociale media, publiekslezingen, lesgeven op scholen, nascholing geven maar ook optreden in de media. Maar het begint altijd met de vraag: Wat en wie wil ik bereiken met mijn onderzoek? In deze toegankelijke flyer voor onderzoekers geven we tips en algemene do's and don'ts over wetenschapscommunicatie.
Waar kan ik terecht voor hulp?
Binnen de Radboud Universiteit zijn er verschillende diensten en afdelingen die kunnen helpen bij het communiceren over je onderzoek:
- Team persvoorlichting en wetenschapscommunicatie: Voor algemene vragen over wetenschapscommunicatie of over contact met de pers
- Radboud in'to Languages: Voor coaching en trainingen op het gebied van wetenschapscommunicatie, zoals mediatraining en grant writing.
- Afdeling communicatie Radboud Universiteit: Voor vragen over huisstijl, logo's of het gebruik van social media.
- Communicatieafdeling van je eigen faculteit of instituut: voor het delen van nieuws binnen de eigen facultaire gemeenschap, of met alumni van je faculteit.
- Wetenschapsknooppunt: Als je basisschoolleerlingen wil vertellen over je onderzoek
- Radboud Reflects: Als je geïnteresseerd bent in het geven van een publiekslezing
Ervaringsverhalen
Als je eenmaal zo’n publiekslezing hebt gegeven, word je voor steeds meer gevraagd
Cognitief neurowetenschapper Linda Drijvers werd tijdens haar PhD door haar promotor opgegeven voor Faces of Sciences: jonge wetenschappers die bloggen en vloggen over hun onderzoek. Na een paar maanden stond ze bloednerveus op een groot podium tijdens een Science battle. Daarna stroomden de verzoeken binnen en voor ze het wist, presenteerde ze haar onderzoek op Lowlands en bij de Universiteit van Nederland.
Van tevoren had ze nooit gedacht dat ze als onderzoeker zo veel bezig zou zijn met wetenschapscommunicatie. Maar ze was nog maar net begonnen aan haar promotietraject of ze stond al op een podium haar onderzoek uit te leggen aan een groot publiek. ‘Mijn promotor gaf mij al vroeg op voor Faces of Science en vanuit daar werd ik gevraagd om deel te nemen aan de Science battle voor promovendi. Ik presenteerde mijn onderzoek in tien minuten, helemaal in mijn eentje op een groot podium, zonder houvast van powerpointslides. Dat vond ik heel spannend.’
Vanaf dat moment kwamen er steeds meer verzoeken en stond de onderzoeker op allerlei evenementen: van publiekslezingen tot food markets en festivals als Mundial, het Weekend van de Wetenschap en Lowlands. Later nam de Universiteit van Nederland een video met haar op. ‘Van een lekenpubliek krijg je hele andere vragen dan van wetenschappers, harder ook, vragen als: Moet hier belastinggeld naartoe? Mensen zien het nut van alfa-onderzoek vaak minder in dan bijvoorbeeld van medisch onderzoek. Het was ontzettend leuk dat mensen aan het eind van mijn praatje vaak wel overtuigd waren, bijvoorbeeld als ik had verteld hoe we met mijn onderzoek communicatie kunnen verbeteren of gehoortesten ontwikkelen. Ik legde ook uit hoe we elkaar in drukke omgeving met behulp van handgebaren beter begrijpen. Die inzichten konden mensen in festivalsituaties meteen meenemen in de praktijk.
Soms te weinig tijd
Hoewel ik van tevoren niet van plan was om op festivals op te treden, denk ik wel dat het goed bij me past. Ik vond presenteren altijd al leuk, dus dit was een mooie kans om daar verder in te groeien. Ik spoor mijn promovendi nu ook aan om dit soort dingen te doen, omdat je zo goed leert om een boeiend verhaal te maken van je onderzoek. Natuurlijk hoeft niet iedereen op een podium te gaan staan, maar als je het wil, zijn er genoeg mogelijkheden. Bespreek het met je supervisor, die krijgt vaak veel aanvragen om praatjes te geven en kan dan jou af en toe naar voren schuiven. En als je interessant nieuw onderzoek hebt, licht dan altijd de afdeling wetenschapscommunicatie in.
Het kost natuurlijk wel veel tijd, dat vond ik weleens lastig. Soms deed ik ’s avonds bijvoorbeeld een theateroptreden in Drenthe en kwam ik pas middenin de nacht thuis. En ik kon niet altijd zomaar een dagje aan een blog gaan werken, want ik moest natuurlijk gewoon een proefschrift schrijven. Tegenwoordig krijgen promovendi gelukkig wel meer ruimte voor dat soort dingen.
Veel aan te danken
Maar uiteindelijk heb ik er veel baat bij gehad. Als je eenmaal zo’n publiekslezing hebt gegeven, word je voor steeds meer gevraagd. Zo kwam ik ook regelmatig op de radio en hoe meer ik daar te horen was, hoe meer verzoeken ik ook weer kreeg. Daarnaast heb ik een groot netwerk opgebouwd. Tijdens die science battles ontmoette ik veel andere promovendi, waar weer samenwerkingen uit zijn voortgekomen. Zo’n netwerk is ook handig als je bijvoorbeeld wil dat er iemand uit een ander vakgebied naar je onderzoeksvoorstel kijkt. Bij toekenningen van beurzen telt het ook mee wat je aan outreach hebt gedaan. Ik weet natuurlijk niet zeker of ik latere onderzoeksfinanciering aan mijn publieksoptredens te danken heb, maar de bekendheid die ik ermee kreeg, hielp vast mee.’
Je kunt je nog wel zo goed voorbereiden, maar je moet het ook gewoon gaan doen
In februari 2022 publiceerde promovenda Kiane de Kleijne samen met haar collega’s een paper met een ongemakkelijke boodschap: een groep technologieën waarmee tal van bedrijven wereldwijd de CO2-uitstoot willen indammen, zijn ontoereikend om de beoogde normen uit het klimaatakkoord van Parijs te halen. Een golf van interviewaanvragen van Nederlandse en internationale pers volgde. ‘Ik heb echt hele leuke gesprekken gehad met journalisten.’
Sinds haar onderzoek verscheen wordt De Kleijne nog steeds af en toe benaderd door journalisten die iets willen checken met haar als expert. ‘Ik vind dat altijd wel leuk. Vaak blijkt dat ik nuttige dingen kan vertellen. Journalisten stellen meestal ook echt interessante vragen. Soms zijn het vragen waar je niet in eerste instantie over na hebt gedacht, maar die wel relevant zijn. Als wetenschapper is het soms moeilijk om te blijven zien: wat betekent iets nou, en wie heeft hier echt wat aan? Deze gesprekken hebben me verder geholpen in het nadenken over wat ik wil doen met mijn onderzoek.’
Sprong in het diepe
‘Het was de eerste keer dat ik zoveel media-aandacht kreeg voor mijn onderzoek. Ik had me enorm goed voorbereid, omdat ik best nerveus was voor de vragen die op me af zouden kunnen komen. Maar ik heb ervaren dat je je nog zo goed kunt voorbereiden, maar dat je het ook gewoon moet gaan doen. Het is een sprong in het diepe, maar het is de enige manier om er handigheid in te krijgen. Ik ben nu veel minder nerveus als een journalist contact opneemt.’
Quotes checken
‘Wat ik ook heb geleerd is dat journalisten uit verschillende landen anders omgaan met het vooraf laten lezen van hun stukken. Nederlandse journalisten wilden meestal graag dat ik hun stukken checkte en hierdoor kon ik goed nuance aanbrengen in mijn verhaal. Maar andere journalisten uit bijvoorbeeld de Verenigde Staten of Engeland hebben me juist helemaal niet de mogelijkheid gegeven om mijn quotes te checken. Hierdoor kreeg ik het idee dat ik nóg scherper moest zijn in wat ik zei, het kostte het me meer energie om deze interviews te geven.’
‘Een tip die ik anderen dus zou willen meegeven is om aan het begin van het gesprek duidelijke afspraken te maken over het tegenlezen van quotes. Ook al was het soms ongemakkelijk, het leidde wel tot quotes waar ik helemaal achter stond.’
‘Ik heb al met al echt hele leuke gesprekken gehad met journalisten. Meestal waren ze oprecht heel geïnteresseerd in mijn onderzoek. Bij nader inzien vond ik het van tevoren spannender dan nodig. Daarom zou ik jonge onderzoekers die met de pers gaan praten willen meegeven: Heb er gewoon ook een beetje lol in, en de wereld vergaat echt niet als je iets niet weet.’
Zolang je zelf de regie houdt over welke informatie er naar buiten komt, kun je heel veel aan die publiciteit hebben
Historicus Coen van Galen begon met crowdfunding om zijn onderzoeksproject te financieren. Voor die actie was veel animo en hij kreeg er de nodige media-aandacht mee. Een paar jaar later weten de media hem nog altijd goed te vinden.
Op een zeker moment lukte het maar niet om financiering te krijgen voor een nieuw onderzoeksproject, waarmee Coen van Galen er samen met collega’s voor wilde zorgen dat de Surinaamse slavenregisters openbaar zouden worden. ‘Uiteindelijk zijn we als noodoplossing een crowdfundingcampagne gestart’, vertelt de historicus. ‘Dat bleek een gouden greep. Er kwam veel media-aandacht voor en dat leverde weer extra financiering op, bijvoorbeeld van het Prins Bernhard Cultuurfonds.’
‘De tijd was duidelijk rijp voor meer aandacht voor het slavernijverleden. De zwartepietdiscussie werd weer op grote schaal gevoerd en er was behoefte aan meer inclusieve geschiedwetenschap. Veel mensen vonden ons onderzoek belangrijk, dus er ontstond een soort sneeuwbaleffect van berichten over de campagne en mensen die elkaar vertelden over de actie. Uiteindelijk is die campagne denk ik de reden dat ik nog steeds in de academische wereld zit.’
Plankenkoorts
Ik vond vrij makkelijk de weg naar de media. Voordat ik in 2010 aan mijn promotietraject begon had ik een paar jaar als journalist bij de regionale omroep gewerkt, dus ik had al contacten en wist wel een beetje wat voor soort verhalen media graag horen. Die kennis had ik ook al ingezet tijdens mijn promotie, door ook over dat onderzoek veel in de media te vertellen. Daarvoor won ik zelfs nog de Hermesdorf Talentprijs in 2016.
Ook tijdens het slavernijproject kreeg ik steeds meer uitnodigingen van redacties om te komen vertellen over de registers en het onderzoek. Maar om dan ook echt iets te zeggen op radio of televisie vond ik toch nog een stap: ik had best last van plankenkoorts. Ik bereidde me heel goed voor, zodat ik precies wist wat ik moest zeggen. Dat hielp enorm en zo doe ik het nog steeds.
Eigen regie
Zolang je zelf de regie houdt over welke informatie er naar buiten komt, kun je heel veel aan die publiciteit hebben. Tegen mijn promovendi zeg ik het ook vaak : je moet de chauffeur zijn van je eigen bus en ruimte voor jezelf creëren. Natuurlijk wel op een manier die bij je past: niet iedereen hoeft op televisie te komen. De een kan goed met een groot publiek omgaan, de ander is beter in lesgeven of in werken achter de schermen.
Maar als je er wel van houdt, zou ik zeker proberen om op radio of televisie te komen. Als je eenmaal in de landelijke media bent geweest blijven redacties je vaak volgen. Zo deelde het NOS Journaal in 2021 nog onze oproep voor vrijwilligers om te helpen de Surinaamse bevolking tussen 1830 en 1950 in kaart te brengen. Daar kwamen heel veel aanmeldingen voor. Ons onderzoek heeft heel veel te danken aan al die aandacht.’
Blijf bij je eigen kracht en reageer niet overal op
In 2017 brachten bevindingen in Duitse natuurgebieden de teloorgang van insecten in het middelpunt van de belangstelling. Hoogleraar Hans de Kroon coördineerde het onderzoek, met talloze optredens in de media en gesprekken met beleidsmakers tot gevolg.
De Kroon ziet het als een gamechanger in zijn loopbaan als wetenschapper. ‘Mijn onderzoek is een nieuwe weg ingeslagen, wat nooit was gebeurd als we deze bevindingen niet hadden gepubliceerd. Ik ben nu constant bezig met de kern: wat hebben deze resultaten nu werkelijk te vertellen? De jaren die volgden op de publicatie heb ik zowat elke week wel mijn verhaal gedaan: voor het Europees Parlement, in Den Haag, bij de Provincies en de Waterschappen.’
Telefoon roodgloeiend
‘Ik was in eerste instantie wel verrast door de overweldigende media-aandacht voor de paper in 2017, waarin we lieten zien dat ruim driekwart van de insecten in Duitse natuurgebieden waren verdwenen. Als onderzoekers keken we al even naar de getallen, dus voor mij was het geen nieuws dat het slecht ging met de insecten. Er had ook al een stuk in de Volkskrant gestaan, maar dat had toen weinig aandacht gekregen. Maar na het persbericht over deze studie heeft de telefoon drie dagen roodgloeiend gestaan. We hadden kennelijk een heel gevoelige snaar geraakt.
En dan zit je er ineens middenin. Met name in Duitsland was er ook flinke kritiek. Sommige mensen wilden ons door het slijk halen, laten zien dat onze resultaten niet klopten, dat het geen wetenschap was maar activisme. Maar gelukkig werd het nooit persoonlijk. We zijn toen ondersteund door wetenschappers uit allerlei hoeken. En ook de communicatieafdeling van de universiteit en het college van bestuur gaven ons praktische en morele steun. Dat is heel belangrijk geweest voor ons.
Niet altijd reageren
Ik heb geleerd dat je niet overal op hoeft te reageren, dat je je niet te defensief moet opstellen als wetenschapper. Sommigen zijn er niet op uit om in dialoog te gaan, maar willen gewoon hun eigen ideeën spuien of frustraties botvieren. Hier op ingaan heeft helaas geen enkele zin.
Op een gegeven moment hebben we een korte toelichting online gezet waarin we zonder jargon uitlegden hoe we ons onderzoek hadden gedaan en wat we nu allemaal weten. Dit werd toen opgepakt door de Frankfurter Allgemeine en heeft geleid tot een mooi verhaal over ons werk en alle tegengeluiden. Ook schrijven we nu af en toe opinieartikelen met meerdere wetenschappers waarin we alles wat we weten op een rij zetten. Ik wil andere wetenschappers aanraden: Blijf bij je eigen kracht. Je weet wat je gevonden hebt in je onderzoek, vertrouw op je goede wetenschap en de unieke bijdrage die je aan het maatschappelijke debat kunt geven.’
Contact
Word je als wetenschapper benaderd door de pers, of zou je graag willen vertellen over je onderzoek aan een journalist of breed publiek? Ons team Persvoorlichting & Wetenschapscommunicatie kan je daarbij ondersteunen.