Promotiereglement

Het promotiereglement is ook te lezen als pdf.

Download pdf

Promotiereglement t/m 31 december 2023

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
 

Artikel 1 Grondslag en doel reglement

  1. Dit reglement vindt zijn grondslag in artikel 7.19, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek (hierna: WHW).
  2. Gezien het bepaalde in artikel 7.19, eerste lid, WHW zijn in dit reglement geregeld:
    1. de gang van zaken met betrekking tot de voorbereiding van de promotie en met betrekking tot de promotie zelf, daaronder begrepen de taak en bevoegdheden van ieder die bij de promotie is of kan worden betrokken,
    2. de voorzieningen betreffende de beslechting van geschillen die zich met betrekking tot de voorbereiding van de promotie en de promotie zelf kunnen voordoen, en
    3. de gang van zaken met betrekking tot de joint doctorates.
  3. In aanvulling op het bepaalde in artikel 7.19, eerste lid, WHW zijn in dit reglement de rechten en plichten van de promovendus met betrekking tot het promotietraject vastgelegd.

Artikel 2 Reikwijdte

  1. Dit reglement heeft betrekking op de promoties als bedoeld in hoofdstuk 7 van de WHW.
  2. Onverminderd het bepaalde in lid 1 zijn de regels voor het verlenen van de graad Doctor honoris causa vastgelegd in bijlage 1.

Artikel 3 Begripsbepalingen

  1. De in dit reglement voorkomende begrippen hebben, indien die begrippen ook voorkomen in de WHW de betekenis die de WHW daaraan geeft, tenzij in lid 2 anders is bepaald.
  2. Onverminderd de begripsbepalingen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 van dit reglement, wordt in dit reglement verstaan onder:
    1. bijzonder hoogleraar: de bijzonder hoogleraar als bedoeld in titel 4 van hoofdstuk 9 van de WHW;
    2. decaan: de decaan van een van de faculteiten van de Radboud Universiteit in de hoedanigheid van lid van het college voor promoties;
    3. doctoraat: de graad Doctor of de graad Doctor of Philosophy als bedoeld in artikel 7.18, eerste lid, WHW;
    4. extern lid: een persoon die niet werkzaam is bij of verbonden is aan de Radboud Universiteit;
    5. gepromoveerd deskundige: een persoon aan wie het doctoraat is verleend;
    6. graduate school: een organisatorische eenheid van de Radboud Universiteit belast met de praktische organisatie van de opleiding en de begeleiding van promovendi;
    7. graduate school coördinator: de coördinator van een graduate school van de Radboud Universiteit of een daarmee vergelijkbaar functionaris;
    8. joint doctorate: een doctoraat dat op grond van artikel 7.18, zesde lid, WHW door de universiteit gezamenlijk met één of meer Nederlandse of buitenlandse instellingen is verleend;
    9. promotieregister: een openbaar register dat wordt gehouden door de secretaris van het college voor promoties en dat in ieder geval op verzoek kan worden ingezien;
    10. promotietraject: de voorbereiding van de promotie en de promotie zelf als bedoeld in artikel 7.19, eerste lid, onder a, WHW;
    11. proefschrift: een manuscript dat door de manuscriptcommissie is goedgekeurd;
    12. promotiezitting: een academische zitting waarin de verdediging van het proefschrift en, indien van toepassing, de stellingen plaatsvindt en waarin de doctorsbul wordt uitgereikt nadat de graad is verleend;
    13. secretaris van het college voor promoties: de pedel van de Radboud Universiteit;
    14. universiteit: een Nederlandse of buitenlandse instelling voor hoger onderwijs die op grond van artikel 1.22 WHW bevoegd is in Nederland de naam universiteit te voeren en die tevens conform de geldende regels het recht heeft om het doctoraat te verlenen;
    15. voorzitter van het college voor promoties: de rector magnificus van de Radboud Universiteit.
  3. Waar in dit reglement wordt gesproken over promovendus wordt tot het moment van inschrijving in het promotietraject bedoeld: aspirant-promovendus.
  4. Waar in dit reglement wordt gesproken over promovendus wordt steeds bedoeld: promovendus (m/v/x).
  5. Waar in dit reglement wordt gesproken over promotor of copromotor wordt in de gevallen dat er meer dan één promotor of copromotor is aangewezen, bedoeld: promotores en/of copromotores.
  6. Waar in dit reglement wordt gesproken over de (co-)promotor wordt tot het moment van aanwijzen bedoeld: beoogd (co-)promotor.
  7. Waar in dit reglement wordt gesproken over hoogleraar wordt daaronder mede begrepen de bijzonder hoogleraar. Onder hoogleraar wordt in dit reglement eveneens begrepen de hoogleraar verbonden aan een universiteit als bedoeld in dit reglement.

Hoofdstuk 2 Actoren; taken en bevoegdheden
 

Artikel 4 De promovendus

  1. De promovendus is degene die is ingeschreven voor een promotietraject als bedoeld in dit reglement.
  2. Een promovendus wordt, ook gezien de typeringen van de Universiteiten van Nederland (UNL), in één van de volgende categorieën ingedeeld:
    1. de werknemer-promovendus;
    2. de promoverend medewerker;
    3. de beurspromovendus;
    4. de extern gefinancierde promovendus; of
    5. de buitenpromovendus.

Artikel 5 De promotor

  1. De promotor is verantwoordelijk voor de opleiding en de begeleiding van de promovendus. De promotor begeleidt de promovendus gedurende het promotietraject naar vermogen.
  2. Naast de verantwoordelijkheid als genoemd in lid 1 is de promotor belast met:
    1. het vaststellen van het wetenschappelijk werk van de promovendus als manuscript; en
    2. het uitreiken van de doctorsbul.

Artikel 6 Het begeleidingsteam

In de uitoefening van de taken als omschreven in artikel 5 wordt de promotor bijgestaan door een begeleidingsteam.

Artikel 7 De manuscriptcommissie

  1. De manuscriptcommissie is een beoordelingscommissie die op objectieve en deskundige wijze beslist of het manuscript van de promovendus kan dienen als het bewijs van bekwaamheid tot het zelfstandig beoefenen van de wetenschap waarmee toegang tot de promotie kan worden verkregen.
  2. In aanvulling op de taak als bedoeld in lid 1 adviseert de manuscriptcommissie de decaan om al dan niet een cum laude commissie in te stellen.

Artikel 8 De cum laude commissie

De cum laude commissie is een beoordelingscommissie die op objectieve en deskundige wijze beslist of het proefschrift van de promovendus van excellente wetenschappelijke kwaliteit is.

Artikel 9 De promotiecommissie

De promotiecommissie is een beoordelingscommissie die beslist of het doctoraat en, in voorkomende gevallen, of het judicium ‘cum laude’ kan worden verleend.

Artikel 10 Het college voor promoties

  1. Het college voor promoties als bedoeld in paragraaf 3 van titel 1 van hoofdstuk 7 WHW is bij de Radboud Universiteit het zogenoemde college van decanen als bedoeld in de Structuurregeling van de Radboud Universiteit (hierna verder: Structuurregeling).
  2. De taken en bevoegdheden van het college voor promoties volgen uit de WHW en zijn daarin ook omschreven.
  3. Voor zover op grond van dit reglement beslissingen zijn genomen door:
    1. de voorzitter van het college voor promoties,
    2. de secretaris van het college voor promoties,
    3. de decaan, of
    4. de promotor, zijn deze beslissingen genomen namens het college voor promoties.
  4. In afwijking van het bepaalde in lid 3 onderdeel c worden de beslissingen, voor zover die op grond van dat lid zouden worden genomen door de decaan, bij de Radboud Docenten Academie (RDA) genomen door de voorzitter van de bestuursraad van de RDA.

Hoofdstuk 3 Ius promovendi
 

Artikel 11 Ius promovendi

Onder het ius promovendi wordt in dit reglement begrepen het recht om als promotor als bedoeld in artikel 7.18, vierde lid, WHW op te treden.

Artikel 12 Ius promovendi hoogleraar

  1. Gezien het bepaalde in artikel 7.18 WHW heeft de hoogleraar het ius promovendi van rechtswege.
  2. Eervol ontslagen hoogleraren behouden, gezien het bepaalde in artikel 38 Structuurregeling, nog gedurende vijf jaar na hun ontslag het ius promovendi. Deze termijn kan niet worden verlengd.
  3. Het ius promovendi als bedoeld in lid 2 geldt uitsluitend voor de promotietrajecten van de promovendi ten aanzien van wie de hoogleraar voor het ontslag als promotor is aangewezen.

Artikel 13 Ius promovendi andere personeelsleden Radboud Universiteit

  1. Gezien het bepaalde in artikel 7.18 WHW verleent de voorzitter van het college voor promoties op voordracht van de decaan aan een personeelslid van de Radboud Universiteit die géén hoogleraar is, mits dat personeelslid een doctoraat is verleend, het ius promovendi als het personeelslid naar het oordeel van de voorzitter van het college voor promoties over voldoende bekwaamheid beschikt om als promotor op te treden.
  2. Van voldoende bekwaamheid als bedoeld in lid 1 is in ieder geval sprake als:
    1. het personeelslid universitair hoofddocent (hierna verder: UHD) is of een daarmee vergelijkbare wetenschappelijke functie heeft;
    2. het personeelslid aantoonbaar een goede onderzoeker is, én
    3. het personeelslid aantoonbaar een goede begeleider is.
  3. Op het ius promovendi bedoeld in dit artikel, is het bepaalde in artikel 12 lid 2 en lid 3 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14 Erkenning Ius promovendi externe leden

  1. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.18, vierde lid, WHW erkent de voorzitter van het college voor promoties op voordracht van de decaan het aan een andere Nederlandse universiteit verleende ius promovendi van externe leden van het begeleidingsteam die géén hoogleraar zijn.
  2. De erkenning van het ius promovendi bedoeld in deze bepaling geldt uitsluitend ten aanzien en voor de duur van het betreffende promotietraject.

Artikel 15 Voordracht kandidaten voor ius promovendi

  1. De voordracht van de decaan als bedoeld in artikel 13 is kort en bondig opgesteld en bevat:
    1. tenminste één positief advies van een hoogleraar uit het betreffende vakgebied,
    2. een (onderbouwd) oordeel over de bekwaamheid van het personeelslid als bedoeld in lid 2, en
    3. indien aan de kandidaat reeds eerder aan een andere Nederlandse universiteit het ius promovendi is verleend, een verklaring van dienaangaande van de betreffende universiteit.
  2. De voordracht van de decaan als bedoeld in artikel 14 bevat een verklaring van de betreffende universiteit dat aan het betreffende personeelslid het ius promovendi is verleend.

Hoofdstuk 4 Het promotietraject; het doctoraat

Paragraaf 4.1 Inschrijving promotietraject
 

Artikel 16 Inschrijving promotietraject en inschrijfvoorwaarden

Een ieder die toegang wenst tot een promotie aan de Radboud Universiteit dient zich overeenkomstig de in deze paragraaf gestelde regels in te schrijven voor het promotietraject van de Radboud Universiteit.

Artikel 17 Inschrijvingvoorwaarde 1: verklaring promotor

Als voorwaarde voor inschrijving geldt dat een hoogleraar of een UHD met het ius promovendi zich bereid heeft verklaard als promotor op te treden.

Artikel 18 Inschrijfvoorwaarde 2: registratie in promotievolgsysteem

  1. In aanvulling op het bepaalde in artikel 17 geldt als voorwaarde voor inschrijving dat de promovendus door de decaan, met inachtneming van het bepaalde in lid 2 en verder, wordt geregistreerd in het promotievolgsysteem van de Radboud Universiteit.
  2. Bij registratie van de promovendus controleert de decaan of
    1. de promovendus aan de wettelijke opleidingseis als bedoeld in artikel 7.18 WHW voldoet dan wel, met inachtneming van het bepaalde in artikel 20, in aanmerking kan komen voor een ontheffing daarvan;
    2. de voorzitter van het college voor promoties met inachtneming van het bepaalde in artikel 21 toestemming heeft verleend voor de start van dit traject, indien sprake is van een joint doctorate- traject.
  3. Bij registratie verstrekt de promovendus inlichtingen aangaande de vraag of
    1. de promovendus reeds eerder een promotietraject is gestart ten behoeve van de promotie op het beoogde onderwerp en, zo ja, waar;
    2. de promovendus reeds eerder is gepromoveerd en, zo ja, waar en op welk onderwerp.

Artikel 19 Inschrijfvoorwaarde 3: toelating graduate school

  1. In aanvulling op het bepaalde in artikel 16 en 17 geldt als voorwaarde voor inschrijving dat de promovendus is toegelaten tot de meest aangewezen graduate school.
  2. In bijzondere gevallen kan de graduate school bedoeld in lid 1 ook een graduate school zijn die geen onderdeel is van de Radboud Universiteit. In dat geval worden afspraken gemaakt over de invulling door de betreffende externe graduate school van de verantwoordelijkheden van de graduate school bij of krachtens dit reglement.
  3. Als de promovendus naast de toelating tot een graduate school als bedoeld in lid 1 ook is toegelaten tot een graduate school die niet verbonden is aan de Radboud Universiteit, worden afspraken gemaakt over de verdeling tussen de beide graduate schools van de verantwoordelijkheden van de graduate school bij of krachtens dit reglement.

Artikel 20 Ontheffing opleidingseis

  1. In bijzondere gevallen kan de voorzitter van het college voor promoties de promovendus die niet voldoet aan de opleidingseis als bedoeld in artikel 7.18 WHW een tijdelijke ontheffing verlenen van de opleidingseis als redelijkerwijs kan worden verwacht dat de promovendus  aan die opleidingseis binnen een redelijke termijn alsnog zal voldoen
  2. In bijzondere gevallen kan de voorzitter van het college voor promoties de promovendus die niet voldoet aan de opleidingseis en van wie ook niet wordt verwacht dat daaraan alsnog binnen een redelijke termijn zal worden voldaan, een definitieve ontheffing verlenen van de opleidingseis.
  3. Een verzoek tot ontheffing wordt ingediend bij de secretaris van het college voor promoties.

Artikel 21 Toestemming voor de start van een joint doctorate-traject

  1. De voorzitter van het college voor promoties beslist over een verzoek van de promovendus om toestemming voor de start van een joint doctorate-traject.
  2. Het verzoek als bedoeld in lid 1 wordt voorzien van:
    1. een getekende memorandum of understanding waarin de gezamenlijke voornemens met betrekking tot samenwerking zijn vastgelegd;
    2. een getekende overeenkomst tussen de samenwerkende universiteiten waarin de gezamenlijke afspraken met betrekking tot de uitvoering van het bepaalde in dit reglement zijn vastgelegd;
    3. een toelichting op het joint doctorate-traject en op de manier waarop het traject is vormgegeven;
    4. een toelichting op de partner(s) in het traject.
  3. Een verzoek om toestemming wordt ingediend bij de secretaris van het college voor promoties.

Artikel 22 Inschrijfdatum promotietraject

De promovendus wordt ingeschreven voor het promotietraject op de dag nadat aan de inschrijfvoorwaarden is voldaan.

Artikel 23 Inschrijfrechten en -plichten

  1. De inschrijving voor het promotietraject geeft de promovendus recht op:
    1. toegang tot de bij de instelling behorende inrichtingen en verzamelingen, waaronder in ieder geval de bibliotheken, tenzij naar het oordeel van het instellingsbestuur de aard of het belang van het onderzoek zich tegen toegang verzet;
    2. begeleiding bij de totstandkoming van het proefschrift van tenminste twee personen.
  2. De inschrijving voor het promotietraject wordt niet afhankelijk gesteld van geldelijke bijdragen. De noodzakelijke drukkosten van het proefschrift worden vergoed, met inachtneming van de nadere regels vastgelegd in bijlage 2.
  3. Door de inschrijving voor het promotietraject verplicht de promovendus zich te houden aan de regels die bij of krachtens de Regeling Wetenschappelijke Integriteit van de Radboud Universiteit zijn gesteld.
  4. De in deze bepaling beschreven rechten en plichten gelden onverkort voor alle categorieën promovendi genoemd in artikel 4.
  5. Voor de werknemer-promovendus en de promoverend medewerker gelden de in deze bepaling beschreven rechten en plichten onverminderd de afspraken zoals vastgelegd in de arbeidsovereenkomst en de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst (CAO).

Artikel 24 Beëindiging inschrijving promotietraject

  1. De decaan beëindigt de inschrijving voor het promotietraject:
    1. op verzoek van de promovendus;
    2. indien het doctoraat is verleend;
    3. indien de manuscriptcommissie, met inachtneming van het bepaalde in paragraaf 4.5 heeft geoordeeld dat het daar bedoelde bewijs van bekwaamheid niet is geleverd; of
    4. indien de promotiecommissie, met inachtneming van het bepaalde in paragraaf 4.8 heeft geoordeeld dat het doctoraat niet kan worden verleend.
  2. De decaan kan de inschrijving voor het promotietraject beëindigen als de promovendus die de voorschriften bedoeld in artikel 7.57h, eerste lid, WHW overtreedt, ernstige overlast binnen de gebouwen en terreinen van de Radboud Universiteit heeft veroorzaakt en deze overlast ook na aanmaning door of vanwege het instellingsbestuur niet heeft gestaakt.
  3. De decaan kan de inschrijving voor het promotietraject op verzoek van de promotor beëindigen indien de promovendus niet heeft voldaan aan de verplichtingen bedoeld in artikel 28, lid 3, onderdeel c zoals vastgelegd in het opleidings- en begeleidingsplan (hierna verder: OBP).
  4. In aanvulling op het bepaalde in lid 3 kan de decaan de inschrijving voor het promotietraject op verzoek van de promotor beëindigen als de promovendus blijk heeft gegeven van ongeschiktheid voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek binnen de kaders van het promotietraject. Van die ongeschiktheid kan onder meer sprake zijn als
    1. de regels die bij of krachtens de Regeling Wetenschappelijke Integriteit zijn gesteld door de promovendus niet in acht zijn genomen,
    2. inhoudelijk overleg over de inhoud en/of de voortgang van het promotietraject onmogelijk is gebleken, of
    3. de vorderingen van de promovendus in kwantitatieve of kwalitatieve zin zodanig beperkt zijn dat niet aannemelijk is dat de promovendus het promotietraject binnen een redelijke termijn zal afronden.
  5. Het verzoek van de promotor bedoeld in lid 3 en lid 4 om de inschrijving te beëindigen is deugdelijk gemotiveerd en is, voor akkoord, ondertekend door de overige leden van het begeleidingsteam.
  6. Voordat de decaan tot de beëindiging van de inschrijving bedoeld in lid 2, 3 en 4 overgaat, stelt de decaan de promovendus in de gelegenheid te worden gehoord.
  7. De inschrijving wordt in de gevallen genoemd in lid 1 beëindigd met ingang van de volgende maand. In alle overige gevallen wordt de inschrijving per direct beëindigd.

Paragraaf 4.2 Instellen begeleidingsteam en aanwijzen (co)promotor
 

Artikel 25 Instellen begeleidingsteam

  1. Zo spoedig mogelijk na inschrijving van de promovendus voor het promotietraject doch uiterlijk binnen drie maanden doet de promotor met inachtneming van het bepaalde in artikel 26 een voordracht voor het instellen van een begeleidingsteam.
  2. De decaan stelt, gezien de voordracht bedoeld in lid 1, het begeleidingsteam in. De decaan stelt het begeleidingsteam alleen in als het begeleidingsteam met inachtneming van het bepaalde in artikel 26 is samengesteld. Als het begeleidingsteam niet tijdig is samengesteld, wordt deze vertraging, onder opgave van reden, vastgelegd in het OBP.

Artikel 26 Samenstelling begeleidingsteam

  1. Bij het samenstellen van het begeleidingsteam neemt de promotor het navolgende in acht:
    1. Het begeleidingsteam bestaat uit minimaal twee en maximaal vier personen, waaronder de promotor.
    2. De leden van het begeleidingsteam zijn gepromoveerd deskundige, tenzij de voorzitter van het college voor promoties desgevraagd heeft geoordeeld dat het zijn van gepromoveerd deskundige in het geval van een individueel lid niet noodzakelijk is.
  2. Indien de promotor niet verbonden is aan de Radboud Universiteit, wordt een tweede promotor aangewezen die wel verbonden is aan de universiteit, tenzij de voorzitter van het college voor promoties desgevraagd heeft geoordeeld dat het aanwijzen van deze tweede promotor niet noodzakelijk is.
  3. Personen die in een zodanige relatie staan tot de promovendus dat van hen in redelijkheid geen opleiding of begeleiding behoort te worden gevraagd kunnen geen lid zijn van het begeleidingsteam.
  4. Bij het samenstellen van het begeleidingsteam vervult één van de leden de rol van dagelijks begeleider.
  5. Op verzoek van de promotor of de promovendus kan de decaan met inachtneming van het bepaalde in artikel 25 de samenstelling van een ingesteld begeleidingsteam wijzigen. Indien de samenstelling van het begeleidingsteam na het instellen wijzigt, wordt deze wijziging onder opgave van reden, vastgelegd in het OBP.

Artikel 27 Aanwijzen promotor en copromotor

  1. Tegelijk met het instellen van het begeleidingsteam als bedoeld in artikel 25, wijst de decaan de betreffende leden van het begeleidingsteam aan als promotor en, indien van toepassing, als copromotor.
  2. De decaan wijst als promotor een lid van het begeleidingsteam dat op het moment van aanwijzen:
    1. hoogleraar is,
    2. personeelslid is van de Radboud Universiteit met het ius promovendi, of
    3. extern lid is met een ius promovendi dat door de voorzitter van het college voor promoties is erkend.
  3. De decaan wijst een lid van het begeleidingsteam dat op het moment van aanwijzen gepromoveerd deskundige is zonder het ius promovendi bedoeld in lid 1 aan als copromotor.
  4. Als een promotor of een copromotor, met inachtneming van het bepaalde in artikel 26, is uitgetreden als lid van het begeleidingsteam, wordt de aanwijzing geacht te zijn ingetrokken.

Paragraaf 4.3 Vaststellen OBP
 

Artikel 28 Vaststellen OBP

  1. Zo spoedig mogelijk na de inschrijving voor het promotietraject doch uiterlijk binnen drie maanden, stellen de promovendus en de promotor, na afstemming met de overige leden van het begeleidingseam, gezamenlijk een OBP op.
  2. Het vastgestelde OBP behoeft de goedkeuring van de graduate school coördinator. Een afschrift van het OBP wordt, na goedkeuring, door de graduate school coördinator gearchiveerd.
  3. Het OBP bevat de afspraken tussen de promovendus en de promotor met betrekking tot de opleiding en de begeleiding gedurende het promotietraject.
  4. Onverminderd het dienaangaande bepaalde in de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst (CAO), zijn in het OBP ten minste vastgelegd;
    1. de duur van de fase van het wetenschappelijk onderzoek en het vervaardigen van het manuscript als bedoeld in paragraaf 4.4;
    2. de samenstelling van het begeleidingsteam;
    3. eventuele verplichtingen van de promovendus die als voorwaarde gelden voor verdere inschrijving voor het promotietraject;
    4. overige voor de opleiding en begeleiding van belang zijnde afspraken.

Artikel 29 Wijzigingen OBP

Het OBP kan overeenkomstig het bepaalde in artikel 28 lid 1 tussentijds worden gewijzigd.

Paragraaf 4.4 Wetenschappelijk onderzoek en vervaardigen manuscript
 

Artikel 30 Start onderzoek en vervaardigen manuscript

  1. Na de fase als bedoeld in paragraaf 4.3 vangt de fase van het wetenschappelijk onderzoek en het vervaardigen van het manuscript aan.
  2. Het wetenschappelijk onderzoek en het vervaardigen van een manuscript geschiedt in een van de facultaire onderzoeksinstituten van de Radboud Universiteit of een daarmee vergelijkbare eenheid.

Artikel 31 Vaststellen manuscript

  1. Indien de promotor van oordeel is dat de promovendus op grond van het onderzoek en het vervaardigde wetenschappelijke werk tot de verdediging van dat werk ten overstaan van de promotiecommissie kan worden toegelaten, stelt de promotor het werk als manuscript vast. Deze beslissing wordt door de promotor ondertekend en door de overige leden van het begeleidingsteam, voor akkoord, mede ondertekend.
  2. De promotor kan het werk van de promovendus pas als manuscript vaststellen nadat:
    1. het werk, met gebruikmaking van de door de instelling beschikbaar gestelde plagiaatcontrolesoftware, is gecontroleerd op plagiaat. Bij deze controle kan de promotor, door tussenkomst van het college van bestuur, het oordeel van de commissie wetenschappelijke integriteit van de Radboud Universiteit inwinnen; én
    2. uit de verantwoording als bedoeld in artikel 72 blijkt dat het researchdata-management van de promovendus voldoet aan de in het betreffende vakgebied geldende standaarden.

Paragraaf 4.5 Beoordeling manuscript door manuscriptcommissie
 

Artikel 32 Verzoek instellen manuscriptcommissie

  1. De promotor stuurt de decaan onverwijld een afschrift van de beslissing als bedoeld in artikel 31 en verzoekt de decaan een manuscriptcommissie in te stellen en de leden te benoemen.
  2. De promotor doet een voordracht aan de decaan voor de benoeming van de leden van de manuscriptcommissie.

Artikel 33 Instellen manuscriptcommissie en benoemen leden

  1. Zo spoedig mogelijk na de ontvangst van het verzoek als bedoeld in artikel 32 stelt de decaan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 34 een manuscriptcommissie in en benoemt de leden.
  2. De decaan stelt de leden van de manuscriptcommissie schriftelijk in kennis van hun benoeming.
  3. De decaan informeert de promovendus en de promotor over het instellen van de manuscriptcommissie en het benoemen van de leden van die commissie.
  4. De decaan kan de leden van de manuscriptcommissie binnen de kaders van dit reglement richtlijnen en aanwijzingen geven. De leden van de manuscriptcommissie verstrekken de decaan de gevraagde inlichtingen.

Artikel 34 Samenstelling manuscriptcommissie

  1. Bij het samenstellen van de manuscriptcommissie en de benoeming van de leden draagt de decaan er zorg voor dat de manuscriptcommissie op objectieve en deskundige wijze kan beslissen. De decaan neemt het navolgende in acht:
    1. Een manuscriptcommissie bestaat uit drie of vijf leden, inclusief een voorzitter.
    2. De manuscriptcommissie bestaat in meerderheid uit hoogleraren en/of UHD-en met het ius promovendi.
    3. Alle leden van de manuscriptcommissie zijn gepromoveerd deskundige, tenzij door de voorzitter van het college voor promoties anders is bepaald.
    4. De voorzitter van de manuscriptcommissie is als hoogleraar of als UHD met het ius promovendi verbonden aan de Radboud Universiteit.
    5. Ten minste één lid van de manuscriptcommissie – en bij een samenstelling van vijf, ten minste twee leden – is een extern lid.
    6. Leden van het begeleidingsteam komen niet in aanmerking voor benoeming.
    7. De manuscriptcommissie kent een evenwichtige en, zo mogelijk, diverse samenstelling.
  2. Bij het samenstellen van de manuscriptcommissie gaat de decaan, gezien de relaties en belangen van de individuele leden, na of elk van de leden van de manuscriptcommissie individueel in staat moet worden geacht te beslissen zonder ongewenste druk of oneigenlijke beïnvloeding. Een persoon die coauteur is van een artikel dat deel uitmaakt van het manuscript wordt niet benoemd, tenzij het benoemen van die persoon vanwege de deskundige samenstelling van de commissie naar het oordeel van de decaan geboden is en de decaan zich ervan heeft vergewist dat een onafhankelijk oordeel van de manuscriptcommissie met de benoeming van deze persoon niet in het geding is.
  3. Indien een lid van de manuscriptcommissie tussentijds als lid uittreedt, voorziet de decaan in de vervanging. De voorzitter van het college voor promoties wordt geïnformeerd over de vervanging, onder vermelding van de reden van uittreden.

Artikel 35 Doorzenden manuscript aan manuscriptcommissie

  1. Nadat de manuscriptcommissie is ingesteld draagt de promovendus er zorg voor dat alle leden van de ingestelde manuscriptcommissie zo spoedig mogelijk een exemplaar van het door de promotor vastgestelde manuscript ontvangen.
  2. Indien de resultaten van het manuscript (mede) zijn gebaseerd op onderzoeksdata, krijgt de manuscriptcommissie op gemotiveerd verzoek in beginsel inzage in deze onderzoeksdata. In situaties waarin het naar het oordeel van de promotor niet mogelijk is de volledige manuscriptcommissie toegang te geven, krijgt in elk geval de voorzitter van de manuscriptcommissie toegang. Op verzoek van de promotor kan de voorzitter van het college voor promoties in zeer uitzonderlijke gevallen vanwege zwaarwegende redenen besluiten dat ook de voorzitter van de manuscriptcommissie geen toegang krijgt tot de onderzoeksdata.

Artikel 36 Besluitvorming manuscriptcommissie – oordeel over manuscript

  1. Uiterlijk vijf weken na ontvangst van het manuscript beslist de manuscriptcommissie of de promovendus door middel van het manuscript het bewijs van bekwaamheid tot het zelfstandig beoefenen van de wetenschap heeft geleverd. Indien het bewijs van bekwaamheid naar het oordeel van de manuscriptcommissie is geleverd, is het manuscript als proefschrift vastgesteld.
  2. De manuscriptcommissie beslist bij meerderheid van stemmen.
  3. Bij de beoordeling wordt door elk lid van de manuscriptcommissie gebruikgemaakt van het beoordelingsformulier in bijlage 3. Elk van de daarin omschreven beoordelingscriteria wordt van een toelichting voorzien. De ingevulde beoordelingsformulieren worden bij de beslissing aangehecht. In afwijking hiervan kan de voorzitter van de manuscriptcommissie besluiten de ingevulde beoordelingsformulieren niet aan te hechten.
  4. De beslissing van de manuscriptcommissie omvat een door de voorzitter van de manuscriptcommissie opgestelde synthese van de beoordelingen van de leden van de manuscriptcommissie. De synthese wordt altijd aangehecht.

Artikel 37 Advies instellen cum laude commissie

  1. Indien de manuscriptcommissie heeft besloten dat het bewijs van bekwaamheid tot het zelfstandig beoefenen van de wetenschap is geleverd, adviseert de manuscriptcommissie over het instellen van een cum laude commissie. Tot het instellen van een cum laude commissie wordt geadviseerd indien het vastgestelde proefschrift naar het oordeel van de manuscriptcommissie behoort tot de beste vijf à tien procent proefschriften binnen het betreffende vakgebied.
  2. De manuscriptcommissie beslist bij meerderheid van stemmen.
  3. Bij de beoordeling wordt door elk lid van de manuscriptcommissie gebruikgemaakt van het beoordelingsformulier in bijlage 4. Het daarin omschreven beoordelingscriterium wordt van een toelichting voorzien. De ingevulde beoordelingsformulieren worden bij de beoordeling aangehecht. In afwijking hiervan kan de voorzitter van de manuscriptcommissie besluiten de ingevulde beoordelingsformulieren niet aan te hechten.
  4. De beoordeling van de manuscriptcommissie omvat een door de voorzitter van de manuscriptcommissie opgestelde synthese van de beoordelingen van de leden van de manuscriptcommissie. De synthese wordt altijd aangehecht.

Artikel 38 Herkansing

  1. Indien de manuscriptcommissie heeft besloten dat het bewijs van bekwaamheid tot het zelfstandig beoefenen van de wetenschap niet is geleverd, omvat die beslissing een concrete motivering van die beslissing met een opgaaf van redenen waarom het manuscript niet voldoet en, waar mogelijk, aanbevelingen voor verbetering. In de beslissing wordt tevens een redelijke termijn gesteld waarbinnen de verbeteringen zouden moeten kunnen worden doorgevoerd.
  2. De promovendus krijgt binnen de door de manuscriptcommissie gestelde termijn éénmaal de gelegenheid om verbeteringen in het manuscript door te voeren en om het manuscript, met inachtneming van het bepaalde in artikel 31, nogmaals ter beoordeling aan de dezelfde manuscriptcommissie voor te leggen.
  3. Op de tweede beoordeling als bedoeld in lid 2 is het bepaalde in artikel 30 en verder van overeenkomstige toepassing.
  4. Indien de manuscriptcommissie bij de tweede beoordeling beslist dat het bewijs van bekwaamheid opnieuw niet is geleverd, kan het manuscript niet opnieuw ter beoordeling worden voorgelegd, ook niet aan een manuscriptcommissie met een andere samenstelling. De inschrijving voor het promotietraject wordt in dat geval op grond van artikel 24 beëindigd.

Artikel 39 Doorzenden beslissing manuscriptcommissie

  1. De voorzitter van de manuscriptcommissie stelt de decaan schriftelijk in kennis van de beslissing(en) van de manuscriptcommissie.
  2. De decaan stuurt de beslissing(en) na ontvangst door aan de promovendus en de promotor alsmede aan de secretaris van het college voor promoties. Het advies om een cum laude commissie in te stellen, wordt niet aan de promovendus gestuurd; dat advies blijft voor de promovendus geheim.

Paragraaf 4.6 Beoordeling proefschrift cum laude commissie
 

Artikel 40 Inlichtingen promotor

Zo spoedig mogelijk na de ontvangst van het advies bedoeld in artikel 37 verzoekt de decaan de promotor om inlichtingen over het verloop van het wetenschappelijk onderzoek en over de (persoonlijke) kwaliteiten van de promovendus gedurende het onderzoek. De decaan kan ook de leden van de manuscriptcommissie verzoeken om een nadere toelichting bij het advies bedoeld in artikel 37.

Artikel 41 Instellen cum laude commissie en benoemen leden

  1. Tenzij de inlichtingen bedoeld in artikel 40 aanleiding geven om anders te beslissen, stelt de decaan zo spoedig mogelijk na de ontvangst van de inlichtingen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 42 een cum laude commissie in en benoemt de leden.
  2. De decaan stelt de leden van de cum laude commissie schriftelijk in kennis van hun benoeming.
  3. De decaan informeert de promotor en de secretaris van het college voor promoties over het instellen van de cum laude commissie en het benoemen van de leden van die commissie. Het instellen van de cum laude commissie blijft voor de promovendus geheim.
  4. De decaan kan de leden van de cum laude commissie binnen de kader van dit reglement richtlijnen en aanwijzingen geven. De leden van de cum laude commissie verstrekken de decaan de gevraagde inlichtingen.

Artikel 42 Samenstelling cum laude commissie

  1. Bij de samenstelling van de cum laude commissie en de benoeming van de leden draagt de decaan er zorg voor dat de cum laude commissie op objectieve en deskundige wijze kan beslissen. De decaan neemt het navolgende in acht:
    1. Een cum laude commissie bestaat uit drie leden, inclusief een voorzitter.
    2. De voorzitter van de manuscriptcommissie is tevens voorzitter van de cum laude commissie.
    3. De leden van de cum laude commissie zijn allen hoogleraar of UHD met het ius promovendi.
    4. De leden van de cum laude commissie zijn deskundige op het wetenschapsgebied waarop het proefschrift betrekking heeft.
    5. De twee nog te benoemen leden van de cum laude commissie zijn extern lid.
    6. De cum laude commissie kent een evenwichtige en, zo mogelijk, diverse samenstelling.
    7. Niet voor benoeming in aanmerking komen leden van het begeleidingsteam en, met uitzondering van de voorzitter, leden van de manuscriptcommissie.
  2. Bij het samenstellen van de cum laude commissie gaat de decaan, gezien de relaties en belangen van de individuele leden, na of elk van de leden van de cum laude commissie individueel in staat moet worden geacht te beslissen zonder ongewenste druk of oneigenlijke beïnvloeding. Personen die coauteur zijn van een artikel dat deel uitmaakt van het manuscript worden niet benoemd, tenzij die benoeming vanwege de deskundige samenstelling van de commissie, naar het oordeel van de decaan, strikt noodzakelijk is.
  3. Indien een lid van de cum laude commissie tussentijds als lid uittreedt voorziet de decaan in de vervanging. De voorzitter van het college voor promoties wordt geïnformeerd over de vervanging, onder vermelding van de reden van uittreden.

Artikel 43 Doorzenden proefschrift aan cum laude commissie

  1. Nadat de cum laude commissie is ingesteld draagt de voorzitter van de manuscriptcommissie er zorg voor dat alle leden van de cum laude commissie zo spoedig mogelijk een exemplaar van het door de manuscriptcommissie vastgestelde proefschrift ontvangen.
  2. Indien de resultaten van het proefschrift mede zijn gebaseerd op onderzoeksdata, dan krijgt de cum laude commissie in beginsel toegang tot deze onderzoeksdata. In situaties waarin het naar het oordeel van de promotor niet mogelijk is om de volledige commissie toegang te geven, krijgt in elk geval de voorzitter van de cum laude commissie toegang. Op verzoek van de promotor kan de voorzitter van het college voor promoties in zeer uitzonderlijke gevallen vanwege zwaarwegende redenen besluiten dat ook de voorzitter van de manuscriptcommissie geen toegang krijgt tot de onderzoeksdata.

Artikel 44 Besluitvorming cum laude commissie

  1. De cum laude commissie beslist uiterlijk vijf weken na ontvangst van het proefschrift of het proefschrift van excellente wetenschappelijke kwaliteit is.
  2. De cum laude commissie beslist bij meerderheid van stemmen.
  3. Bij de beoordeling wordt door elk lid van de cum laude commissie gebruikgemaakt van het beoordelingsformulier in bijlage 5. Elk van de daarin omschreven beoordelingscriteria wordt van een toelichting voorzien. De ingevulde beoordelingsformulieren worden bij de beslissing aangehecht. In afwijking hiervan kan de voorzitter van de manuscriptcommissie besluiten de ingevulde beoordelingsformulieren niet aan te hechten.
  4. De beslissing van de cum laude commissie omvat een door de voorzitter van de cum laude commissie opgestelde synthese van de beoordelingen van de leden van de commissie. De synthese wordt altijd aangehecht.

Artikel 45 Doorzenden beslissing cum laude commissie

  1. De voorzitter van de cum laude commissie stelt de decaan schriftelijk in kennis van de beslissing van de cum laude commissie.
  2. De decaan stuurt de beslissing van de cum laude commissie na ontvangst door aan de promotor alsmede aan de secretaris van het college voor promoties. De beslissing van de cum laude commissie blijft voor de promovendus geheim.

Paragraaf 4.7 Voorbereiding promotiezitting
 

Artikel 46 Vaststellen promotiedatum

  1. Zo spoedig mogelijk nadat het proefschrift door de manuscriptcommissie is vastgesteld wordt de promotiedatum op verzoek van de promovendus vastgesteld door de secretaris van het college voor promoties.
  2. De promotiedatum moet zijn vastgesteld voordat de promotiecommissie is ingesteld en de leden van die commissie zijn benoemd.
  3. De promotiedatum wordt schriftelijk bevestigd. De decaan ontvangt hiervan een afschrift.

Artikel 47 Verzoek tot toegang tot de promotie

  1. Zo spoedig mogelijk nadat het proefschrift door de manuscriptcommissie is vastgesteld verzoekt de promovendus, onder overlegging van een drukproef van het proefschrift, de secretaris van het college voor promoties om tot de promotie als bedoeld in artikel 7.18 WHW te worden toegelaten.
  2. De secretaris van het college voor promoties verleent de toegang tot de promotie indien
    1. de promovendus met inachtneming van het in dit reglement bepaalde is ingeschreven voor het promotietraject;
    2. de promovendus aan de wettelijke opleidingseis als bedoeld in artikel 7.18 WHW voldoet dan wel, met inachtneming van het bepaalde in artikel 20, van die opleidingseis is ontheven;
    3. het proefschrift met inachtneming van het bepaalde in dit reglement door de manuscriptcommissie is vastgesteld;
    4. de stellingen, indien van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in dit reglement door de promotor zijn goedgekeurd;
    5. de drukproef van het proefschrift voldoet aan de vormvereisten als bedoeld in dit reglement.

Artikel 48 Drukken proefschrift

  1. Nadat de promovendus is toegelaten tot de promotie draagt de promovendus er zorg voor dat het proefschrift wordt gedrukt, tenzij de voorzitter van het college voor promoties toestemming heeft verleend om het proefschrift op een andere wijze vrij te geven.
  2. De promovendus is verantwoordelijk voor het tijdig (laten) drukken van het proefschrift.

Artikel 49 Instellen promotiecommissie en benoemen leden

  1. Uiterlijk vijf weken vóór de promotiedatum stelt de voorzitter van het college voor promoties, met inachtneming van het bepaalde in artikel 50 de promotiecommissie in en benoemt de leden.
  2. Na het instellen van de promotiecommissie stelt de secretaris van het college voor promoties de leden van de promotiecommissie in kennis van hun benoeming. De secretaris van het college voor promoties informeert eveneens de promovendus over het instellen van de commissie en de benoeming van de leden.

Artikel 50 Samenstelling promotiecommissie

  1. Bij het samenstellen van de promotiecommissie neemt de voorzitter van het college voor promoties het navolgende in acht:
    1. De promotiecommissie bestaat uit minimaal zeven en maximaal elf leden.
    2. Lid van de promotiecommissie zijn: de voorzitter van het college voor promoties, de leden van de manuscriptcommissie én de (co)promotor.
    3. Naast de onder b genoemde leden voegt de voorzitter van het college voor promoties minimaal één lid toe aan de promotiecommissie.
    4. De promotiecommissie bestaat, exclusief de voorzitter en de (co)promotor, uit ten minste twee externe leden.
    5. De promotiecommissie bestaat in meerderheid uit hoogleraren.
    6. De promotiecommissie heeft een evenwichtige en kent, zo mogelijk, diverse samenstelling.
  2. Behoudens de (co)promotor, kunnen alle leden van de promotiecommissie tijdens de promotiezitting als opponent optreden.
  3. De voorzitter van het college voor promoties fungeert als voorzitter van de promotiecommissie. De voorzitter van het college voor promoties wordt bij ontstentenis of verhindering vervangen door de decaan en indien die niet beschikbaar is door een andere hoogleraar, daartoe door de voorzitter van het college voor promoties aangewezen.

Artikel 51 Doorzenden, inleveren en opname repository van proefschrift

  1. Nadat de promotiecommissie is ingesteld en het proefschrift is gedrukt, draagt de promovendus er zorg voor dat alle leden van de promotiecommissie zo spoedig mogelijk een exemplaar van het gedrukte proefschrift ontvangen. De promovendus bericht de decaan over het doorzenden van het proefschrift aan de promotiecommissie.
  2. De promovendus levert uiterlijk vier weken voor de promotiedatum tien exemplaren van het gedrukte proefschrift in bij de secretaris van het college voor promoties.
  3. Indien de resultaten van het manuscript mede zijn gebaseerd op onderzoeksdata, dan kan de promotiecommissie desgevraagd toegang krijgen tot deze onderzoeksdata. Het bepaalde in artikel 35 lid 2 is van overeenkomstige toepassing.
  4. Een digitale kopie van het proefschrift dient te worden ingeleverd bij de centrale universiteitsbibliotheek met het oog op opname in de repository van de Radboud Universiteit. De voorzitter van het college voor promoties kan op verzoek van de promovendus bepalen dat opname in de repository maximaal zes maanden wordt uitgesteld. In dat geval wordt de volledige tekst van het proefschrift onder embargo opgenomen in de repository.
  5. Een verzoek als bedoeld in lid 3 wordt schriftelijk ingediend bij de secretaris van het college voor promoties.

Artikel 52 Rondzending proefschrift en inzage

  1. De secretaris van het college voor promoties draagt er zorg voor dat de door de promovendus ingeleverde exemplaren van het proefschrift ten minste drie weken voor de promotiedatum worden gezonden aan degenen die daarvoor, gehoord of gezien de instructies van de voorzitter van het college voor promoties, in aanmerking komen.
  2. Eén exemplaar van het proefschrift ligt gedurende ten minste twee weken voorafgaande aan de promotiedatum voor een ieder ter inzage ten kantore van de secretaris van het college voor promoties.

Artikel 53 Aanwijzen extra opponenten

  1. De voorzitter van het college voor promoties kan desgevraagd beslissen dat gepromoveerd deskundigen die geen deel uitmaken van de promotiecommissie maar die desalniettemin tijdens de promotiezitting wensen te opponeren, toch kunnen opponeren. Een verzoek daartoe van de gepromoveerd deskundige dient uiterlijk twee weken voor de promotiedatum te zijn ingediend bij de secretaris van het college voor promoties, onder toezending van een afschrift van het verzoek aan de promovendus en de promotor.
  2. Indien het verzoek als bedoeld in lid 1 wordt gehonoreerd, deelt de secretaris van het college voor promoties dat mee aan de indiener van het verzoek, aan de decaan en aan de promovendus en de promotor.

Artikel 54 Locatie promotiezitting

  1. De promotiezitting vindt plaats op de campus van de Radboud Universiteit in Nijmegen, tenzij de voorzitter van het college voor promoties desgevraagd heeft bepaald dat de promotiezitting elders plaatsvindt.
  2. Indien de verdediging elders plaatsvindt, geldt onverkort het bepaalde in dit reglement.
  3. Een verzoek als bedoeld in lid 1 wordt schriftelijk ingediend bij de secretaris van het college voor promoties.

Artikel 55 Voertaal promotiezitting

  1. De voertaal van de promotiezitting is het Nederlands dan wel in het Engels of een combinatie van beide, tenzij de voorzitter van het college voor promoties desgevraagd heeft bepaald dat de een andere taal de voertaal is.
  2. Een verzoek als bedoeld in lid 1 wordt schriftelijk ingediend bij de secretaris van het college voor promoties.

Artikel 56 Aanwezigheid

  1. De promotiezitting vindt plaats met fysieke aanwezigheid van de betrokkenen, waaronder in het bijzonder de promovendus, de promotor en de voorzitter van de promotiecommissie. Als de bezetting van de promotiezitting, naar het oordeel van de secretaris van het college voor promoties, te laag is, wordt de promotiezitting, overeenkomstig het bepaalde in artikel 46 verplaatst.
  2. Mede ter bevordering van duurzaamheid, kunnen één of meer van de betrokkenen op verzoek ook online aanwezig zijn.
  3. Een verzoek als bedoeld in lid 1 wordt schriftelijk ingediend bij de secretaris van het college voor promoties.

Paragraaf 4.8 Verdediging proefschrift, verlenen doctoraat en uitreiken bul
 

Artikel 57 Voorbereidende bijeenkomst; vaststellen volgorde opposities

In een bijeenkomst van de promotiecommissie voorafgaand aan de promotiezitting, stelt de voorzitter van de promotiecommissie, de volgorde en de tijdsduur van de opposities vast.

Artikel 58 Verdediging proefschrift

  1. De verdediging van het proefschrift vindt plaats tijdens de promotiezitting ten overstaan van de promotiecommissie.
  2. De promotiezitting is openbaar.
  3. De promotiezitting wordt voorgezeten door de voorzitter van de promotiecommissie en verloopt volgens de regels die zijn opgenomen in een protocol. Het protocol is als bijlage 6 aangehecht.

Artikel 59 Beraad promotiecommissie

  1. Na afsluiting van de verdediging van het proefschrift komt de promotiecommissie voor beraadslaging in een vergadering bijeen.
  2. Tijdens de beraadslaging kan de promotor ten behoeve van de besluitvorming om inlichtingen worden gevraagd over het verloop van het wetenschappelijk onderzoek en over de (persoonlijke) kwaliteiten van de promovendus gedurende het onderzoek.
  3. Het beraad is besloten. Van het beraad wordt geen verslag gemaakt.

Artikel 60 Besluitvorming promotiecommissie

  1. Na het beraad beslist de promotiecommissie op grond van het oordeel van de manuscriptcommissie, de door de promotor tijdens het beraad verstrekte inlichtingen en gehoord en gezien de wijze waarop de promovendus het proefschrift heeft verdedigd, of het doctoraat kan worden verleend.
  2. AIs sprake is van een positieve beslissing van de cum laude commissie dan beslist de promotiecommissie op grond van het oordeel van de cum laude commissie, de door de promotor tijdens het beraad verstrekte inlichtingen en gehoord en gezien de wijze waarop de promovendus het proefschrift heeft verdedigd, of tevens het judicium cum laude kan worden verleend.
  3. De promotiecommissie beslist bij meerderheid van stemmen. Staken de stemmen, dan beslist de voorzitter van de promotiecommissie.
  4. Alleen de leden van de promotiecommissie die bij de verdediging van het proefschrift (fysiek of online) aanwezig zijn geweest hebben stemrecht, tenzij vooraf door de voorzitter van de promotiecommissie anders is beslist.

Artikel 61 Herkansing

  1. Indien de promotiecommissie heeft besloten dat het doctoraat niet kan worden verleend, krijgt de promovendus éénmaal de gelegenheid om binnen een door de promotiecommissie gestelde redelijke termijn het proefschrift opnieuw te verdedigen.
  2. Op de tweede beoordeling als bedoeld in lid 1 is het bepaalde in paragraaf 4.7 en verder van overeenkomstige toepassing.
  3. Als de promotiecommissie bij de tweede beoordeling opnieuw beslist dat het doctoraat niet kan worden verleend, wordt de inschrijving voor het promotietraject, op grond van artikel 24 beëindigd. Het proefschrift kan na de beëindiging van het promotietraject niet opnieuw worden verdedigd bij de Radboud Universiteit.

Artikel 62 Verlenen doctoraat

  1. De promotiecommissie verleent na de stemming het doctoraat en, indien van toepassing, het judicium.
  2. Het doctoraat wordt door de promotiecommissie namens het college voor promoties verleend.

Artikel 63 Tekenen doctorsbul

  1. Ten bewijze dat het doctoraat is verleend wordt na het verlenen van het doctoraat overgegaan tot het tekenen van de doctorsbul.
  2. De voorzitter van het college voor promoties en de (co)promotor ondertekenen de doctorsbul.
  3. Indien tevens het judicium ‘cum laude’ is verleend wordt ook dit judicium vermeld op de doctorsbul.

Artikel 64 Bekendmaking beslissing

Na afloop van het beraad heropent de voorzitter van het college voor promoties de promotiezitting en deelt de beslissing mee omtrent het verlenen van het doctoraat en, indien van toepassing, het judicium.

Artikel 65 Uitreiken doctorsbul

Indien en nadat het doctoraat is verleend reikt de promotor, in opdracht van de voorzitter van het college voor promoties, aan de promovendus de doctorsbul uit.

Artikel 66 Registratie beslissing in promotieregister

De beslissing van de promotiecommissie en de uitslag van de stemming van de promotiecommissie wordt door de secretaris van het college voor promoties geregistreerd in het promotieregister.

Paragraaf 4.9 Intrekken doctoraat
 

Artikel 67 Intrekking van het doctoraat wegens wetenschapsfraude

  1. Indien op enig moment na verlening van het doctoraat wordt geconstateerd dat er met betrekking tot het proefschrift sprake is van een schending van de wetenschappelijke integriteit als bedoeld in de Regeling Wetenschappelijke Integriteit van de Radboud Universiteit, kan het college voor promoties, na een advies van de decaan, gemotiveerd besluiten het doctoraat in te trekken.
  2. Voorafgaand aan een besluit als bedoeld in lid 1 kan het college voor promoties, door tussenkomst van het college van bestuur, het oordeel van de commissie wetenschappelijke integriteit van de Radboud Universiteit inwinnen.

Hoofdstuk 5 Het proefschrift

Paragraaf 5.1 Algemene regels met betrekking tot het proefschrift
 

Artikel 68 Het proefschrift

  1. Het proefschrift is een verhandeling die bestaat uit:
    1. een wetenschappelijk deel; én
    2. een niet-wetenschappelijk deel.
  2. Het proefschrift dient te voldoen aan de in dit hoofdstuk vastgestelde regels.

Artikel 69 Taal proefschrift en taal-specifieke onderdelen

  1. Het proefschrift wordt geschreven in het Nederlands of het Engels.
  2. Indien het proefschrift in het Nederlands is geschreven, wordt daaraan toegevoegd een vertaling van de titel en een samenvatting van de inhoud in het Engels. Een aanvullende samenvatting in een andere taal is toegestaan.
  3. Indien het proefschrift in het Engels is geschreven, wordt in elk geval een samenvatting in het Nederlands bijgevoegd.
  4. De titelpagina dient altijd in het Nederlands te worden opgesteld, ongeacht de taal van de titel van het proefschrift.
  5. De samenvatting als bedoeld in lid 2 en lid 3 is kort en bondig opgesteld.
  6. Na schriftelijke toestemming van de voorzitter van het college voor promoties, kan van de in lid 1 tot en met lid 5 bedoelde taaleisen worden afgeweken.

Paragraaf 5.2 Vormvereisten wetenschappelijk deel
 

Artikel 70 Vormgeving wetenschappelijk deel

  1. Het wetenschappelijk deel bestaat uit:
    1. een wetenschappelijke verhandeling; dan wel
    2. een verzameling wetenschappelijke verhandelingen; dan wel
    3. een proefontwerp.
  2. Indien het proefschrift bestaat uit een verzameling wetenschappelijke verhandelingen of uit een proefontwerp, dan gaat het proefschrift vergezeld van een niet eerder gepubliceerde inleiding bij en een kritische reflectie op de artikelen in samenhang.

Artikel 71 Proefschrift van meerdere auteurs

In het geval het proefschrift, of een onderdeel daarvan, is vervaardigd door meerdere auteurs, dient de wezenlijke en zelfstandige wetenschappelijke bijdrage en inbreng van de promovendus uitdrukkelijk, door middel van een verslag dat onderdeel is van het proefschrift, te worden aangetoond.

Artikel 72 Beschrijving researchdata-management

  1. Indien het proefschrift op onderzoeksdata is gebaseerd bevat het proefschrift een beschrijving van het
    researchdata-management.
  2. In de beschrijving is ten minste aandacht voor de manier van verwerken, het opslaan en het beschikbaar maken van de in lid 1 bedoelde onderzoeksdata.
  3. Uit de beschrijving moet blijken dat het researchdata-management voldoet aan de in het betreffende vakgebied geldende standaarden.

Artikel 73 Stellingen

  1. Aan het proefschrift kan een los inlegvel met daarop minimaal zes en ten hoogste twaalf stellingen worden toegevoegd. Stellingen zijn beweringen die de promovendus bereid is met wetenschappelijke argumenten te verdedigen.
  2. Stellingen
    1. hebben betrekking op (het vakgebied van) het onderwerp van het proefschrift;
    2. omvatten een eigen toevoeging; én
    3. zijn met wetenschappelijke argumenten verdedigbaar.
  3. De stellingen dienen vooraf door de promotor te zijn goedgekeurd. De promotor toetst of de stellingen voldoen aan de eisen genoemd in lid 1 en lid 2. Alvorens de gevraagde goedkeuring te verlenen, raadpleegt de promotor voor zover de stellingen het  eigen wetenschapsgebied en specialisme overschrijden, ter zake deskundigen.
  4. In aanvulling op het bepaalde in lid 1 kunnen ten hoogste twee extra stellingen worden ingevoegd die betrekking hebben op onderwerpen buiten het wetenschapsgebied waar het proefschrift betrekking op heeft.

Paragraaf 5.3 Vormvereisten niet-wetenschappelijk deel
 

Artikel 74 Niet-wetenschappelijk deel

  1. Het niet-wetenschappelijk deel van het proefschrift bestaat uit de titelpagina, een inhoudsopgave en het curriculum vitae.
  2. Het niet-wetenschappelijke deel van het proefschrift kan een dankbetuiging omvatten.
  3. De voorzitter van het college voor promoties kan de vormvereisten voor het niet-wetenschappelijke deel van het proefschrift aanvullen, indien zo’n aanvullende vormvereiste binnen het betreffende vakgebied door de decaan noodzakelijk wordt geacht. De aanvullende eis wordt in dat geval als bijlage bij dit reglement gevoegd.

Artikel 75 Titelpagina

  1. Het proefschrift bevat een titelpagina, bestaande uit een voorzijde en een achterzijde.
  2. De inhoud en vormgeving van de titelpagina worden opgesteld volgens de modellen in bijlage 7 en bijlage 8.

Artikel 76 Curriculum vitae

  1. In het proefschrift wordt op de laatste pagina’s een kort curriculum vitae van de promovendus opgenomen.
  2. Het curriculum vitae kan een overzicht bevatten van de tijdens het promotietraject gevolgde scholing.

Artikel 77 Dankbetuiging

  1. Personen en instellingen die op enigerlei wijze een bijdrage hebben geleverd aan totstandkoming van het proefschrift, anders dan de wetenschappelijke bijdrage bedoeld in artikel 71, kunnen voor die bijdrage worden bedankt
    1. in een voorwerk, op de achterzijde van de titelpagina dan wel in een dankbetuiging achter in het proefschrift indien de medewerking op het gehele proefschrift betrekking heeft gehad; dan wel
    2. in een voetnoot op de eerste bladzijde van het desbetreffend onderdeel, indien het medewerking aan een specifiek onderdeel betreft.
  2. De dankbetuiging is in alle gevallen kort en bondig en moet zodanig zijn opgesteld dat deze geen afbreuk doet aan het academische karakter van het proefschrift.

Artikel 78 Financiering

Teneinde de transparantie te waarborgen wordt in het proefschrift, indien van toepassing, duidelijk vermeld door wie de promovendus gedurende het promotietraject is gefinancierd.

Artikel 79 Reclame

In het proefschrift is reclame niet toegestaan.

Hoofdstuk 6 Geschillen en rechtsbescherming
 

Artikel 80 Reikwijdte hoofdstuk 6

Het in dit hoofdstuk bepaalde is, in het geval de promovendus (ook) een arbeidsovereenkomst heeft met de Radboud Universiteit, niet van toepassing op geschillen die voortvloeien uit die overeenkomst.

Artikel 81 Bezwaar en beroep

  1. Tegen beslissingen genomen op grond van dit reglement kan een belanghebbende bezwaar maken door binnen zes weken nadat de beslissing aan de belanghebbende bekend is gemaakt een schriftelijk en gemotiveerd bezwaarschrift in te dienen bij de secretaris van het college voor promoties.
  2. De voorzitter van het college voor promoties stelt uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van een bezwaarschrift een adviescommissie in.
  3. De adviescommissie bestaat uit twee leden van het college voor promoties en een voorzitter die geen deel uitmaakt van en geen beslissingen neemt namens het college voor promoties. De leden van de adviescommissie zijn niet betrokken geweest bij het promotietraject waarop de beslissing betrekking heeft.
  4. De adviescommissie handelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht. De adviescommissie kan de betrokken partijen horen en is gerechtigd alle informatie in te winnen die voor een behoorlijke taakuitoefening noodzakelijk is.
  5. De adviescommissie brengt binnen vier weken na instelling schriftelijk advies uit aan het college voor promoties. Het advies omvat mede een verslag van het horen.
  6. Het college voor promoties maakt binnen vier weken na ontvangst van het advies maar in ieder geval binnen tien weken na ontvangst van het bezwaarschrift zijn beslissing op bezwaar schriftelijk en gemotiveerd bekend aan de indiener van het bezwaarschrift en aan andere bij de bezwaarprocedure betrokken partijen.
  7. Van een beslissing als bedoeld in lid 6 kan een belanghebbende binnen zes weken nadat de beslissing aan de indiener van het bezwaarschrift bekend is gemaakt, beroep instellen bij de rechtbank. De voorzitter van het college voor promoties treedt in dat geval in rechte op namens het college voor promoties.

Artikel 82 Klachten

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 81 kan een promovendus met toepassing van dit reglement een klacht indienen bij de voorzitter van het college voor promoties tegen een gedraging of nalatigheid die het belang van de promovendus rechtstreeks heeft getroffen. Indien een andere regeling of voorziening binnen de Radboud Universiteit reeds voorziet in de behandeling van de klacht, neemt de voorzitter van het college voor promoties de klacht niet in behandeling.
  2. Indien een klacht als bedoeld in lid 1 is ingediend, bemiddelt de decaan.
  3. Indien de bemiddeling als bedoeld in lid 2 niet tot overeenstemming leidt, geeft de voorzitter van het college voor promoties een gemotiveerd advies over de gegrondheid van de klacht. De voorzitter van het college voor promoties kan in dit tevens aanbevelingen doen.

Hoofdstuk 7 Geheimhouding en privacy
 

Artikel 83 Geheimhouding

Met betrekking tot hetgeen is besproken in de bijeenkomsten van de manuscriptcommissie, de cum laude commissie en de promotiecommissie dan wel tijdens de geschillenprocedure, zijn de daarbij aanwezigen tot geheimhouding verplicht.

Artikel 84 Privacy

De in het kader van dit reglement verstrekte persoonsgegevens zullen overeenkomstig de geldende wet- en regelgeving op een behoorlijke en zorgvuldige wijze worden verwerkt. Meer informatie over de wijze waarop de Radboud Universiteit gegevens verwerkt, is te vinden in de daarvoor ingerichte webpagina.

Hoofdstuk 8 Overgangsregelingen

Paragraaf 8.1 Overgangsregeling Promotiereglement 2014
 

Artikel 85 Overgangsrecht vergevorderde promotietrajecten

Het Promotiereglement 2014 blijft van toepassing op de promotietrajecten ten behoeve waarvan de manuscriptcommissie als bedoeld in artikel 8 van het Promotietreglement 2014 is ingesteld vóór 1 september 2021.

Artikel 86 Overgangsrecht gevorderde promotietrajecten

  1. Voor promotietrajecten die zijn gestart voor 1 september 2021 maar ten behoeve waarvan op die datum nog geen manuscriptcommissie als bedoeld in artikel 8 van het Promotietreglement 2014 is ingesteld, geldt dat de beslissingen die voor genoemde datum op grond van het Promotiereglement 2014 zijn genomen, van kracht blijven.
  2. Voor de promotietrajecten als bedoeld in lid 1 geldt de dwingende volgordelijkheid van het bepaalde in paragraaf 1 tot en met 3 van hoofdstuk 4 niet.
  3. In aanvulling op het bepaalde in lid 2 kan de voorzitter van het college voor promoties voor de promotietrajecten als bedoeld in lid 1 desgevraagd besluiten dat één of meer bepalingen uit paragraaf 1 tot en met 3 van hoofdstuk 4 niet van toepassing zijn.
  4. Een verzoek als bedoeld in lid 3 wordt schriftelijk ingediend bij de secretaris van het college voor promoties.

Artikel 87 Overgangsrecht geschillenregeling

Geschillen die aanhangig zijn gemaakt vóór 1 september 2021 worden afgehandeld met inachtneming van artikel 26 van het Promotiereglement 2014.

Paragraaf 8.2 Overgangsregeling promotiereglement 2021
 

Artikel 88 Overgangsrecht gestarte promotietrajecten

  1. Voor promotietrajecten die zijn gestart na 1 september 2021 en vóór 1 januari 2024, geldt dat de beslissingen die in die periode op grond van het Promotiereglement 2021 zijn genomen, van kracht blijven.
  2. Voor het vervolg van de in lid 1 bedoelde promotietrajecten zijn de bepalingen van dit reglement van toepassing. Er is geen overgangsregeling getroffen.

Artikel 89 Overgangsrecht geschillenregeling

Geschillen die aanhangig zijn gemaakt ná 1 september 2021 en vóór 1 januari 2024 worden afgehandeld met inachtneming van hoofdstuk 5 van het Promotiereglement 2021.

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen
 

Artikel 90 Nadere regeling graduate schools

  1. De decaan kan voor de onder de decaan ressorterende graduate school(s) een nadere regeling opstellen waarin op heldere en inzichtelijke wijze is beschreven hoe het bepaalde in dit reglement - en in het bijzonder het bepaalde in paragraaf 4.1 tot en met 4.4 - binnen de betreffende graduate school nader is vormgegeven.
  2. Een nadere regeling als bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval opgesteld als bij de beoordelingen als bedoeld in deze regeling, in aanvulling op de in de regeling gestelde criteria, bijzondere binnen het betreffende vakgebied geldende aanvullende beoordelingscriteria van toepassing zijn.
  3. Bij het opstellen van de in lid 1 bedoelde nadere regeling neemt de decaan zowel het bepaalde in dit reglement als de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) onverkort in acht.

Artikel 91 Vangnetbepaling

In alle gevallen waarin dit reglement niet of niet volledig voorziet, beslist het college voor promoties.

Artikel 92 Vaststelling en wijziging

  1. Dit reglement wordt vastgesteld en gewijzigd door het college voor promoties.
  2. De voorzitter van het college voor promoties is bevoegd (de regels in) de bijlagen bij dit reglement tussentijds aan te vullen of te wijzigen.

Artikel 93 Verwijzing en bekendmaking

  1. Dit reglement kan worden aangehaald als het Promotiereglement Radboud Universiteit 2024.
  2. De secretaris van het college voor promoties zorgt voor een passende bekendmaking van dit reglement alsmede van eventuele tussentijdse wijzigingen.

Artikel 94 Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2024 en treedt op dat moment in de plaats van het Promotiereglement Radboud Universiteit 2021.