Uitvoeringsinstructie m.b.t. tegemoetkoming thuiswerken en internetvergoeding

Uitgangspunten

Cao-partijen hebben in de cao Nederlandse Universiteiten (geldig van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2022) afspraken gemaakt over een tegemoetkoming voor het thuiswerken per 1 september 2021. Deze uitvoeringsinstructie geeft aan op welke manier deze afspraken uitgevoerd worden.

Uitgezonderd van de tegemoetkoming thuiswerken en de internetvergoeding zijn oproepkrachten, student-assistenten, studenten, freelancers en andere medewerkers zonder dienstverband waaronder beurspromovendi.

Tegemoetkoming thuiswerken

  1. De tegemoetkoming thuiswerken is een onbelaste vergoeding van € 2 per thuiswerkdag.
  2. De tegemoetkoming thuiswerken wordt enkel op declaratiebasis uitbetaald op basis van het daadwerkelijke aantal thuiswerkdagen. De werknemer gebruikt daarvoor de declaratiemodule voor reisdagen woon-werkverkeer en thuiswerkdagen in BASS.
  3. Er kan geen tegemoetkoming thuiswerken gedeclareerd worden voor dagen waarop de werknemer niet werkt, zoals bij ziekte, vrije dagen en verlof. Dat geldt ook voor weekenddagen en feestdagen.
  4. Gedurende de lopende maand kunnen thuiswerkdagen al worden ingevoerd in de declaratiemodule in BASS. De declaratie kan pas vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de werknemer thuis heeft gewerkt worden verstuurd. Declaraties die ingevoerd en verstuurd zijn voor de 15e van de maand (in december voor 10 december) worden in principe in dezelfde maand uitbetaald bij het salaris.
  5. De aanspraak op een vergoeding vervalt, indien de werknemer de declaratie niet indient binnen drie maanden na de maand, waarin thuis is gewerkt.
  6. Het is slechts mogelijk voor een werkdag ofwel een vergoeding voor reiskosten woon- werkverkeer ofwel een tegemoetkoming thuiswerken te declareren.

Internetvergoeding

  1. De internetvergoeding is een onbelaste vergoeding van € 25 per maand, ongeacht de omvang van de weektaak. Deze vaste vergoeding wordt maandelijks bij de salarisbetaling uitgekeerd.
  2. In het geval een werknemer in de loop van een maand in of uit dienst treedt zal de internetvergoeding naar rato van de duur van het dienstverband in de betreffende maand uitbetaald worden.
  3. Voor het behoorlijk kunnen vervullen van het werk is een internetabonnement noodzakelijk. Het internetabonnement dient een downloadsnelheid van minimaal 20Mb/s en een uploadsnelheid van minimaal 2 Mb/s te hebben. De werknemer dient er voor te zorgen dat het internetabonnement aan deze specificaties voldoet.

Aan deze website wordt nog gewerkt. Meer informatie: 'een nieuwe website'.