Rouwverlof

Naast het verlof bij overlijden heb je als medewerker aanspraak op maximaal twee weken rouwverlof met behoud van bezoldiging (salaris). Dit verlof geeft jou de tijd en ruimte om te rouwen en is een aanvulling op het verlof bij overlijden.

  • Bij het overlijden van een echtgeno(o)t(e), geregistreerde partner of de persoon met wie jij ongehuwd samenwoont, een ouder, schoon-, stief- of pleegouder, kind, stief- of pleegkind, schoonzoon of –dochter: twee weken.
  • Bij het overlijden van een broer, zus, zwager, schoonzus, opa, oma of kleinkinderen: één week. Dit is van overeenkomstige toepassing indien sprake is van geregistreerd partnerschap. 
  • Bij het overlijden van een persoon met wie je anderszins een sociale relatie hebt gehad en jij een zorgtaak had ten aanzien van die persoon: één week.

Afspraken over de omvang, duur en invulling van je rouwverlof maak je samen met je leidinggevende. Omdat iedereen verlies op een eigen manier verwerkt, kunnen nadere maatregelen nodig zijn. De ene collega wilt het werk zo spoedig mogelijk hervatten, terwijl de ander meer tijd nodig heeft voor de rouwverwerking en wellicht nog niet in staat is om weer aan het werk te gaan.