Interview met Eva Knopp op 13-05-2019

  1. eva_knoppU werkt bij het project Nachbarsprache & buurcultuur. Kunt u wat vertellen over uw bezigheden en taken?

“In het project ben ik verantwoordelijk voor de monitoring en dan speciaal voor de monitoring van de Euregio-Realschule in Kranenburg. Dat is een Duitse havo-school in de grensregio die tweetalig onderwijs in het Duits en Nederlands aanbiedt. Deze school heeft zich voorgenomen om beide schoolsystemen te integreren, zodat zowel de Nederlandse als de Duitse kinderen die daar naar school gaan in beide schoolsystemen later hun weg vinden. Deze kinderen kunnen dan later vrij beslissen of ze in Nederland of Duitsland willen werken. Ik begeleid deze school en het schoolmanagement om dit tweetalige programma te organiseren en te structureren. Zo bekijk ik de ontwikkeling van de houdingen van de kinderen tegenover de beide talen en de ontwikkeling van de taalvaardigheden van deze kinderen. De school probeert op deze manier de scholieren op beide onderwijssystemen en op het toekomstige beroep in beide landen voor te bereiden. Heel concreet betekent dit dat de inhoudelijke concepten die onderwezen worden, geïntegreerd worden. Dat is niet altijd makkelijk, omdat bijvoorbeeld de manieren van toetsen in beide landen verschillend zijn. Voor sommige kinderen is het dan erg lastig als ze een toets in een taal moeten maken die niet hun moedertaal is. Belangrijk is dus dat de kinderen met beide systemen vertrouwd raken. Ik probeer dit hele proces ook wetenschappelijk te documenteren.

Daarnaast ben ik betrokken bij de wetenschappelijke begeleiding van het Interreg-project. Dit betekent dat ik meewerk aan verdere overkoepelende onderzoeksprojecten. Dat doe ik samen met Eva Schmidt uit Duisburg-Essen, die helaas gestopt is, en met Sabine Jentges. Daarbij interesseer ik me vooral in de omgang met meertaligheid en talige variatie in de beide systemen en met name ook de rol van de buurtaal. Interessant is ook hoe leraren de rol van de buurtaal eigenlijk zien.”

  1. Welke activiteit in het kader van het project is u tot nu toe het meeste bijgebleven?

“Aan de ene kant het werk bij de Euregio-Realschule, omdat ik deze kinderen echt langdurig begeleid en aan de andere kant het bezighouden met de rol van de buurtaal in zowel Duitsland als Nederland. In het kader hiervan worden soms evenementen georganiseerd, zodat bijvoorbeeld Nederlandse kinderen die zich voor de Duitse taal interesseren met de buurtaal vertrouwd worden gemaakt.’’

  1. Wat bepaalt volgens u het succes van het project?

“De belangrijkste factor die in het project een rol speelt is naar mijn mening de uitwisseling op lange termijn. De scholieren ontmoeten elkaar niet slechts één keer, maar het gaat echt om het opbouwen van een corridor. Dat betekent echter ook dat de mensen die betrokken zijn hier erg veel tijd in moeten investeren. In de voorbereiding en vormgeving van een uitwisseling zit namelijk veel werk bij de leraar. Daarom vind ik dat deze moeite door de school gehonoreerd en gewaardeerd moet worden. Eigenlijk moet de hele school er achter staan, zodat zo’n uitwisseling goed loopt.

Bovendien denk ik ook dat een uitwisseling alleen op persoonlijk vlak goed kan werken. Het project kan succesvol zijn, doordat het eenvoudigweg toont dat taal leeft en levendig is. Het gaat namelijk niet alleen om een invuloefening in het opdrachtenboek over grammatica.’’

  1. Wat hoopt u in 2020 met het project bereikt te hebben?

“Ik hoop dat over het algemeen het project bij de meeste deelnemende scholen de uitwisseling verstevigd heeft. Dat betekent dat een uitwisseling de hulp van het project uiteindelijk niet meer nodig heeft en dat ze zelf ‘’zelfstandig’’ verder kunnen. Dat is het idee en een belangrijk doel van het project. Tegelijkertijd is begrip bij de schoolleidingen en de ondersteunende overheden ook belangrijk, zodat het werk gehonoreerd wordt en de ondersteuning en waardering van zulke initiatieven verder gaat. Als ander doel zou ik graag zien dat men als aansluiting van een verder project ook uitwisselingsmogelijkheden in het basisonderwijs mogelijk maakt en niet alleen in het voortgezet onderwijs. Het speciale doel voor de Euregio-Realschule is naar mijn idee  dat de school voor de eerste vier schooljaren een goed curriculum opgebouwd heeft en de schoolleiding realistische doelen voor de toekomst kan opstellen.”

  1. Gaan we kort naar 2030 en bekijken we de binationale grensoverschrijdende samenwerking in de onderwijssector tussen Nederland en Duitsland. Welke factoren zullen volgens u deze samenwerking tot een succes maken?

“Ik geloof dat de beide onderwijssystemen van elkaar kunnen leren. Ons uitwisselingsproject kan ervoor zorgen dat men oog daarvoor krijgt. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de kwaliteitsbewaking en vergelijkbaarheid op het gebied van digitalisering. Ook kan aangetoond worden hoe onderwijs in de doeltaal goed kan werken. In beide landen kan zeker op veel gebieden van het buurland geleerd worden. Bovendien zou in de toekomst ook meer uitwisseling in het scholen van leraren zinvol zijn. Dan zouden beide landen nog veel meer van elkaar kunnen profiteren!”