Interview met Tina Konrad op 02.07.2019

tk_1

  1. U werkt bij het project Nachbarsprache & buurcultuur. Kunt u wat vertellen over uw bezigheden en taken?

“Ik ben medeverantwoordelijk voor de materiaalontwikkeling. Samen met de projectscholen, maar ook met studenten en stagiairs ontwikkelen wij verschillende materiaalboxen. Dit materiaal kan tijdens uitwisselingen gebruikt worden, zoals kennismakingsspellen, schoolrally’s of de excursieband over de Euregio. Verder ontwikkelen wij materiaal voor het vak Nederlands, omdat het aanbod aan leermateriaal voor de doelgroep scholieren erg beperkt is en er aan het begin van het project hier veel behoefte aan was. Zo hebben we bijvoorbeeld de kalender „Nederland viert feest“ gemaakt die in het klaslokaal opgehangen kan worden en iedere maand een Nederlandse feestdag laat zien. Voor iedere maand staat er extra materiaal ter beschikking om zo nodig bepaalde thema’s verder te verdiepen.

Verder begeleid en ondersteun ik scholen bij de uitwisselingen, doordat wij vanuit onze kant bijvoorbeeld de ontmoetingsfase regelen of bij het directe gebruik van ons materiaal meehelpen. Ook bij het uitvoeren van schoolactiviteiten zoals de „Tag der offenen Tür“ of projectweken ondersteun ik de scholen als daar behoefte aan is.

Een ander werkterrein is het houden van workshops over verschillende dingen. Ik verzorg bijvoorbeeld grote en kleine taalworkshops voor leergierige leraren of scholieren zonder kennis van het Nederlands. Bovendien ben ik bij de planning en uitvoering van vergaderingen en congressen in het kader van het project betrokken.”

  1. Welke activiteit in het kader van het project is u tot nu toe het meeste bijgebleven?

“Verschillende grote en kleine dingen maken indruk. Een hoogtepunt was in ieder geval het grote „Lernen vom Nachbarn/leren van de buren“-congres in april 2018 in de Wasserburg in Rindern. Maar ook kleine dingen zoals de interactie van scholieren tijdens een uitwisseling, zorgt iedere keer voor andere inzichten. Zeer geslaagde uitwisselingen waren bijvoorbeeld het gezamenlijke bezoek aan het Kaiser Wilhelm Museum in Krefeld over het thema „Sprache und Kunst“ en de wandeldag waarbij we gingen waterskiën in het sportpark „De Berendonck“ in Nijmegen.”

  1. Wat bepaalt volgens u het succes van het project?

“Dit project draait op de grote betrokkenheid van leerkrachten en scholieren. Veel leraren komen met goede ideeën, maar ze staan ook open voor voorstellen en ideeën van de projectmedewerkers en ze proberen nieuwe dingen uit.”

  1. Wat hoopt u in 2020 met het project bereikt te hebben?

“Ik hoop dat het ons lukt om een goed functionerend netwerk tussen Duitse en Nederlandse scholen op te bouwen. Het zou mooi zijn wanneer de scholen verder ervaringen en/of materiaal (good practice-voorbeelden) zouden uitwisselen om steeds weer nieuwe ideeën in omloop te brengen. Scholieren hebben door het intensieve contact met de buren, deze mensen (qua taal en cultuur) beter leren kennen en mogelijke drempels overwonnen. Misschien is hun interesse gewekt om zich ook in de toekomst met het buurland en zijn bewoners bezig te houden. In het ideale geval hebben de scholieren de mogelijkheden gezien, die een blik over de grens, niet alleen naar Nederland, maar naar heel Europa en de wereld, kan bieden.”

  1. Gaan we kort naar 2030 en bekijken we de binationale grensoverschrijdende samenwerking in de onderwijssector tussen Nederland en Duitsland. Welke factoren zullen volgens u deze samenwerking tot een succes maken?

“Ik denk dat het belangrijk is dat scholen ook in het vervolg een intensieve grensoverschrijdende uitwisseling mogelijk maken. Belangrijk is ook dat de uitwisseling van leerkrachten tussen de landen makkelijk wordt. Aan beide kanten zou men elkaar ook beter over het onderwijssysteem in het andere land moeten informeren, omdat de verschillen op veel gebieden toch groot zijn en dit er deels voor zorgt dat een uitwisseling lastig verloopt. Daarnaast kan onwetendheid voor misverstanden zorgen.”