memospel

buren: wat zijn de verschillen/overeenkomsten?

Hebt u nog geen memospel maar wilt u meteen gaan spelen? Dat kan met onze online versies van het memospel in de versie memospel met beeld/zonder tekst & memospel met beeld/met tekst.

Het memospel buren: Wat zijn de verschillen/overeenkomsten? werd in het kader van het project Nachbarsprache & buurcultuur ontwikkeld. De idee ertoe ontstond bij het gebruik van het lesmateriaal Ontdekken van de omgeving: stad- en schoolverkenning, waarbij scholieren tijdens de uitwisseling o.a. daartoe 1Aussenseitewerden aangezet om tijdens het ontdekken en verkennen van hun eigen omgeving en de omgeving van hun uitwisselingspartner zelf foto’s van objecten uit de openbare ruimte in Nederland en Duitsland te maken en op basis daarvan een eigen Nederland-Duitsland memospel te ontwerpen.

Het memospel buren: Wat zijn de verschillen/overeenkomsten? Omvat 48 kaarten (24 paren). Net zoals in het bekende memory zijn er paren, bestaand uit twee kaarten, waarop elk het zelfde object is afgebeeld, bijvoorbeeld een brievenbus. In deze Nederlands-Duitse variant hoort een Duitse brievenbus bij een Nederlandse brievenbus. Winnen gaat de speler, welk de meeste bij elkaar horende paren heeft opgelegd.

brievenbus

Volgende afbeeldingen van objecten omvat het memospel:Memo-mehrere

plaatsnaambord; brievenbus; straatnaam; stoplicht; algemene snelheidslimieten;  kiosk; trein; stoplichtknop; politieauto; kenteken; apotheek; gladde vloer; erf; prullenbak; graffiti bushalte; kapper; inrit vrijlaten; ambulance; ijssalon; voetpad; verboden toegang; eenrichtingsweg; geen ongeadresseerd reclamedrukwerk

Tips voor het gebruik van de memospellen:

Afhankelijk van de grootte van de groep, leeftijd en gebruikssituatie (bij een uitwisseling, reguliere vreemde talen onderwijs, of zelfs in andere vakken of contexten) zou voor begin van het spel over het volgende moeten worden nagedacht:

  1. Zal met alle kaarten worden gespeeld of alleen met een selectie ervan? De keuze zou bijvoorbeeld aan de hand van de schrift op de kaarten kunnen worden gemaakt. Zonder schrift is vooral een optie bij jongere kinderen kleuterschool/ begin basisschool). Ook een indeling op basis van onderwerp zou kunnen of gewoon een “best of”, een indeling naar uw eigen smaak. Uw kunt de kaarten ook gewoon door twee delen, zodat twee groepen met een memospel kunnen spelen en daarna hun spel met elkaar kunnen wisselen.
  2. Zouden de scholieren de objecten van het memospel al kennen of zouden ze deze tijdens het spel ontdekken? De laatste optie geeft veel mogelijkheden tot communicatie over het spel en de objecten. Afhankelijk van leeftijd, taalniveau en speelsituatie kan het echter ook tot frustratie leiden als de kinderen zelf niet kunnen beslissen welk Nederlands object bij welk Duits object hoort.

Flagge

Tijdens het spel:

  1. Scholieren krijgen – voorzien niet al van tevoren de objecten zijn besproken of bekend zijn – een overzicht in tabelvorm, waarop ze de bij elkaar horende paren kunnen neerleggen. De paren worden dan – in het ideale geval in het Duits en Nederlands, maar andere talen zijn ook nadrukkelijk gewenst – met de naam in de talen aangevuld. De overzicht vindt u hier (versie 1 (docx, 1,8 MB), versie 2 (docx, 91 kB)).
  2. Scholieren werden tijdens het open leggen van een kaart gevraagd om aan te geven wat voor een object ze zien en te zeggen of het een object afkomstig uit Nederland of Duitsland is. Iedereen vult hiervoor zelf een tabel in. De tabel kunt u hier (docx, 12 kB) vinden. Wie heeft aan het einde de meeste goede voorstellingen gehad?

Na het spel:

  1. Scholieren ontwikkelen hun eigen Nederland-Duitsland memospel. Afhankelijk van de leeftijd van de scholieren kunnen gedetailleerde voorwaarden worden opgesteld, vergelijk pagina XX in het lesmaterial “stad- en schoolverkenning”; het is ook mogelijk om de scholieren zelf te laten beslissen over hun keuze van objecten. Uw zou ook voor een thematiek insteek kunnen kiezen: in het verkeer, boodschappen doen, streetart, verboden e.a. of met foto’s/illustraties uit andere Nederlands- en Duitstalige landen (vgl. lesmateriaal over de Nederlandstalige landen, p.27 tot 29; en over de Duitstalige landen, p.9). Op basis daarvan kunnen ook andere spelvarianten ontstaan, bijvoorbeeld een kwartet of een bongospel. Het maken van de foto’s kan meteen in de regio gebeuren of via internet plaatsvinden.
  2. Scholieren kiezen voor objecten uit het memospel (of buiten het memospel), bijvoorbeeld voertuigen, verkeersborden, symbolen (bv. Apotheek, merken) en rechercheren (online) of uit hun geheugen (vakantie in andere landen, oorsprongslanden), hoe de objecten in deze landen eruitzien. Hun resultaten worden in een kleine presentatie samengesteld, die aanleiding geeft tot vragen stellen en nadenken over bijvoorbeeld waarom heet de ijsmerk een keer Eskimo en ergens anders Frigo of Ola? Wat is eigenlijk op het apotheekteken afgebeeld in de verschillende landen? Is er een gezamenlijke oorsprong? Ook verschillen van bepaalde teken binnen verschillende landen kunnen tot onderwerp worden gekozen, bijvoorbeeld de stoplichtfiguren in Duitsland (..)

Collage_Ampel

Verdere ideeën en materiaal voor het spel worden regelmatig op deze website aangevuld.

Over uw ideeën, hoe uw het memospel hebt gebruikt horen en hoe uw scholieren hiermee zijn omgegaan, horen we graag. U kunt ons gewoon een mail sturen!