Radboud Universiteit
Zoek in de site...

Gelukkig worden? Doe iets voor een ander!

Datum bericht: 12 juli 2018

De effectiefste manier om gelukkig te worden? Verschillende onderzoeken claimen dat weldoen zorgt voor een groot geluksgevoel. Of het nou is vanuit je baan, als vrijwilliger of met een zak geld. 'De kern is dat je je inzet om anderen gelukkig te maken.'

Hoe worden we gelukkig? Het is dé vraag van het jaar, maar er is geen eenduidig antwoord. Er doen verschillende theorieën de ronde. Een van de hardnekkigste is dat geluk voortkomt uit het goeddoen voor iemand anders. Ap Dijksterhuis, hoogleraar Psychologie aan de Radboud Universiteit en schrijver van het boek Op naar geluk, staat vierkant achter deze theorie. ‘De effectiefste manier om gelukkig te worden, is door te proberen anderen gelukkig te maken’, zegt hij.

Beeld: Wendy Bergervoet

Hiermee heeft Dijksterhuis, samen met andere wetenschappers, wellicht een belangrijk antwoord geformuleerd op een groot maatschappelijk vraagstuk. We zijn namelijk maar druk met geluk. Het vormt een van de kernthema’s in de hedendaagse maatschappij en is voor velen het hoogste streven. De Nederlandse kranten, nieuwssites en televisiezenders hebben er de mond vol van. Ook binnen de universitaire wereld staat het thema centraal. Zo stond de opening van het huidige academisch jaar volledig in het teken van geluk en kwam er een Radboud Platform voor Geluk met een gelukscoördinator en gelukscursus. Niet gek, als je bedenkt dat steeds meer mensen, onder wie opvallend veel promovendi en studenten, kampen met een burn-out of depressie.

Gelukkige beroepen

Volgens Dijksterhuis heeft hulp bieden of iets geven aan een ander een sterk effect op het eigen geluksgevoel. Dat is geen aanname, maar wordt bewezen door verschillende onderzoeken. Zo toonde een simpel onderzoek in Canada aan dat we gelukkig worden van geven. Dijksterhuis: ‘Studenten kregen allemaal twintig dollar. De ene helft werd gevraagd een cadeau te kopen voor zichzelf, de andere helft moest een cadeau kopen voor een ander. Achteraf bleek die laatste groep gelukkiger.’ Ook peuters worden gelukkiger van geven, blijkt uit een studie van dezelfde onderzoekers. Het zit dus al van jongs af aan ingebakken in ons systeem.

Hulp bieden of iets geven kan natuurlijk in verschillende vormen. Sommige mensen doen het als beroep. Denk aan bloemisten, kappers, schoonheidsspecialisten en loodgieters. Uit Engels onderzoek bleek dat deze vier beroepen boven aan de lijst met gelukkigste beroepsgroepen staan. ‘Dat zou je niet verwachten, maar het zijn allemaal mensen die de hele dag iets doen voor een ander en de dankbaarheid van anderen in ontvangst nemen’, verklaart Dijksterhuis.

Een andere vorm van hulp bieden is vrijwilligerswerk. De positieve effecten hiervan blijken vooral erg sterk bij ouderen. Dijksterhuis denkt dat dit komt omdat het helpen van een ander ouderen het gevoel geeft dat ze iets bijdragen aan de wereld. ‘Je nuttig voelen, dat zou best eens een gevoel kunnen zijn dat voor ouderen nog belangrijker is dan voor jongeren. Mijn zoon van zeventien is bijvoorbeeld met heel andere dingen bezig. Dat wil overigens niet zeggen dat jongeren geen geluk ervaren als ze vrijwilligerswerk doen. Ze ervaren het alleen minder sterk.’

Geld maakt gelukkig

Esther-Mirjam Sent. Foto: VoxwebGeld geven is een derde vorm van hulp bieden en waarschijnlijk een van de populairste. Hoogleraar Economische theorie en economisch beleid Esther-Mirjam Sent focust in haar onderzoek onder andere op de relatie tussen geluk en geld. Hoewel je volgens haar van het hebben van geld of andere materiële zaken gelukkig wordt, is dit gevoel maar tijdelijk. ‘Het activeert dezelfde hersendelen als drugs. Als je het eenmaal hebt, wil je meer.’ Om gelukkiger te worden van geld, moet je het volgens Sent vooral op de juiste manier uitgeven.

Een effectieve investering voor een langdurig geluksgevoel is het geven aan goede doelen of maatschappelijke projecten. Volgens Sent is het hierbij wel van belang dat de hulp persoonlijk is. ‘Je moet weten aan wie en waarvoor je geeft en je moet het gevoel hebben dat je een verschil maakt. Je wil je geld niet zomaar op de grote hoop gooien, maar tastbaar resultaat zien van jouw investering. Pas dan word je echt gelukkig van het geven van geld.’

Sent zegt dat het voor economen heel bijzonder is dat we gelukkiger worden van geven. ‘Lange tijd verwierpen economen altruïsme, met de gedachte dat iedereen voor zijn of haar eigenbelang ging. Maar nu blijkt dus dat we juist gelukkiger worden van altruïsme.’

Positieve feedback

Hulp bieden of geven kan dus in verschillende vormen. Voor het geluksgevoel is volgens Dijksterhuis echter één ding bij al deze vormen belangrijk: positieve feedback. ‘Als je voelt dat andere mensen dankbaar zijn, ga je jezelf ook beter voelen.’ Positieve feedback is overigens geen absolute voorwaarde om geluk te ervaren door weldoen. Het kan ook door indirecte hulp. Bloeddonoren ervaren bijvoorbeeld ook een geluksgevoel na een donatie. ‘Waardering maakt dit effect alleen een stuk sterker’, aldus Dijksterhuis.

Non-profitorganisaties weten ook dat positieve feedback belangrijk is voor de motivatie van mensen om te doneren. Zulke organisaties gebruiken dit dan ook om potentiële donateurs over de streep te trekken. Zo zijn ze de hulpvraag steeds concreter gaan formuleren. Dijksterhuis: ‘Waar eerst werd gevraagd om geld voor een land, wordt nu gevraagd om geld voor matrassen, medicijnen en schoolboeken. Hoe concreter de hulp, hoe meer je ophaalt. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat mensen daardoor meer het gevoel hebben dat ze echt het verschil maken, een indirecte vorm van positieve feedback.’

Als Dijksterhuis wordt gevraagd of hij zelf veel doet voor anderen, kijkt hij bedenkelijk. ‘Niet heel rechtstreeks. Dat komt ook omdat ik niet de meest sociale persoon ben. Ik heb veel tijd voor mezelf nodig. Maar ik doe op mijn eigen manier wel wat voor anderen. Ik geef veel lezingen en schrijf boeken. Zo hoop ik andere mensen te inspireren. Het is mijn missie om met psychologie de wereld mooier te maken.’

Volgens Dijksterhuis heeft iedereen er baat bij iets voor een ander te doen. ‘Maar we moeten het wel op onze eigen manier doen. Er zijn allerlei manieren om een bijdrage te leveren aan de wereld. De een doet het met muziek, een ander schrijft boeken, een derde doet het als journalist en een vierde maakt als kapper mensen blij. Dat vind ik ook het mooie: het hoeft niet altijd heel diep te zijn, ook normaal menselijk contact waarbij dankbaarheid en blijheid worden getoond, zorgt voor geluk.’

Luxeprobleem

Ap Dijksterhuis. Foto: Maerten PrinsWe mogen ons gelukkig prijzen dat geluk zo’n groot thema is in onze maatschappij, vindt Dijksterhuis. De discussie over geluk komt volgens hem namelijk voort uit een luxeprobleem: ons relatief zorgeloze bestaan. ‘De groep mensen die voldoende geld en middelen heeft om aan alle basale levensbehoeften te voldoen, groeit elk jaar. Niet alleen in Nederland, maar bijvoorbeeld ook in China. Je ziet dat in zulke landen de belangstelling voor geluk toeneemt, simpelweg omdat mensen tijd hebben om erover na te denken.’

Het is volgens de psycholoog een misverstand dat we steeds ongelukkiger worden. ‘Sterker nog: we worden hier gemiddeld steeds iets gelukkiger.’ De gelukshype van de afgelopen jaren is volgens hem echter voornamelijk voorbehouden aan de rijkere landen. ‘Als je zo arm bent dat je niet eens weet of je vanavond kunt eten, ga je echt geen boek van Ap Dijksterhuis over geluk lezen. Dan ben je met heel andere dingen bezig.’

Hoewel een luxeprobleem, vindt Dijksterhuis het een goede zaak dat mensen aan zichzelf willen werken om gelukkig te worden. ‘Dat mag zelfs nog wel wat meer. Ik vind dat geluk hier moet worden onderwezen op scholen. We weten er inmiddels zoveel van, we moeten meer doen met die kennis. Ik hoop dat het daardoor steeds algemener bekend wordt dat geven gelukkig maakt. De groep die meer kan geven, groeit nog steeds, dus daar liggen kansen. Maar het mooiste vind ik dat ook mensen die wat minder te besteden hebben, gelukkiger worden door te geven. Inkomen is hierbij dus niet belangrijk. De kern is dat je je inzet om anderen gelukkig te maken. Of je dat nu met geld doet of met inspanning, het kan op allerlei manieren. Het is iets heel universeels.’

Het goede voorbeeld (I): Marinka Dohmen ondersteunt vluchtelingen

Toen Heumensoord in september 2015 werd ingericht als tijdelijk vluchtelingenkamp voor drieduizend nieuwkomers, bedacht Marinka Dohmen (39) zich geen moment. Samen met haar man zette de oud-Radboudstudent bedrijfscommunicatie de Facebookpagina 'Welcome to Nijmegen' op (met inmiddels meer dan 9.000 likes). Doel was om het draagvlak voor de vluchtelingenopvang in Nijmegen te vergroten en mensen te informeren. Van het een kwam het ander: het vrijwilligerswerk groeide uit tot fulltime baan, met een eigen stichting als gevolg.

Dertig Facebookpagina’s

‘Met "Welcome to Nijmegen" ondersteunden we een beweging en stimuleerden we inwoners om vluchtelingen welkom te heten’, zegt Dohmen, terugblikkend op die eerste hectische periode in 2015. Haar ervaring als communicatieadviseur kwam goed van pas, al snel begon de pagina zijn werk te doen. Ook de besloten Facebookgroep 'Refugees in Netherlands Nijmegen' begon te draaien. Dohmen: ‘We willen nieuwkomers en Nederlanders motiveren en inspireren om contact met elkaar te maken op een gelijkwaardige manier. Dat is erg belangrijk om hier iets op te bouwen. Begrijpelijke informatie is daarbij essentieel.’ Op verzoek van nieuwkomers zelf heeft Dohmen elders soortgelijke groepen opgezet. Inmiddels zijn dat er zo’n dertig, verspreid over het hele land.

Volgens Dohmen was en is verbetering van de informatievoorziening voor nieuwkomers hard nodig. ‘Toen we begonnen met de Facebookgroepen, ten tijde van de Europese migratiecrisis, kregen we ontzettend veel vragen van nieuwkomers en vrijwilligers. Ze misten gerichte informatie. Dat bleek in 2015 al uit wetenschappelijk onderzoek: veel nieuwkomers begrepen de praktische informatie niet of konden die niet vinden. Als je wil dat de nieuwe generatie nieuwkomers stappen kan zetten, moet je hen actief en duidelijk informeren.’

Yalla Foundation

Om dat te bereiken, richtte Dohmen, samen met Syriër en assistent-onderzoeker Younes Younes, Stichting Yalla op. Er zijn inmiddels twee websites en een handboek in verschillende talen. ‘We geven antwoord op simpele vragen voor nieuwkomers in Nijmegen, bijvoorbeeld hoe je je rijbewijs kunt verlengen. Daarnaast geven we informatie over de stad en laten we nieuwkomers kennismaken met verschillende instanties. Bedenk dat het hier voor hen heel raar is. Ze ervaren een cultuurshock. Dan is het fijn als alle informatie op één plek bereikbaar is.’ Tegenwoordig weten ook andere gemeentes en organisaties hun weg te vinden naar de stichting. ‘Het is mijn fulltime baan geworden.’

Dohmen geeft toe: al haar inspanningen hebben de nodige kracht gekost. Het werd haar soms wat veel. ‘Als je weet dat je zoveel impact kunt hebben, wordt het moeilijk om grenzen te stellen. Op vakantie ben je dan toch nog even bezig met het een of ander.’ Toch lijkt ze geen moment spijt te hebben van haar keuzes. ‘Ik voel me gelukkig als ik zie wat je met een beetje sturing en ervaring kunt bereiken. Mensen komen bij elkaar en voelen zich blijer en veiliger. Dat voelt ook voor mij goed.’ Ze wil haar werk ook in de toekomst doorzetten en er liggen al een heleboel nieuwe plannen klaar. ‘We zijn veel in gesprek met festivals om nieuwkomers daar meer bij te betrekken. Daarnaast zijn we bezig met de ontwikkeling van een soort cursus voor Arabisch-sprekenden, in samenwerking met de Radboud Universiteit, over positief in het leven staan.’

Het goede voorbeeld (2): Jody van den Tillaart steunt project Maria van Gelre

Het beroemde gebedenboek van Maria van Gelre – de grootste kunstschat van middeleeuws Gelderland – is nu in zijn geheel online beschikbaar en wordt gerestaureerd en daarna tentoongesteld in Museum Het Valkhof. Dat was niet gelukt zonder de hulp van vele donateurs. Zij zorgden ervoor dat de crowdfundactie van letterkundige Johan Oosterman van de Radboud Universiteit uiteindelijk liefst 32.700 euro opleverde. Een van de donateurs is Jody van den Tillaart (33), alumnus Nederlands. Zij kiest ieder jaar twee doelen uit om aan te doneren: iets van dichtbij en iets van verder weg.

Menselijke plicht

‘Dat doe ik al sinds ik begon met geld verdienen, zo’n tien jaar geleden’, zegt Van den Tillaart. ‘In het begin was het wat minder, nu wat meer. Het gaat niet om bedragen. Ik vind het een menselijke plicht om te kijken wat er om ons heen gebeurt en goede initiatieven te ondersteunen.’ Daarbij komt dat ze naar eigen zeggen niet veel nodig heeft en niet zou weten waar ze het geld aan op moest maken. ‘Zolang ik maar in mijn basisbehoeften kan voorzien, is het goed. Ik geef mijn geld dan liever uit aan iets nuttigs. Dat is veel substantiëler dan er zelf iets voor kopen.’

Hoe kiest ze die doelen uit? Een van de belangrijkste factoren voor Van den Tillaart is dat het haar ‘wat moet doen’. ‘Ik moet er een connectie mee hebben, een gezicht of plaats bij het doel zien. Het moet mij persoonlijk raken. Daarom geef ik ook niet aan instanties die werken met een hele marketingmachine.’ Ze geeft vaak aan doelen die iets doen met kunst of literatuur of hulp bieden aan moeders en kinderen. Zo vroeg ze, toen ze twee jaar geleden beviel van een tweeling, geld in plaats van cadeaus. ‘Dat geld gaf ik aan een oud-klasgenoot, die nu als tropenarts een hele afdeling opzet in Tanzania. Dat is zo’n mooi project!’

Fier overeind

Ook het gebedenboek van Maria van Gelre sprak bij Van den Tillaart sterk tot de verbeelding. ‘In veel middeleeuwse boeken zie je vrouwen heel devoot geknield of met het hoofd naar beneden afgebeeld. Maria van Gelre staat juist fier overeind met een opengeslagen boek in handen. Daarom wilde ik meer weten over haar persoon.’ Van den Tillaart vindt het leuk dat ze heeft bijgedragen aan de realisatie van het project, vooral omdat uit het onderzoek naar Maria van Gelre veel nieuwe informatie komt en omdat het geld vervolgonderzoek mogelijk maakt. Ze heeft echter ook diepere beweegredenen. Door geld te geven, kun je volgens haar namelijk laten zien wat belangrijk is. ‘Ik vind dat er niet genoeg onderzoeksgeld gaat naar letteren. De alfastudies blijven altijd een beetje onderbelicht.’

Van den Tillaart wordt nog regelmatig op de hoogte gehouden van de voortgang van het project. ‘Iedere keer dat ik erover lees, heb ik het gevoel dat ik iets leer. Daarnaast ben ik blij voor Johan Oosterman, ik heb zijn colleges altijd met veel plezier gevolgd.’ Het geeft haar een fijn gevoel om haar geld te delen. ‘Stel, je hebt een zak met geld, dan is het toch niet leuk om alleen maar dingen voor jezelf te kopen. Liever allemaal een beetje dan in je eentje een heleboel.’

Het goede voorbeeld (3): Lars Brouwers in Sierra Leone

De enige 3D-printer in heel West-Afrika staat in het Lion Heart Medical Centre in Yele, een dorp in Sierra Leone. Er worden protheses geprint voor mensen met een fysieke handicap. Het geavanceerde apparaat kwam er terecht door de inzet van Lars Brouwers (29), chirurg in opleiding aan het Radboudumc. Samen met goede vriend en tropenarts in opleiding Wouter Nolet reed hij drie weken aan een stuk in een Saab 9-5 Turbo – bouwjaar 2001 – om de printer in Yele te krijgen. ‘We reden gemiddeld zo’n vierhonderd kilometer per dag. Vanaf Marokko werd dat steeds moeilijker door de slechte wegen’, vertelt Brouwers.

Het idee om een 3D-printer naar Sierra Leone te brengen, ontstond ruim een half jaar geleden. Nolet ging als tropenarts aan de slag in Yele en wilde daar over land naartoe. Brouwers besloot hem te brengen. ‘8.500 kilometer rijden in je eentje, is ook niet wat je wil. In eerste instantie ging ik mee om hem veilig af te zetten.’ Dat was echter niet de enige drijfveer. Brouwers gaf ook een medische invulling aan zijn reis. ‘Als arts-onderzoeker in het Elisabeth-TweeStedenziekenhuis in Tilburg onderzoek ik de mogelijkheden van 3D-printing in de zorg. Een Engelse onderzoeker verstuurde al geprinte protheses vanuit Engeland naar Sierra Leone. Toen dacht ik dat het nog mooier zou zijn als we zo’n printer in dat land konden neerzetten.’ Printerfabrikant Ultimaker stemde in en doneerde de benodigdheden. In december 2017 begonnen Brouwers en Nolet aan hun reis, drie weken later stond zowel de tropenarts als het apparaat op zijn plek.

Navelstrengklemmen

De hoofdfunctie van de 3D-printer in Yele is het maken van protheses. Die zijn daar hard nodig, want door de burgeroorlog (1991-2002) verloren veel inwoners een of meer ledematen. ‘Met zo’n apparaat print je in een dag een prothese en het kost maar drie euro’, zegt Brouwers. De printer wordt echter ook ingezet voor andere doeleinden. Zo worden er reservematerialen als navelstrengklemmen en onderwijsmiddelen als een modelwervelkolom mee geprint. Dat alles gebeurt ondanks de moeilijkheden van een land als Sierra Leone. ‘Denk aan corruptie, maar ook aan haperende stroomvoorziening. Je moet met veel dingen rekening houden en creatief te werk gaan.’

Dat Brouwers nu weer in Nederland is, wil niet zeggen dat zijn werk in Sierra Leone stopt. Zo krijgt hij foto’s toegestuurd van misvormde handen of armen. ‘Wij kunnen hier dan samen met Arico Verhulst, technisch geneeskundige, en Thomas Maal, coördinator van het 3D lab van het Radboudumc, digitaal een passende prothese maken en die via WeTransfer naar Yele sturen. De prothese rolt daar dan binnen de kortste keren uit de printer.’ Ook is de chirurg in opleiding in gesprek met de Universiteit Twente om stageplekken voor technisch geneeskundigen op te zetten in Yele. ‘Zo leren ze veel van een andere cultuur en dragen ze ook nog bij aan innovatie in Afrika.’

Hartstikke mooi

Mooi natuurlijk, dat Brouwers dit allemaal doet, maar wordt hij er zelf ook gelukkig van? Dat vindt hij een moeilijke vraag. ‘Ik word er niet per se gelukkiger van. Of ik nou hier in Nederland of daar in Sierra Leone een patiënt help, dat is voor mij hetzelfde. Maar als dit project over enkele maanden duurzaam en goed blijkt uit te pakken, maakt dat me wel gelukkig, ja. Zo’n 3D geprinte prothese of navelstrengklem is natuurlijk hartstikke mooi.’

Tekst: Thijs van Beusekom. Dit artikel is afkomstig uit het septembernummer van Radboud Magazine (2018). Alumni van de Radboud Universiteit kunnen het magazine gratis op papier of digitaal ontvangen met het aanvragen van de Alumni Benefits Card. Vraag de gratis kaart aan en profiteer van de voordelen.