Radboud Universiteit
Zoek in de site...

Pochen voor dummies

Datum bericht: 5 september 2019

Dit is alweer mijn 83ste stuk voor FD Persoonlijk. Uit mijn scherpe pen vloeien de woorden met gemak op papier. De kracht van mijn werk is dat de lezer wordt vermaakt én er iets van opsteekt.

De kans bestaat dat je deze zin niet meer leest, omdat je bijna brakend bent doorgebladerd naar een stuk waarin de schrijver wat minder brallerig van wal steekt. Maar hoewel de een een wat sterkere behoefte heeft aan borstklopperij dan de ander, is opscheppen een universele neiging. Ergens en ooit voel ook jij de aandrang. De biologie erachter: als je je positief uit over jezelf, gebeurt er neurologisch hetzelfde als wanneer je alcohol drinkt of suiker eet: het beloningscentrum krijgt een impuls. En dat geeft een lekker gevoel.

Roos Vonk, hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit en auteur van onder meer De eerste indruk, licht toe: ‘Opscheppen zit bij de mens ingebakken. Het dient ons ego, dat behoefte heeft aan bevestiging of bewondering. Daarbij is het in bepaalde situaties nodig. Denk aan sollicitaties, salesgesprekken of dates: in alle situaties wil je de beste versie van jezelf laten zien.’

Volgens Vonk zijn er grofweg twee soorten drijfveren voor opscheppers. De zelfverzekerde haan, die het doet om nog wat meer lucht in dat reeds opgeblazen ego te blazen. En de onzekere mus, die uit alle macht haar zorgen over zichzelf wil weghalen door bevestiging te zoeken. Oftewel de dagverse zwager die op de familiebarbecue vertelt over zijn recente first-classvlucht naar de Seychellen en het instabiele nichtje dat tijdens het sateetje houvast zoekt in namedropping. Nicht noch zwager hoeft op sympathie te rekenen, waardoor de kans groot is dat ze hun doel – geloofd en gaaf gevonden worden – missen.

A-diploma van je zoon

Nederlanders hebben een ambivalente houding ten opzichte van opscheppen. Ook winnaars komen er hier bekaaid van af: waar wij een handjevol ruiterstandbeelden hebben staan om verleden helden te eren, vind je ze in buurlanden op iedere hoek. Nederland­ heeft, net als de Scandinavische landen, een meer feminiene cultuur, waarin gelijkwaardigheid wordt nagestreefd, het gemiddelde de norm is en ‘de verliezer’ een extra schouderklopje verdient. En áls er wordt opgeschept, is dat vaker door mannen. ‘Onderzoek toont dat mannen makkelijker de loftrompet over zichzelf steken dan vrouwen. Vrouwen hebben meer behoefte aardig gevonden te worden, iets wat niet goed samengaat met opscheppen. Mannen hechten juist meer waarde aan een bekwaam imago’, vertelt Vonk.

Maar de laatste decennia wordt opscheppen onder Nederlanders wat normaler gevonden – ook onder vrouwen. Vergelijk het handjevol mensen aan wie je moeder over jouw A-diploma vertelde met het aantal dat jij online verwittigt over het diploma van je zoon. Vóór sociale media was het ondenkbaar dat een kennis van een kennis op de hoogte werd gesteld van zo’n prestatie, inmiddels is het bon ton. Die manier­ van opscheppen is effectief, doordat de ontvangende partij (Facebook-vrienden) die niet als opscheppen kwalificeert, maar als ‘leuke informatie’. ‘Jongere generaties zijn wat narcistischer’, zegt sociaal psycholoog Vonk. ‘Of dat aan sociale­ media ligt weet ik niet, maar het is natuurlijk wel zo dat het plaatje belangijker is op bijvoorbeeld Facebook en LinkedIn dan in het echte leven.’

Zogenaamd bescheiden

Toch voelt bijna iedereen wel aan dat je door hard opscheppen vrij snel wordt afgeserveerd. Opscheppen mag, mits aan de hand van wat stelregels. Zo laat je je imago off- en online glimmen, zonder in te boeten aan sympathie.

Opscheppen is pas effectief als het door de ontvangende partij niet als opscheppen wordt gezien. Online is er meer rek dan in het echte leven. ‘Ik ben verkozen tot beste salesmanager!’ wordt online makkelijker geaccepteerd dan wanneer je het luidkeels deelt in een verjaardagskring.

‘Als je online gaat, kies dan het juiste medium’, zegt sociale-media-expert en influencer Eliane Roest. ‘Persoonlijk nieuws past op Facebook, Instagram of WhatsApp, professionele successen deel je op Facebook en LinkedIn.’ Niet alles kan: een goede beoordeling van je manager deel je niet online.

‘Help, mijn kind is vier en leest zichzelf voor uit Jip en Janneke. Hoe moet ik hiermee omgaan?’ Of: ‘Mijn oom zei dat ik op Doutzen Kroes lijk, hij heeft echt een bril nodig!’ De diepste valkuil van opscheppen is humble bragging, het zogenaamd bescheiden trompetteren. Een derde voorbeeld: #jetlagged #moeeee, bij een spetterende gefilterde selfie aan het Balinese strand. ‘Deze mensen richten hun pijlen op zowel aardig als bekwaam gevonden worden, mooi/slim/succesvol, enzovoorts. Glad ijs dat bijna niet te berijden valt’, zegt Vonk. Waar ‘gewone, vervelende’ opscheppers tenminste nog kans maken om als getalenteerd te worden gezien, zijn humble braggers dubbel het haasje: ze worden én onsympathiek én niet bekwaam bevonden.

Benoem de onhebbelijkheid van egopoetsen zelf, dan ben je de kritische massa voor. Online is dat bijvoorbeeld: ‘Jongens, even wat schaamteloze zelfprofilering: ik ben aangenomen voor de MBA opleiding van Insead!’ Kijk (on- en offline) uit voor de tekst: ‘Ik wil niet opscheppen, maar …’, want dat is vervolgens precies wat je gaat doen, en dat, zo blijkt uit onderzoek aan Harvard University, wordt niet gewaardeerd.

Sandwich je eigen schouderklop tussen wat oprechte, zelfkritische noten. Als je de fantastische jaarcijfers van je bedrijf graag kwijt wilt, noem dan eerst de vestiging die je helaas hebt moeten sluiten vanwege onderpresteren, en eindig bijvoorbeeld met dat het zo spannend is weer een nieuw jaar in te gaan.

Goeie genen

De hashtag trots: tenzij je die plaatst bij een foto van je nog levende grootmoeder die in de Tweede Wereldoorlog in het verzet heeft gezeten, niet doen. #Trots bij jezelf (of je kind) plaatsen is zelden sympathiek. Alleen­ opscheppers kunnen andere opscheppers waarderen – het verklaart de likes op zo’n bericht.

Offline geldt: gooi een borstklopper niet zomaar over tafel. Uit het niets beginnen over het compliment dat je van een Brit kreeg voor je uitspraak van het Engels is nogal awkward. Wil je het graag kwijt, stuur dan eerst het gesprek naar meertaligheid of Engeland en drop het vervolgens met gepaste trots. Een truc is bij de ander naar het thema te vragen waarover je graag wilt vertellen, bijvoorbeeld: ‘Hoe was je weekend?’ Na zijn verhaal kom je met jouw waanzinnig toffe programma. Doe dit niet te vaak, dan wordt het doorzichtig.

Heel belangrijk: schep je op over een prestatie, laat dan zien dat die moeite heeft gekost. ‘Na maanden keihard trainen…’ of ‘na de eerste tien keer nul op het rekest…’ Aanwaaien, geluk of goeie genen worden door je publiek een stuk minder gewaardeerd dan bloed, zweet en tranen.

Daaraan gekoppeld: geef een Oscar-waardige dankbaarheids-speech: ‘Ik zou dit nooit gekund hebben zonder mijn ongelooflijk kundige team …’ Vonk licht toe waarom dit werkt: ‘Zo sla je twee vliegen in één klap. Je laat zien dat je het meesterbrein bent én hart hebt voor de mensen om je heen.’

Heb je een Instagram-account? Post dan ook dagelijkse dingen als een boodschap doen of koffiedrinken. ‘Als het allemaal maar onderdeel is van het verhaal dat je wil vertellen’, zegt socialemedia-expert Roest. ‘Lardeer je successen juist met missers en het normale, dat geeft een completer beeld en maakt dat je oprechter overkomt.’

Show, don’t tell: online zegt een beeld vaak meer dan woorden. Een (ongefilterde!) foto van een bezweet­ hoofd na de halve marathon is sympathieker dan het melden van persoonlijke records en top 10-klassementen.

Laat anderen het vuile werk voor je doen; vraag hun iets aardigs over je te zeggen, mailen of posten. Uit onderzoek aan de Universiteit van Manchester blijkt dat zelfs als je zélf de testimonial van een ander verwoordt (bijvoorbeeld de Facebook-post ‘weer een klant die tevreden was met mijn consult’, met een foto van de gekregen bos bloemen), de woorden meer gewaardeerd worden dan wanneer je sec je eigen adviesvaardigheden promoot. Ook in Nederlands onderzoek van Aafje Brandt en Roos Vonk is dit aangetoond.

Tot slot: schep wat vaker op over iemand anders dan jezelf, zowel off- als online. ‘Probeer te inspireren in plaats van te profileren’, zegt ook Roest. ‘Dus promoot een boek, blog of persoon, zonder eigenbelang. Gewoon omdat je ervan onder de indruk bent, diegene het beste gunt en anderen wilt laten meegenieten.’

Tot zover dit stuk voor FD Persoonlijk, waaraan ik dagenlang hard heb gezwoegd. Veel dank aan Roos Vonk en Eliane Roest, zonder wier input ik dit nooit op papier had kunnen krijgen.

Tekst: Maud Beucker Andreae. Dit artikel verscheen eerder op FD Persoonlijk. 
Beeld: klimkin via Pixabay.