Wilsgebreken bij overeenkomsten

In het Nederlandse recht hebben we vier smaken van wilsgebreken: bedrog, dwaling, misbruik van omstandigheden en bedreiging. Lees hier wat deze verschillende wilsgebreken inhouden en hoe je deze onderwerpen kunt behandelen in je profielwerkstuk.

De wet bepaalt dat een overeenkomst tot stand komt door een aanbod en de aanvaarding van dat aanbod. Zowel het aanbod als de aanvaarding bestaan uit een wil en een verklaring. Als voorbeeld kan je hier denken aan een interactie op marktplaats. Je doet een bod op bijvoorbeeld een auto en uit daarmee je wil om de die auto te kopen. De verkoper van deze auto kan dit bod dan aanvaarden of afwijzen. Wanneer de verkoper het bod aanvaard komt er een overeenkomst tot stand. Je kan ook denken aan een bijbaantje, waarbij jij bijvoorbeeld met je buurman overeenkomt om op zijn kinderen te passen tegen een vergoeding. Zelfs wanneer je iets in de supermarkt koopt is er sprake van aanbod en aanvaarding daarvan.

Soms kan het echter zo zijn dat de wil en de verklaring van een van de partijen niet met elkaar overeenstemmen. In dat geval spreken we van wilsgebreken. In het Nederlandse recht hebben we vier smaken van wilsgebreken: bedrog, dwaling, misbruik van omstandigheden en bedreiging. Hierna zal aan de hand van een aantal voorbeelden de vier categorieën worden toegelicht.

De privaatrechtelijke aspecten van bedrog zijn geregeld in art. 3:44 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. Van bedrog is sprake wanneer je bijvoorbeeld een auto koopt waarvan de verkoper zegt dat hij maar 25.000 km heeft gelopen, terwijl de auto eigenlijk 125.000 kilometer heeft gelopen. Achteraf blijkt dat de verkoper de kilometerteller heeft teruggedraaid en vervolgens een hogere prijs heeft gevraagd dan de eigenlijke waarde van de auto. De wil van de koper was niet gericht op het kopen van een auto met een kilometerstand van 125.000 km, althans niet voor de prijs van een auto met een lagere kilometerstand. Derhalve is er sprake van een wilsgebrek.

Van dwaling is sprake wanneer een van de partijen een onjuiste voorstelling van zaken heeft. Dit is geregeld in art. 6:228 van het Burgerlijk Wetboek. Vereist is dus dat een van de partijen is uitgegaan van verkeerde informatie. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de verkoper een onjuiste mededeling heeft gedaan of informatie achterhoudt. Denk bijvoorbeeld aan het verzwijgen van waterschade bij de aankoop van een huis. Ook is het mogelijk dat allebei de partijen van dezelfde onjuiste informatie uitgaan en in dat geval kan er eveneens sprake zijn van dwaling.

Misbruik van omstandigheden is geregeld in art. 3:44 lid 1 en 4 van het Burgerlijk Wetboek. Als voorbeeld kan je hier denken aan de verzorger van een ernstig zieke hoogbejaarde die deze hoogbejaarde overtuigt haar waardevolle antieke spullen aan hem te verkopen voor een veel te lage prijs. De verzorger maakt in dat geval misbruik van een vertrouwensrelatie en de kwetsbare positie van de zieke bejaarde vrouw. Zij weet immers misschien helemaal niet wat deze spullen waard zijn en heeft dus mogelijk niet de wil om de spullen voor een lagere prijs te verkopen.

Als laatste hebben we nog de bedreiging. Dit is geregeld in art. 3:44 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. Hierbij kan je als voorbeeld denken aan het geval dat de verkoper van een huis wordt gedwongen om zijn huis voor een lagere prijs te verkopen, omdat anders zijn kinderen ontvoerd worden. In dat geval heeft de verkoper niet daadwerkelijk de wil om zijn huis voor een lagere prijs te verkopen, maar ziet hij zich genoodzaakt om zijn familie te beschermen.

Hoewel bovenstaande voorbeelden vrij duidelijk lijken, is het in de praktijk helaas niet altijd even helder. Is er bijvoorbeeld sprake van dwaling wanneer je een groene auto wilde kopen, maar de auto uiteindelijk blauw blijkt? En wat als het slechts om een andere tint groen gaat? Ook is het niet altijd duidelijk van welk wilsgebrek er sprake is. Waar zit bijvoorbeeld het verschil tussen dwaling door een onjuiste mededeling van een verkoper en bedrog van een verkoper? En wat is eigenlijk het gevolg van een overeenkomst die onder invloed van een wilsgebrek is geschreven? Zijn partijen daar dan toch aan gebonden, of kunnen zij hier nog iets aan doen?

Interessante vragen

  • Hoe verhouden de wilsgebreken zich tot elkaar? Wat zijn bijvoorbeeld de verschillen en overeenkomsten? Bestaat er overlap tussen verschillende wilsgebreken?
  • Hoe wordt de onderzoeksplicht van de koper en de mededelingsplicht van de verkoper bij de verschillende wilsgebreken uitgewerkt? Mag de koper zomaar uitgaan van alles wat de verkoper zegt? Of heeft hij ook een plicht om zelf onderzoek te doen?
  • Hoe kan een partij die een overeenkomst onder invloed van een wilsgebrek heeft gesloten deze overeenkomst aanvechten? Wat is het gevolg van een wilsgebrek voor een overeenkomst?

Bronnen & Literatuur

Zoek naar de relevante wetgeving in bijvoorbeeld boek 3 en boek 6 van het Burgerlijk wetboek te raadplegen via overheid.nl. Kijk ook eens waar deze wet vandaan komt en naar de toelichting bij de relevante artikelen.

Daarnaast is het interessant om te kijken hoe rechters deze wetsartikelen toepassen door te zoeken naar rechtspraak op rechtspraak.nl. Daarbij is het vaak het interessantst wat de hoogste rechter, de Hoge Raad, over de kwestie te zeggen heeft.

Voor literatuur kan je het beste zoeken op Google Scholar.