Tweede kamer
Tweede kamer

2025: Het jaar met de val van kibbelkabinet Schoof en nieuwe verkiezingen

Na nog geen jaar van gekibbel en gedoe viel afgelopen juni het kabinet Schoof, waarna we in oktober opnieuw mochten stemmen. Het zou politicoloog Kristof Jacobs daarom niets verbazen als nu een stabiel, maar saai en impopulair centrumkabinet volgt. ‘Het zou al flink schelen als ze het langer dan twee jaar met elkaar uithouden’

In de eenentwintigste eeuw zijn er grofweg twee soorten kabinetten in Nederland, vat Jacobs samen. Een technocratisch centrumkabinet dat weliswaar stabiel is, maar ook saai en impopulair. Die worden afgewisseld met rechtsere kabinetten die volop ruziën. Na de paarse kabinetten Lubbers, volgde in 2002 een kabinet met de LPF. Na de kabinetten Balkenende kwam in 2010 het minderheidskabinet Rutte I met gedoogsteun van de PVV. En na nóg drie kabinetten Rutte dus het kabinet Schoof. ‘Als die golfbeweging doorzet, kunnen we nu weer een stabiel, maar saai en weinig geliefd centrumkabinet verwachten.’ 

Behalve de afwisseling tussen rechtse ruziekabinetten en saaie, stabiele centrumkabinetten, ziet Jacobs in het eerste kwart van deze eeuw twee in het oog springende ontwikkelingen. ‘Allereerst de langzame verschuiving naar rechts. Dat liet de meest recente verkiezingsuitslag andermaal zien. Tegenover de flinke nederlaag van de PVV stond de groei van partijen als JA21 en FVD.’ 

Kristof Jacobs_staand

Grootste of minst kleine partij?

Daarnaast valt op dat de grootste partij in Nederland steeds kleiner wordt. ‘Journalisten doen vaak alsof het heel belangrijk is wie de grootste wordt, maar als de verschillen tussen partijen zo klein zijn en geen enkele partij erbovenuit steekt, is dat helemaal niet zo belangrijk.’ Die focus op de grootste is overgewaaid uit Amerika, maar als het aan Jacobs ligt verleggen de media hun aandacht. ‘Het Nederlandse systeem is bijna het tegenovergestelde van de Verenigde Staten. Met twee partijen is het logisch om te kijken wie de meeste stemmen behaalt, maar hier is er sprake van hypervertegenwoordiging: voor bijna iedere groep burgers is er wel een partij met minstens één zetel.’ Zonder écht grote partijen, wordt het formatieproces een steeds grotere puzzel, waardoor er meer partijen nodig zijn om tot een meerderheidskabinet te komen en de kans op botsingen groeit omdat iedere partij zijn eigen belangen heeft. Daarbij liggen vooral grotere partijen dwars, niet de kleintjes. 

Ondertussen neemt  het wantrouwen in de politiek toe. ‘Dat is niet gek, want de overheid heeft de afgelopen jaren op meerdere momenten laten zien onbetrouwbaar te zijn. Denk aan de aardgaswinning in Groningen, de toeslagenaffaire en de stikstofcrisis’, somt Jacobs met gemak op. En dat vertrouwen herstelt lastig. ‘Afgelopen verkiezingscampagnes zag je steeds dat er een soort Messias werd gecreëerd. Iemand die positief opviel en waarvan iedereen hoopte dat die de gewenste oplossingen zou kunnen leveren:  Omtzigt, Van der Plas, Bontenbal en nu Jetten.’ De praktijk blijkt vooralsnog stukken weerbarstiger. ‘Afgelopen kabinetten draaide het uit op doormodderen en het is maar de vraag of het komende kabinet voldoende kan leveren. Het zou in ieder geval al flink schelen als ze het langer met elkaar uithouden dan een jaar of twee.’

Kennis onder vuur

Bovendien blijkt de democratie niet zo bestendig als lange tijd gedacht. ‘De heersende opvatting was dat de democratie stabiel is in een land met voldoende welvaart, maar nu je zelfs in rijke landen als de Verenigde Staten ziet dat de democratie van binnenuit wordt uitgehold, blijkt die opvatting niet meer houdbaar.’ 

In zijn huidige onderzoek kijkt Jacobs naar initiatieven die de democratische cultuur juist kunnen versterken. ‘Op lokaal niveau zie je van alles gebeuren en met succes. Denk aan burgerberaden die advies geven over afvalbeleid of gemeentes die burgers budget geven om in overleg aan hun buurt te besteden.’ De grote uitdaging, benadrukt Jacobs, is om dit soort initiatieven ook op landelijk niveau uitgerold te krijgen.

Tegelijkertijd zag Jacobs tijdens alle bijeenkomsten en burgerberaden die hij afgelopen jaren bezocht een nieuw probleem ontstaan: dalende overeenstemming over wat waar is. ‘Wetenschappelijke kennis ligt onder vuur. Bij burgerberaden zag je dat bijvoorbeeld in discussies over uit te nodigen deskundigen. De vanzelfsprekende autoriteit van experts kalft af en als je het over fundamentele zaken niet eens kan worden, zoals over wat er op 6 januari 2021 (tijdens de bestorming van het Capitool) in Amerika gebeurde, kun je gerust spreken van een uitdaging voor de democratie.’ De rol van kennis in de democratie gaat Jacobs in zijn nieuwe onderzoek bestuderen. ‘Thorbecke, de man achter de eerste Nederlandse grondwet van 1848, zei het al: je moet investeren in kennis en onderwijs als je een goed functionerende democratie wil hebben.’

Eindejaarsserie

Dit verhaal is onderdeel van de Eindejaarsserie. Speciaal voor deze serie blikt de redactie van Radboud Recharge samen met wetenschappers terug op zeven belangrijke momenten uit 2025. Benieuwd naar de andere artikelen? Bekijk hier de hele serie.

Contactinformatie

Thema
Politiek