Begin 2001 reisde Peter van der Heiden naar Amerika. Binnen een mum van tijd kon hij het vliegtuig instappen. ‘Een paar maanden later, en nog altijd, moet je door allerlei hoepels springen om te kunnen inchecken.’ Hetzelfde geldt voor de ESTA die iedereen die voor een reis naar de Verenigde Staten moet aanvragen. ‘Voor 9/11 hoefde je enkel een formuliertje in te vullen aan boord en dan mocht je het land in.’
Maar de meest ingrijpende veranderingen zijn de dingen die we niet direct zien, benadrukt Van der Heiden. ‘Het cameratoezicht en de enorme stroom informatie die overheidsinstellingen en veiligheidsdiensten over ons verzamelen, zijn een gevolg van de aanslagen op 11 september.’ Er waren in voorgaande jaren al wel aanslagen op Amerikaanse ambassades gepleegd, maar zo’n grote aanslag op eigen grondgebied, waarbij ook zoveel burgers omkwamen was helemaal nieuw voor de Verenigde Staten. ‘Dat heeft er enorm ingehakt in Amerika, dat zich altijd onkwetsbaar waande. Plots was iedereen een potentieel slachtoffer én veranderde iedereen in een potentiële dader.’
Van der Heiden wijst op de toegenomen islamofobie die rechtstreeks verband houdt met 9/11. ‘Dat zag je in Amerika, dat zich steeds nadrukkelijker als christelijke natie ging presenteren, maar ook in Nederland waar Pim Fortuyn in de maanden na de aanslagen op het schild werd gehesen, terwijl hij voor die dag slechts op een zeteltje of twee koerste met Leefbaar Nederland.’ En hoewel dat verband 25 jaar later niet meer altijd even duidelijk aanwijsbaar is, bestaat er volgens Van der Heiden wel degelijk een lijn tussen de aanslagen van 11 september en politieke ontwikkelingen vandaag de dag. ‘Trump heeft die vreemdelingenhaat gebruikt om het tot president te schoppen.’