Spanningen als docent
Die kans kwam er met een PhD-vacature bij de Radboud Docenten Academie. PhD zijn sluit niet alleen aan op zijn eigen interesses, maar past ook bij een actueel probleem: het lerarentekort. Dat probleem is zo nijpend dat leerlingen soms maar vier dagen naar school gaan, lokalen overvol zitten en ouders noodgedwongen voor de klas staan. Het tekort treft in eerste instantie de leerlingen, maar zeker ook de leraren die onder groeiende druk komen te staan. Niet alleen stokt de instroom van nieuwe docenten, ook is de uitval te hoog. Meer dan twintig procent van de docenten kampt met burn-out klachten en dat is stukken hoger dan in andere sectoren.
In zijn onderzoek richt Ten Brink zich op een specifiek soort spanning: professionele identiteitsspanningen. Hiervan is sprake als je niet (langer) de leraar kan zijn die je wil zijn. Ten Brink gaat identiteitsspanningen bij docenten meten via de self-discrepancy theory. Hij legt uit wat dat betekent. ‘De leraar die je wil zijn, gebaseerd op je waarden, idealen en karaktereigenschappen, beschrijft de ideal self. Maar de school, leerlingen en ouders hebben ook verwachtingen van je: die vormen de docent die je zou moeten zijn, de ought self. Tot slot is er de actual self, de docent die je in de praktijk bent. Die drie identiteiten moeten niet té ver uit elkaar liggen.’
Identiteitsspanning komt voor in vele vormen. Docenten die overspannen raken, maar net zo goed docenten die afgestompt raken. ‘Dit zie je vooral bij leraren die al langer in het onderwijs zitten: ze komen nog wel, draaien hun lessen maar ze zijn niet meer bezield.’ Ten Brink is hierbij geïnteresseerd in de samenhang met ‘morele stress’, een specifiek soort spanning die voortkomt uit de vraag “kan ik nog wel het juiste doen?”.
‘Bij artsen en verpleegkundigen is morele stress al veel onderzocht, maar in het onderwijs nog nauwelijks, terwijl de docent, net als een dokter of een verpleegkundige een moreel beroep is: je hebt continu te maken met mensen die afhankelijk zijn van jou.’ Het is een diepere vorm van stress dan gewone werkstress, die onder meer voorkomt uit administratiedruk of deadlines. ‘Morele stress raakt de identiteit en authenticiteit van de leraar, bijvoorbeeld wanneer je je zo belemmert voelt door de institutionele eisen dat je niet meer toekomt aan waar het voor jou écht om gaat in het onderwijs. Als je het gevoel hebt dat je je leerlingen niet de juiste aandacht kan geven is de spanning volgens mij een stuk ingrijpender dan wanneer je druk ervaart omdat je nog veel toetsen moet nakijken. Morele stress kan je ’s nachts echt wakker houden.’
Het werk is nooit af
Om meer inzicht te krijgen inzicht te krijgen in de druk die docenten ervaren, gaat Ten Brink 600 docenten via vragenlijsten twee jaar lang volgen. Aanvullend gaat Ten Brink interviews met leraren afnemen. En hoewel dat onderzoek nog moet beginnen, merkt hij al hoe groot de behoefte is aan meer kennis over werken onder druk in het onderwijs. ‘De bereidheid van docenten en schooldirecteuren, maar ook mensen bij de onderwijsregio’s om met me te praten, illustreert hoe serieus mensen dit probleem nemen.’
Door zijn ervaringen als docent weet Ten Brink welke druk het lesgeven met zich mee kan brengen. ‘Het is moeilijk om jezelf te begrenzen. Want je wil klaarstaan voor leerlingen, hun vragen beantwoorden, maar dat gaat vaak ten koste van je pauze. Dat kan een gevoel geven dat je nooit goed genoeg doet.’ Het is een terugkerend gevoel in Ten Brinks loopbaan. ‘Docent, ondernemer, onderzoeker: het zijn allemaal vakken waarin het werk nooit helemaal ‘af’ is. Daarbij ben ik niet snel tevreden. Aan het eind van de dag denk ik vaak “ik had nog meer kunnen doen”. De andere kant is dat je, zeker als ondernemer of onderzoeker, veel vrijheid hebt in je werk.’