Frans Wijsen neemt weliswaar afscheid als hoogleraar praktische religiewetenschap & missiewetenschap aan de Radboud Universiteit, maar blijft actief als onderzoeker in Indonesië, als hoogleraar aan de Gadjah Mada Universiteit in Yogyakarta. Samen met Nijmegen werkt deze universiteit al sinds 2019 aan een Indonesische toepassing van de Mens-Natuurschaal, in de jaren 90 ontwikkeld in Nijmegen.
Met de schaal is al voor een aantal landen onderzocht of en hoe cultuur en geloof van invloed zijn op het draagvlak voor natuurbescherming. Plaatst de mens zich boven de natuur, als heerser of rentmeester, of kruipen op de mens-natuurschaal beide verder naar elkaar toe, met de mens als partner of participant van en met de natuur. Wijsen: ‘We weten al iets van de samenhang tussen mens en natuur, maar nog nooit is die verhouding onderzocht in een land met een moslimmeerderheid. Interessant om dat in Indonesië te onderzoeken, ook omdat dit land zo kwetsbaar is voor natuurrampen.’
Ruimte geven aan de rivier
De dreiging voor overstromingen brengt de twee landen samen, zo wijst Wijsen op de overstroming van Maas en Waal in het recente verleden. Het antwoord in de omgeving van Nijmegen en elders – het ruimte geven aan de rivier – noemt Wijsen een mooie illustratie van het betrekken van het natuurbelang in de besluitvorming. ‘Het is duidelijk dat de rivier vraagt om meer ruimte. Negeer je dat, tast je de natuur aan en slaat de natuur op gegeven moment terug.’
Dit voorbeeld is voor Wijsen een illustratie van de stelling dat de ‘natuur een eigen subjectiviteit heeft’. Dit is niet voorbehouden aan de mens, zegt hij, ‘Het ruimte geven aan de rivier is een tegemoetkomen aan de stem van de rivier.’ Ook noemt Wijsen het nieuwe watergebied rondom Nijmegen een belangrijk voorbeeld van onderlinge betrokkenheid: niet alleen het water kreeg een stem, ook de bevolking, de actievoerders, de instituties. ‘Het is samenwerking op alle niveaus.’
Omwille van brede samenwerking opteert Wijsen voor een aanvulling op de de Mens-Natuur schaal. ‘Wat we nu meten zijn attitudes van individuen, maar niet wat instituties doen. Daar gaat het mis.’ Want hoewel elke organisatie en elk bedrijf bestaat uit individuen, zijn de instanties in staat een autonome positie in te nemen. ‘Dan komen ze tegenover het individu te staan.’
Geest in de natuur
De autonome positie die bedrijven en organisaties innemen ten aanzien van de natuur, illustreert voor Wijsen een opmerkelijke discrepantie. ‘Religieus besef gaat vaak samen met een grotere natuurgerichtheid, maar toch zien wij ook in landen met een grote religieuze meerderheid dat de natuur ondergeschikt blijft. Lastig te verklaren, al denk ik dat dit deels wordt veroorzaakt door de instituties die hun eigen gang gaan.’
De zorg voor de natuur is volgens Wijsen wereldwijd het dominante model, niet alleen in islamitische of inheemse culturen. Het idee van een begeesterde wereld maakt volgens Wijsen ook een opmars in de westerse culturen, zo wijst hij op de toenemende aanhang voor spirituele denkwijzen, en op de opmars van iets als het neo-paganisme, een vorm van spiritueel heidendom. ‘In toenemende mate leeft ook in Nederland het besef dat de geest ook in de natuur zit, net als in de mens, een besef dat ons samenbrengt.’
Mens en Natuur onderzoeken: doet het Bovennatuurlijke ertoe? Afscheidsrede Frans Wijsen | Vrijdag 1 december, 16.00 uur | Aula Radboud Universiteit |