Schilderij met tot slaafgemaakten en slavenhouders
Schilderij met tot slaafgemaakten en slavenhouders

Al in de achttiende eeuw was Nederland geen homogene witte natie

Recente onderzoeken maken steeds meer duidelijk dat Nederlandse steden tot ver in de negentiende eeuw betrokken waren bij de slavernij. Een nieuw boek over het slavernijverleden van Den Bosch bevestigt dat beeld, maar zoomt via persoonlijke verhalen óók in op de enorme veerkracht van (voormalige) tot slaafgemaakten. ‘Ondanks alle ontberingen wisten ze iets van hun leven te maken.’

Sinds enkele jaren geven steeds meer gemeenten en provincies opdracht om hun betrokkenheid bij slavernij te laten onderzoeken. Na publicaties over onder meer Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en eerder dit jaar Nijmegen, verscheen onlangs Vergeten verhalen: Slavernij en de koloniale ketens van ’s-Hertogenbosch. ‘In eerste instantie kregen we de opdracht om te kijken naar de betrokkenheid van stadsbestuurders’, vertelt Dries Lyna, universitair docent Economische, Sociale en Demografische geschiedenis aan de Radboud Universiteit. ‘Maar we wilden niet alleen een droog rapport opleveren. We wilden ook laten zien hoe individuen zich binnen een keihard systeem bewogen en kansen wisten te grijpen om hun positie te verbeteren.’ Dit deed Lyna samen met onderzoekers Kim Lempereur en Joris Martens.

Het reconstrueren van dit soort biografieën leek makkelijker gezegd dan gedaan. ‘De bronnen zijn niet gemaakt om de verhalen van slaafgemaakten te vertellen, maar in procesdossiers of scheepsregisters zijn toch snippers aan informatie te vinden die ons in staat stelden een aantal bijzondere levensverhalen aan de vergetelheid te onttrekken.’ In het boek beschrijven de historici de verhalen van Filippina, Alexander en Constantia, drie voormalig tot slaafgemaakten die in Den Bosch woonden en werkten. ‘Deze verhalen vonden we per toeval in de bronnen. We moeten beseffen dat er talloze vergeten verhalen zijn van mensen zoals Filippina, Alexander en Constantia. Daar willen we met dit boek recht aan doen’, benadrukt Lyna.

Het zijn de verhalen van veerkrachtige mensen die ondanks alle ontberingen van de slavernij het heft in eigen hand namen en iets van hun leven maakten. Neem het verhaal van Filippina. Geboren in slavernij groeide ze op een plantage in Berbice (tegenwoordig Guyana) op. Toen de inboedel (waar slaafgemaakten schrijnend genoeg deel van uitmaakten) van die plantage werd verkocht, verhuisde ze met haar moeder naar het bruisende Paramaribo. Daar werkte ze als bediende van een legercommandant. Toen de commandant en zijn gezin terugkeerden naar Nederland, ging Filippina mee en zo belandde ze van Berbice in Den Bosch. Door het verbod op slavernij in de Republiek, was Filippina na een overgangsperiode van zes maanden wettelijk vrij. Al bleef ze wel in dienst van het gezin dat haar had meegenomen. Ze liet zich er dopen en koos daarbij Fortuijn, de naam van haar vader, als haar wettelijke achternaam. Na tien jaar in Nederland keerde ze als ‘vrije zwarte vrouw’ terug naar Suriname. 

Dries Lyna geeft een presentatie

Koloniale verhalen in de kroeg

Deze verhalen illustreren niet alleen de veerkracht onder slaafgemaakten, maar relativeren ook het idee van Nederland als witte homogene natie. ‘Al in de achttiende en negentiende eeuw leefden in steden als Den Bosch ook mensen uit Suriname, Indonesië of andere Nederlandse koloniën. Hun aanwezigheid is volledig in de vergetelheid geraakt.’

De aanwezigheid van mensen uit verschillende koloniën in de stad, maakt het bovendien onwaarschijnlijk dat enkel bestuurders betrokken waren bij de slavernij en dat de meerderheid van de bevolking er niks van af wist. ‘Een garnizoensstad als Den Bosch was een magneet voor kolonialisme. Niet alleen door de soldaten die er leefden en die in de kroeg over hun ervaringen vertelden, maar ook door het relatief hoge aantal hoge officieren dat eerder al in de koloniën had gewerkt en geregeld slaafgemaakten meenam naar Nederland.’ 

Tijdens hun onderzoek kwamen Lyna, Lempereur en Martens tot een schokkende ontdekking. ‘In 1763 werd in Den Bosch een regiment gevormd van 600 met als doel om de eerste grote slavenopstand in Berbice neer te slaan. Dit betekent dat veel jonge Bosschenaren hebben deelgenomen aan een regelrechte slachting in de jungle, waarbij zo’n 1800 slaafgemaakten werden vermoord.’

Pijn, schaamte en verdriet delen

Voor Lyna was dit onderzoek in opdracht van de gemeente Den Bosch een van de meest betekenisvolle opdrachten waaraan hij heeft meegewerkt. ‘Tijdens de boekpresentatie, zag je dat er ruimte was om pijn, schaamte en verdriet te delen. Zo vertelde een jonge Antilliaanse vrouw hoe ze in een koffiebar met de nek wordt aangekeken, terwijl een man van zeventig uit Suriname vertelde altijd als tweederangs burger behandeld te worden. Je merkt aan alles dat we hier iets met onze koloniale geschiedenis moeten.’

Lyna heeft goede hoop dat hun onderzoek de aanzet vormt voor nieuwe initiatieven. ‘Er gaan al stemmen op om een straat in Den Bosch naar Filippa Fortuijn te vernoemen en ik hoorde ook plannen om een jeugdroman gebaseerd op haar verhaal te maken. Het is mooi om te zien dat velen de nood voelen om dit verleden te verankeren.’ 

Zelf eindigt het project voor Lyna hier. ‘Maar mochten de mooie plannen een stille dood sterven, sluit ik niet uit dat ik me er nog eens mee ga bemoeien om de boel weer in beweging te brengen.’

Gratis digitaal beschikbaar

Vergeten verhalen: Slavernij en de koloniale ketens van ’s-Hertogenbosch is uitgegeven door Radboud University Press en het is gratis digitaal beschikbaar.

Bekijk het boek

Contactinformatie

Organisatieonderdeel
Faculteit der Letteren
Thema
Diversiteit, Geschiedenis