Er zitten ingrijpende veranderingen voor Nederland aan te komen. ‘Het land wordt omgebouwd’, zegt Henk-Jan Kooij onomwonden. ‘Energie wordt een beperkende en sturende factor bij de inrichting van het landschap.’ Om het concreet te maken: overal zijn bijvoorbeeld nieuwe transformatiehuisjes en laadpalen nodig, ook op plekken waar nauwelijks ruimte is. ‘De impact is lang onderschat. Hier had niemand aan gedacht toen de eerste windmolens in gebruik werden genomen.’
Ook binnen de eigen expertise drong het pas laat door. ‘De energietransitie is tot voor kort onvoldoende meegewogen bij planologische beslissingen’, stelt Alexander Woestenburg, die als planoloog promoveerde aan de Radboud Universiteit. Dat is langzaam veranderd door een aantal recente ontwikkelingen, waaronder de energiecrisis die ontstond door de oorlog in Oekraïne. Maar het was vooral netcongestie die ruimtelijk ordenaars met de neus op de feiten drukte. Woestenburg: ‘De uitdagingen waar we nu mee zitten, vragen om het opzetten van een nieuw vakgebied. Zowel planologen als netbeheerders zullen heel anders te werk moeten gaan.’
Alliander en Radboud Universiteit slaan handen ineen: ‘Nederland staat voor ingrijpende veranderingen op gebied van energie en ruimte’
Door de energietransitie gaat het Nederlandse landschap er heel anders uitzien. Dit vraagt om nieuwe expertise met een volledig andere kijk op energie en ruimte. Om het vakgebied te herijken is de Radboud Universiteit een strategische samenwerking aangegaan met netwerkbedrijf Alliander. Henk-Jan Kooij, onderzoeker en universitair hoofddocent Planologie, en Alexander Woestenburg, senior corporate strateeg bij Alliander, spreken over deze bundeling van krachten. ‘Een wederzijds oprekken van het denken.’
Energieplanologie
Dit is waar de samenwerking tussen de afdeling Geografie, Planologie en Milieu en Alliander zich op richt. Kooij: ‘Nu is het de vraag hoe je alle juiste informatie boven krijgt en hoe je alle vraagstukken bij elkaar brengt.’ Door onderzoek, onderwijs en werkveld beter op elkaar aan te laten sluiten, ontstaat nieuwe vakkennis. Kooij en Woestenburg laten hiervoor de term ‘energieplanologie’ vallen, een signaalwoord om de noodzaak van het herijken van het vakgebied aan te geven. ‘Het zou mooi zijn als deze nieuwe expertise langzaamaan wordt opgenomen in de planologie, en energieplanologie op termijn niet meer nodig is’, zegt Woestenburg.
Wederzijds oprekken van het denken
De Radboud Universiteit en Alliander werken al langer samen, maar vooral op bestuurlijk niveau. Inmiddels heeft de samenwerking een plek in het onderwijs, bijvoorbeeld met een mastercursus en een interdisciplinair project binnen de Honours Academy. ‘Daarin kwamen grote vraagstukken waar Alliander mee worstelt naar voren’, zegt Kooij. Woestenburg: ‘Studenten hebben daar met een frisse blik naar gekeken. Het was een wederzijds oprekken van het denken.’
Ook op het gebied van onderzoek trekken de twee organisaties samen op. Kooij: ‘Dan kijken we bijvoorbeeld naar welke wegen je allemaal in kunt slaan voor een oplossing. In sommige wijken kom je sneller tot energietransitie, in andere wijken is maatwerk nodig. Zo’n onderzoek leidt tot bepaalde typologieën van huishoudens en woonwijken, waarbij je moet zorgen dat de transitie betrouwbaar en betaalbaar is.’
Langdurig proces
Bovenal is de samenwerking strategisch. ‘Door bij elkaar te komen, komt er een mix van expertises samen’, zegt Kooij. ‘Het is daarmee niet een afgebakend project, maar veel breder. Het gaat om een langdurig proces en dat levert steeds nieuwe kennis en nieuwe vragen op.’
Dit brengt beide organisaties veel, leggen de twee uit. Alliander kan stagiaires en afgestudeerden goed gebruiken, evenals onderzoek. Woestenburg: ‘Onderzoek helpt ons hoe we zaken anders aan kunnen pakken, het zorgt voor wetenschappelijke onderbouwing.’ Voor de universiteit biedt Alliander veel kennis en ervaring uit de praktijk. ‘Studenten krijgen hierdoor een actueel beeld mee’, vertelt Kooij.
‘De maatschappelijke waarde van toegang tot energie is ontzettend groot. De maatschappelijke kosten van netcongestie zijn 10 tot 40 miljard per jaar. Dat is de puzzel. Hoeveel keuzevrijheid en draagvlak wil je als je tegelijkertijd ziet dat een uniforme aanpak meer snelheid oplevert?’
Synthetische data en snelheid
Wat is de belangrijkste uitdaging bij de energietransitie? Volgens Kooij ligt die bij de bestaande bebouwde omgeving. ‘Bij nieuwbouw hebben ze al de juiste bril op, maar in de bestaande omgeving spelen veel kwesties. Dit verschilt per wijk.’ Informatie ophalen over wijken is moeilijk, omdat energiecijfers van huishoudens vanwege privacy beschermd zijn. ‘Synthetische data kunnen helpen om plannen te maken. Dat zijn kunstmatig gegenereerde gegevens die echte data nabootsen. Daar is onderzoek voor nodig.’
Woestenburg ziet een uitdaging in het vinden van de juiste balans tussen enerzijds draagvlak en maatwerk, en anderzijds snelheid en one fits all. ‘De maatschappelijke waarde van toegang tot energie is ontzettend groot. De maatschappelijke kosten van netcongestie zijn 10 tot 40 miljard per jaar. Dat is de puzzel. Hoeveel keuzevrijheid en draagvlak wil je als je tegelijkertijd ziet dat een uniforme aanpak meer snelheid oplevert?’ Er is bestuurlijke slagkracht nodig, betoogt hij. ‘Op alle ruimtelijke niveaus moeten besluiten worden genomen.’
Pioniersrol
Kooij kijkt positief naar deze complexe vraagstukken. ‘Het is alsof we opnieuw de bodemkaart gaan maken, net als in 1950. Daarbij krijgen we steeds meer informatie. Het is een andere manier van werken, van besluiten nemen.’ Nederland kan volgens hem een pioniersrol vervullen. ‘We waren altijd een land van gas, met een minimaal elektriciteitsnet. Dat moet helemaal anders ingericht worden. Maar dit geldt voor alle landen met een historische sterke fossiele afhankelijkheid. Hierin kunnen we vooroplopen.’
Woestenburg vermoedt dat de strijd om de ruimte flink zal verhevigen. ‘We zijn er nog lang niet. Heel veel maatschappelijke opgaves moeten een plekje krijgen in de ruimte.’
Specialiteit
Wat betreft de samenwerking hoopt Kooij dat energieplanologie zich kan ontwikkelen naar een specialisatie. ‘Of we trekken het breder, over andere vakgebieden.’ Woestenburg: ‘Ook bij ons zal het verder uitbreiden. Voor een succesvolle transitie gaan energie en ruimte hand in hand’.
Tekst: Willem Claassen
Contactinformatie
Meer weten? Neem contact op met Henk-Jan Kooij. Ook Samenwerken met onderzoekers | Radboud Universiteit? Neem contact op met externerelaties.fm [at] ru.nl.
- Contactpersoon
- dr. ir. H.J. Kooij (Henk-Jan)