yound child taking care of a tomato plant in the grass
yound child taking care of a tomato plant in the grass

Begrijpend leven? Hoe schooltuintjes verbinden in het basisonderwijs

Het basisonderwijs in Nederland staat onder druk. Dit bleek uit het rapport ‘De staat van het onderwijs’ van de onderwijsinspectie (April, 2024). Ria Westendorp, de toenmalig waarnemend inspecteur-generaal, ziet de ongelijkheid tussen leerlingen groeien en dat steeds meer kinderen moeite hebben met taal en rekenen. Ze trekt daarom aan de bel: leerkrachten moeten hun lesmethoden aanpassen en leerlingen moeten extra hulp krijgen. Het is tijd voor oplossingen en vooral, actie. Psycholoog Jan de Moor heeft misschien wel een oplossing: schooltuin inclusief onderwijs. Na zijn pensioen werkte hij zeven jaar lang aan een leerplan voor schooltuintjes in het basisschoolonderwijs.

Kinderen bloeien op in hun schooltuin

‘Als je kinderen iets wilt leren, moet je ze dingen laten doen waar ze plezier in hebben’, zegt de Moor. In de schooltuin werken kinderen met een maatje, zijn ze buiten, en leren ze zaaien en plantjes verzorgen. Bovendien zijn er minder regels dan op school, dat vinden ze geweldig en is belangrijk voor hun motivatie en leergierigheid. De tuinactiviteiten verbinden vakken zoals geschiedenis, lezen en rekenen. Daarnaast leren de kinderen over de achtergrond van tuinieren en doen ze praktische ervaring op. Dit geeft de kinderen autonomie en ze krijgen het gevoel iets echt te kunnen. ‘Je ziet meteen dat de kinderen ontspannen en opbloeien zodra ze in hun tuintje zijn’, zegt De Moor. Schooltuinieren is een vorm van begrijpend leven; alles komt samen in de schooltuin. Hoe werkt het dan precies? 

Als je kinderen iets wilt leren, moet je ze dingen laten doen waar ze plezier in hebben

De spelregels

De tuinlessen zijn in de periode tussen maart en november en vinden in totaal vijfentwintig keer plaats. Één of twee keer in de week springen de leerlingen onder schooltijd op de fiets en bezoeken ze hun tuintje. ‘Maar voor ze naar de schooltuin gaan, werken ze op school altijd eerst in het werkboek. Dat is een belangrijke spelregel’, zegt de Moor. Ze lezen de lesjes, bespreken kennis- en inzichtvragen en maken een woorddictee. ‘Op een van de scholen houden de kinderen zelfs een logboek bij op de computer’, zegt de Moor. Een andere belangrijke spelregels is dat de kinderen het samen doen. Samen maken de kinderen plannen voor het planten en zaaien, de verzorging van hun tuintje en het oogsten. Zo leren ze ook belangrijke lessen over samenwerken en sociale vaardigheden. ‘En als iemands oogst mislukt delen de kinderen hun oogst met elkaar. Dat gaat tot nu toe altijd goed’, zegt de Moor. 

Op de schooltuin geven vrijwilligers praktische lessen, zoals het laten zien van bodemgrond en bodembeestjes, of de honingbij. Ook leren de kinderen werken met een zaaikalender en plattegrond. De praktijklessen sluiten altijd aan bij wat de kinderen op school hebben gelezen. Het maakt van school niet alleen een theoretische, maar ook praktische en spannende ervaring. Bovendien worden de leerlingen aangemoedigd om vragen te stellen en nieuwsgierig te zijn. 

Als iemands oogst mislukt delen de kinderen hun oogst met elkaar. Dat gaat tot nu toe altijd goed

'Stop…..dit is mijn tuintje’

Kinderen leren om uit te spreken dat de volwassenen zich niet mogen bemoeien met hun tuintje. Doen ze dit toch? Dan mogen de kinderen bijvoorbeeld ‘Dit is mijn tuintje’, of ‘kun je uit mijn tuintje gaan?’, zeggen. Ook moet de leerkracht toestemming vragen om het tuintje te betreden aan de leerling. De Moor geeft aan dat dit het zelfvertrouwen van de leerling een enorme boost geeft. Dat zie je ook weer terug in de klas. Kinderen gaan aandachtiger lezen, rekenen en schrijven. 

Ik dacht, dit is echt een vernieuwing die het primair onderwijs nodig heeft. Iedere basisschool zou dit zo moeten doen

Hoe is dit begonnen?

Jan de Moor is zeven jaar geleden na zijn pensioen met dit project begonnen. ‘Stichting Lingewaard Natuurlijk vroeg mij om vrijwilliger te worden voor kinderen van twee scholen die graag wilden tuinieren. Ik heb zelf ook een moestuin en dacht: dat moet ik wel kunnen’. En zonder dat de Moor precies wist hoe hij dit aan moest pakken, heeft hij in die zeven jaar tijd een leerplan voor schooltuinen ontwikkeld, geëvalueerd en verbeterd op basis van de reacties van de kinderen en leraren. ‘Ik dacht, dit is echt een vernieuwing die het primair onderwijs nodig heeft. Iedere basisschool zou dit zo moeten doen'. 

Op naar schooltuin inclusief onderwijs

De Moor ontwikkelt met het project ‘school inclusief onderwijs’ een manier om schooltuinieren te integreren in het basisonderwijs, zonder dat het onderwijstijd kost. De schooltuin verbindt verschillende vakken en overbrugt de kloof tussen praktijk, natuurbeleving en cognitieve ontwikkeling. Volgens De Moor draagt de schooltuin bij aan de integratie van vakken en staat het bestaan ervan niet ter discussie, zolang het goed aansluit bij het onderwijsprogramma.

Schooltuin inclusief onderwijs: Evaluatie en leeropbrengst

Hoe verantwoord je extra onderwijstijd voor school tuinieren, als rekenen en taal zo onder druk staan? Het bijgaand rapport geeft daar antwoord op. Het is een procesevaluatie van integraal school tuinieren en geeft een indruk van de werkwijze en de leerwinst. 

Contactinformatie

Contactpersoon
P.J. Veen (Pieter) BA
Thema
Duurzaamheid, Gedrag, Onderwijs