Living Lab Ooijpolder
Living Lab Ooijpolder

Beheer van gras- en weilanden is niet altijd in een hokje te plaatsen

Onderzoekers die achttien Nederlandse graslanden bestudeerden, ontdekten dat de gangbare beheerscategorieën van graslanden geen goed beeld geven van de werkelijkheid. Dat heeft gevolgen voor ecologisch onderzoek en landbouwbeleid. Een alternatief is een aanpak die beheerintensiteit weergeeft met een doorlopende schaal.

In ecologisch onderzoek en landbouwbeleid worden percelen doorgaans ingedeeld in categorieën als "gangbaar", "biologisch/extensief" of "semi-natuurlijk". Voor biologisch gebruik is er zelfs een certificaat (SKAL), maar voor de andere categorieën zijn er geen certificaten of richtlijnen. In een nieuwe studie op basis van achttien graslanden (in de Ooijpolder vlakbij Nijmegen) onderzochten wetenschappers hoe goed de vooraf toegewezen beheerscategorieën overeenkwamen met wat de beheersdata daadwerkelijk lieten zien.

Onderzoeker Rosa Boone: ‘We zagen dat de categorieën die we vooraf hadden toegewezen niet volledig overlapten met wat de managementdata lieten zien. Sommige percelen die als "extensief" waren gelabeld, lagen in de data veel dichter bij "semi-natuurlijk". Dat komt doordat boeren hun beslissingen nemen op basis van lokale omstandigheden, economische druk en persoonlijke afwegingen. Twee boeren in dezelfde beheerscategorie kunnen in de praktijk heel verschillende dingen doen, wat gevolgen heeft voor bodembiodiversiteit en ecosysteemprocessen. ‘

Doorlopende schaal

De onderzoekers presenteren in hun studie een nieuwe, datagedreven werkwijze waarmee objectief getoetst kan worden hoe landgebruiksintensiteit het beste beschreven kan worden. In deze werkwijze wordt een doorlopende schaal, ofwel een gradiënt, gebruikt die aansluit bij satellietmetingen via Sentinel-2 als onafhankelijke validatie. Dat wijst erop dat dit model de werkelijkheid dichter benadert dan de oorspronkelijke categorieën van de bestudeerde graslanden.

Gevolgen voor boer, beleid en monitoring

'Als we categorieën gebruiken die de werkelijkheid niet goed beschrijven, trekken we misschien verkeerde conclusies over de toestand van natuur en bodem. Onze nieuwe aanpak biedt een transparante, datagedreven manier om landgebruiksintensiteit te beschrijven,' licht Rosa Boone toe. 'Dat is niet alleen relevant voor toekomstig onderzoek, maar ook voor het verbeteren van monitoringsprogramma’s en beleid voor het boerenlandschap. Bovendien bied je met een gradiënt meer ruimte aan boeren die nog niet kunnen omschakelen naar een andere categorie, maar bijvoorbeeld wel extensiever of natuurlijker beheren dan wat nu als gangbaar wordt gezien. ' 

Literatuurverwijzing

Rosa W.C. Boone, Bjorn J.M. Robroek, Wim H. van der Putten, Hans de Kroon, Doina Bucur,
A data-driven framework for evaluating categorical versus gradient representations of land-use intensity, Ecological Informatics, Volume 97,
2026, 103848, ISSN 1574-9541,
https://doi.org/10.1016/j.ecoinf.2026.103848

Contactinformatie

Meer weten over dit onderzoek? Neem contact op met Rosa Boone of met Persvoorlichting & Wetenschapscommunicatie via 024 361 6000 of media [at] ru.nl (media[at]ru[dot]nl).