De arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie zijn mensonterend, maar er is inmiddels een grote verschuiving gaande hoe Westerse bedrijven hiermee omgaan. Nora Lohmeyer, universitair docent Organisatieontwerp & Ontwikkeling en hoofd van de IMR Academy, doet onderzoek naar hoe bedrijven nieuwe regelgeving hieromtrent implementeren. Ze moeten de negatieve gevolgen van hun activiteiten voor de mensenrechten in kaart brengen en aanpakken. ‘Bedrijven nemen het nu serieuzer, omdat er reële sancties achter schuilgaan.’
Lange dagen maken, hoge werkdruk, in aanraking komen met gevaarlijke chemische stoffen en desondanks financieel niet kunnen rondkomen. De arbeidsomstandigheden in textielfabrieken binnen de mondiale toeleveringsketens zijn al decennialang schrijnend. Momenteel is er veel media-aandacht voor de uitbuiting van webshops Shein en Temu, maar volgens Lohmeyer zijn deze Chinese bedrijven niet de enige ‘bad guys’. ‘De kleding die Westerse fastfashion-winkelketens verkopen, worden in vergelijkbare fabrieken onder slechte omstandigheden gemaakt. Voor deze bedrijven komt het goed uit dat de aandacht nu op Shein en Temu is gericht.’
Revolutionair
Ondanks de ellende in de kledingindustrie is Lohmeyer hoopvol gestemd. Sinds kort is er een verandering gaande die ze ‘revolutionair’ noemt. Voorheen pakten Westerse bedrijven op vrijwillige basis de arbeidsomstandigheden in toeleveringsketens aan, vaak onder druk van maatschappelijke organisaties. Dat deden ze door bijvoorbeeld gezondheids- en veiligheidsmaatregelen in individuele fabrieken te implementeren.
‘Zulke initiatieven zullen voor sommige arbeiders onmiddellijke verlichting brengen’, zegt Lohmeyer, ‘maar deze initiatieven zijn zeer beperkt op een meer structurele basis. Bovendien worden ze, omdat ze vrijwillig zijn, in tijden van economische crisis weer losgelaten.’ Nu, met nieuwe wetgeving op nationaal en Europees niveau (zoals de Duitse Supply Chain Act en de Europese Corporate Sustainability Due Diligence Directive) zorgen overheden ervoor dat bepaalde normen worden gehandhaafd bij alle bedrijven en ongeacht de economische situatie. ‘Westerse bedrijven worden nu juridisch verantwoordelijk gehouden voor wat er gebeurt in de toeleveringsketen. Ze kunnen niet langer naar de fabrieken wijzen.’
Financiële macht
Dat is volgens Lohmeyer erg belangrijk, omdat het de Westerse bedrijven zijn die moeten veranderen om de toeleveringsketens te verbeteren. ‘Zij hebben grote financiële macht en bepalen vaak wat er in de ketens gebeurt.’ De rol van de consument hierin is beperkt, stelt ze. ‘Het is handig voor bedrijven om de verantwoordelijkheid bij de consument te leggen en gewoon door te gaan met de normale gang van zaken.’ Natuurlijk heeft iedereen een verantwoordelijkheid om duurzaam geproduceerde of tweedehands kleding te kopen, geeft Lohmeyer aan, maar het zijn de bedrijven die de manier waarop ze inkopen moeten veranderen. ‘Wat je als individu kunt doen, is stemmen op een politieke partij die voorstander is van het reguleren van bedrijven, omdat zij de omstandigheden bepalen waaronder onze kleding wordt gemaakt.’
Bedrijven zijn begonnen met het doorvoeren van betekenisvolle veranderingen, maar op dit moment zijn ze onzeker of en hoe ze verder moeten gaan.
Sancties
Dat er iets in beweging is gekomen, komt dus door nieuwe wetgeving. Lohmeyer onderzoekt de impact hiervan en is zeer positief. ‘Bedrijven nemen hun verantwoordelijkheid nu meer serieus, omdat ze met reële sancties te maken krijgen als arbeiders worden blootgesteld aan risico’s.’ Door haar huidige onderzoek weet ze dat dit de dynamiek kan veranderen binnen Westerse bedrijven. ‘Mensenrechtenfunctionarissen in bedrijven krijgen nu meer invloed, omdat mensenrechten in de toeleveringsketens een juridische kwestie zijn geworden. Bedrijven willen sancties, zoals financiële kosten of uitgesloten worden van openbare aanbestedingen, vermijden.’
Overbelast
Lohmeyer is wel kritisch op de huidige politieke ‘backlash’ tegen nieuwe regelgeving op nationaal en Europees niveau. ‘Met de toegenomen populariteit van extreemrechtse en neoliberale partijen worden bedrijfsvoorschriften op het gebied van duurzaamheid opnieuw in twijfel getrokken. Vanuit die hoek komt het argument dat bedrijven overbelast raken door wetgeving, een argument dat zelfs sommige bedrijven afwijzen. Ze kunnen het aan. Het is een uitdaging, maar ze redden het.’
Oude discussies
De huidige backlash zorgt ervoor dat wetten worden vertraagd, afgezwakt of zelfs helemaal worden ingetrokken. ‘Door het hernieuwde debat op Europees niveau gaan nationale overheden vertragen. Zo heb je in Nederland bijvoorbeeld de Wet Zorgplicht Kinderarbeid, die in 2019 is aangenomen maar nog altijd niet in werking is getreden.’ Ook worden oude discussies opnieuw gevoerd. ‘Het is een schande dat we, nadat deze regelgeving overeen is gekomen, opnieuw moeten praten over het belang ervan.’ Het politieke heen en weer bewegen zorgt voor onzekerheid bij bedrijven. ‘Bedrijven zijn begonnen met het doorvoeren van betekenisvolle veranderingen, maar op dit moment zijn ze onzeker of en hoe ze verder moeten gaan.’
Vakbonden
Wanneer zou de kledingindustrie volgens Lohmeyer perfect zijn? ‘Het zou al geweldig zijn als alle regelgeving wordt geïmplementeerd en afgedwongen. Hoewel dat slechts de basis is, als je kijkt naar hoe de zaken er nu voor staan, lijkt dat al superambitieus.’ Uiteindelijk hoopt ze op een wereld waarin arbeiders in de toeleveringsketen niet meer hoeven te vrezen voor hun leven, een leefbaar loon verdienen en een stem hebben in hun werk. Cruciaal daarvoor zijn onafhankelijke vakbonden, volgens Lohmeyer. ‘Dan zouden arbeiders de macht krijgen om het heft in eigen handen te nemen.’
Tekst: Willem Claassen