Niet meer uren lang zitten
In diezelfde periode werd Tanck benoemd tot hoogleraar onderwijs in beweging, een functie waarin ze onderzoek doet naar onderwijsvernieuwingen in de bewegingswetenschappen. ‘Het “bewegen” in die titel besloot ik een paar jaar geleden wat letterlijker te nemen. Afhankelijk van hun rooster brengen studenten vier tot zes uur per dag zittend door om onderwijs te volgen. En dat terwijl ze daar leren over het belang van regelmatig bewegen.’ Tanck somt op: ‘We verwachten dat de integratie van beweging tijdens een dag op de universiteit een positieve invloed heeft op de concentratie, betrokkenheid, motivatie en het welzijn van studenten.’
Zelf stimuleert ze beweging tijdens en rond colleges al, zonder dat het ten koste gaat van de onderwijstijd. ‘Dat kan op allerlei manieren: door studenten tijdens de pauze naar buiten te sturen, door ze al wandelend in groepjes te laten discussiëren of door ze quizvragen te stellen waarbij studenten moeten gaan staan of naar een hoek van het lokaal moeten lopen om het antwoord te geven.’ Tot haar vreugde zijn er al collega’s bij Biomedische Wetenschappen die op vergelijkbare wijze beweging in het onderwijs brengen, maar haar doel is om het een structureel onderdeel van de opleiding te maken.
De juiste bewegingsvorm
Belangrijk daarbij is dat het op een manier gebeurt waar zowel docenten als studenten zich in kunnen vinden. ‘Persoonlijk zou ik het toejuichen als een docent enkele minuten neemt waarin iedereen wat bewegingsoefeningen doet. Maar als een docent zich daar ongemakkelijk bij voelt of de studenten er totaal niet op zitten te wachten, is dat natuurlijk niet de juiste vorm om beweging te stimuleren.’
Om tot meer beweging te komen op een manier waarin zowel studenten als docenten zich kunnen vinden, hanteert Tanck het BVO-model (model beweegvriendelijke omgeving). ‘Binnen dat model kijken we naar de hardware, de software en de orgware van een omgeving, in dit geval onze opleiding Biomedische Wetenschappen.’
Hardware gaat over de fysieke omgeving: over welke bewegingsmogelijkheden er zijn in onderwijszalen of in en rondom de gebouwen. Software heeft te maken met de activiteiten die je kan doen, van een wandeling tot een oefening waarbij studenten moeten antwoorden door naar een hoek van het lokaal te lopen. Orgware, tot slot, heeft betrekking op het beleid binnen de opleiding, zoals instructies en workshops voor docenten met manieren waarop ze beweging tijdens hun onderwijs kunnen stimuleren.
Beweging vanzelfsprekend
‘Samen met studenten, docenten en onderwijsorganisatie kijken we op alle drie de niveaus hoe we beweging tijdens de colleges kunnen stimuleren.’ In eerste instantie richt het onderzoek zich op de opleiding Biomedische Wetenschappen, maar als het aan Tanck ligt, verspreidt de aandacht voor beweging zich vanaf de Faculteit der Medische Wetenschappen over de hele universiteit. ‘Zo ver is het natuurlijk nog niet, al zijn de eerste geluiden positief. Studenten die ik tijdens focusgroepen sprak, zijn enthousiast. En van collega’s ontvingen we na presentaties over onze plannen ook leuke reacties. Uiteindelijk is mijn doel dat bewegen een vanzelfsprekend deel van het onderwijs wordt.’
Medewerkers, kom ook in beweging!
Hoewel haar huidige project op studenten gericht is, moedigt Tanck medewerkers ook aan om beweging onderdeel van hun dag te maken. ‘Plan wandelafspraken in of reserveer een ruimte in een ander gebouw, zodat je tussen je afspraken een stukje moet lopen.’ Al wandelend een interview doen blijkt in ieder geval verfrissend. De aantekeningen mogen dan iets minder netjes zijn neergekrabbeld, maar na afloop voel je je weer een stuk energieker.