De Eerste Industriële Revolutie (1760-1867) veranderde economieën en samenlevingen ingrijpend doordat handarbeid werd vervangen door machines. Innovaties op het gebied van textiel, stoomkracht en productie verhoogden de productiviteit enorm, maar zorgden er ook voor dat het werk werd gereorganiseerd, werknemers in fabrieken werden samengebracht en de controle verschoof over hoe het werk werd georganiseerd en uitgevoerd. ‘Technologie maakte bedrijven niet alleen efficiënter en productiever’, zegt Muskan. ‘Het veranderde ook de besluitvorming: wie de beslissingen neemt, wat hen motiveert en wiens belangen worden gediend.’
Volgens Muskan roept de huidige opkomst van AI en andere digitale technologieën, die vaak worden beschreven als onderdeel van de Vierde Industriële Revolutie, vergelijkbare vragen op binnen het bedrijfsleven. ‘Deze technologieën introduceren niet alleen nieuwe hulpmiddelen,’ legt ze uit. ‘Ze kunnen ook de machtsverhoudingen binnen organisaties en samenlevingen in het algemeen hervormen.’
Decentralisatie
Het onderzoek van Muskan omvat een analyse van decentralisatie over een periode van ongeveer dertig jaar. Bij decentralisatie gaat het erom hoe onafhankelijk en autonoom een werknemer of team kan werken binnen een bedrijf. ‘Mensen willen onafhankelijk zijn. Ze zouden zelfs genoegen nemen met minder loon als dat meer vrijheid in hun werk zou betekenen.’ Voor bedrijven levert decentralisatie vaak aanzienlijke voordelen op. ‘Het leidt tot hogere productiviteit en meer innovatie. Dat geldt vooral voor bedrijven die opereren in een dynamische en competitieve omgeving.’
Ze analyseert gegevens van een groot aantal Duitse bedrijven, variërend in grootte, afkomstig uit verschillende sectoren en verspreid over het hele land. Haar onderzoek laat zien dat decentralisatie afneemt, wat ingaat tegen eerdere inzichten uit de organisatie-economie. ‘Decennialang werd aangenomen dat technologieën zouden leiden tot democratisering van besluitvorming binnen bedrijven,’ legt Muskan uit. ‘De komst van computerhardware en oudere softwaresystemen maakte het inderdaad mogelijk dat werknemers zelfstandiger konden werken en op veel gebieden beslissingen konden nemen. Maar sinds 2010 vindt er een verschuiving plaats. Dat komt door nieuwe softwaretechnologieën, zoals AI, robotica en cloud computing. Daardoor is het makkelijker geworden om werknemers te monitoren en sturen bedrijven steeds vaker aan op minder decentralisatie.’
Carrièremogelijkheden
In een andere studie onderzoekt ze wat de impact van nieuwe technologieën is op individuele carrièremogelijkheden. Daarbij richt ze zich op het middenmanagement. ‘De voorspelling was dat deze managementfuncties zouden verdwijnen, maar het is nauwkeuriger om te zeggen dat ze worden hervormd. Binnen deze functies verschuift de nadruk steeds meer naar coaching en leiderschap. AI neemt vaker taakcoördinatie en informatieverwerking over.’
Haar bevindingen laten zien dat bedrijven die informatie- en communicatietechnologieën invoeren vaker te maken krijgen met verloop onder middenmanagers. Deze technologieën zorgen echter niet in dezelfde mate voor promotiekansen: het geschatte effect op verloop is ongeveer tien keer groter dan het geschatte effect op promotie. Opvallend is ook dat oudere middenmanagers niet meer risico lijken te lopen hun positie te verliezen en dat hogeropgeleiden juist veel kansen hebben binnen deze functies, met nog steeds mogelijkheden om door te groeien. Voor vrouwen is het makkelijker geworden om functies in het middenmanagement te bereiken, maar verder doorgroeien binnen de hiërarchie blijft lastig. ‘We zien dat er geen sprake is van een “sticky floor”, maar het glazen plafond bestaat nog steeds.’ Dit toont aan dat technologie hiërarchieën binnen organisaties niet simpelweg afvlakt. ‘Ze kan die juist vernieuwen op minder zichtbare, maar niet minder ingrijpende manieren.’
Als je streeft naar meer gelijkheid in het bedrijfsleven, moet je begrijpen hoe technologieën werken.
Niet neutraal
De belangrijkste boodschap uit haar twee studies is dat technologie niet neutraal is. ‘Nog vaak wordt gedacht dat technologische hulpmiddelen objectief zijn en dat gebruik ervan automatisch leidt tot meer democratie en inclusiviteit binnen bedrijven, maar de werkelijkheid is veel complexer’, zegt Muskan. ‘In veel gevallen versterken ze vooral bestaande machtsstructuren binnen organisaties.’
Als je streeft naar meer gelijkheid in het bedrijfsleven, moet je begrijpen hoe technologieën werken. ‘Kennis en technologie gaan hand in hand. Wie de kennis beheerst, heeft de macht en bepaalt de toekomst.’ Muskan noemt vooringenomenheid als voorbeeld. ‘Als degene die de technologie inzet bepaalde vooroordelen heeft, of als de trainingsdata van AI bevooroordeeld zijn, kan dat leiden tot bevooroordeelde uitkomsten.’
Zelf de regie nemen
Volgens Muskan is democratische besluitvorming in dit technologische tijdperk nog steeds mogelijk, maar daarvoor is regulering vanuit de Europese Unie nodig. Daarnaast moeten individuele werknemers zich bewust en kritisch opstellen tegenover AI en andere technologieën. Dat benadrukt ze nadrukkelijk: ook jij hebt hierin een stem. ‘Deze grote ontwikkelingen zijn niet zo somber als soms wordt beweerd, maar bewustwording is noodzakelijk. Als je jezelf informeert en erover leert, kun je er meer invloed op uitoefenen. Zo kun je ervoor zorgen dat AI mét je werkt, in plaats van tégen je.’
Zelf onderzoekt ze AI ook, bijvoorbeeld in relatie tot de vakken die ze geeft. ‘Anders zou ik studenten niet goed kunnen beoordelen, omdat ik dan niet weet wat ze zelf hebben geschreven en wat niet. Ook zou ik geen duidelijk beeld hebben van welke vaardigheden ze echt moeten beheersen.’
Muskan kijkt optimistisch naar de toekomst. ‘AI kan niet alles. Taken zullen veranderen, maar daar komt ook iets nieuws voor in de plaats. We zullen meer betekenis gaan geven aan sociale vaardigheden. In ieder geval blijven kritisch denken en empathie onze basis. Dat zal niet weggaan bij de mens, dat zal altijd nodig zijn.’
Tekst: Willem Claassen