Tradities en verklaringsmodellen
Maar waarom is het verleden van deze tradities verzonnen? Volgens Chardonnens begint veel van onze veronderstelde ‘oude’ kerstcultuur bij de behoefte om grote natuurlijke gebeurtenissen te verklaren. ‘Kersttradities zijn nauw verweven met natuurlijke cycli,’ vertelt hij. De zonnewende en equinox markeren astronomisch gezien overgangen tussen de seizoenen, zoals het begin van de winter. Het ligt dan voor de hand om kerst te verbinden met dit moment, zodat kerst een verklaring heeft die in de hemelen wordt aangeduid. Daarbij hielden Kelten, Germanen, Romeinen en Christenen feesten rond deze periode. Wat deze feesten precies inhielden, weten we niet, maar antropologen en geschiedkundigen hebben door de jaren heen steeds meer van dit soort verhalen gebruikt om te verklaren waarom we kerst op 25 december vieren. Hierdoor werd het narratief steeds groter.’
Chardonnens legt uit dat ons leven vol liminale momenten zit: sleutelmomenten waarin we overgaan van de ene fase naar de andere, bijvoorbeeld seizoenswisselingen, maar ook de geboorte en de dood. ‘We hebben een natuurlijke behoefte om betekenis te geven aan deze momenten. Zo ontstaan tradities,’ verklaart hij. ‘Toch komen tradities niet alleen vanuit deze natuurlijke behoefte. In de negentiende eeuw waren mensen druk bezig met nation building. Staten moesten hun eigen unieke identiteit hebben, dus bedachten academici verhalen over oude tradities, die licht worpen op een eigen identiteit. Deze verzonnen tradities werden vervolgens als verklaringsmodellen ingezet. Historisch gezien is het wel zo dat Christelijke en heidense feesten bij de kerstening zijn samengevoegd, omdat dit een strategisch voordeel opleverde voor de bekering in de vroege middeleeuwen, maar de ‘oude’ wortels van onze kersttradities zijn van veel recenter datum.
Sneeuwbaleffect
‘Vooral in de negentiende eeuw zijn veel tradities bedacht en vervolgens teruggeprojecteerd naar oude of heidense gebruiken,’ vertelt Chardonnens. ‘De kerstboom is een klassiek voorbeeld. Een boom ín je huis zetten is eigenlijk vreemd gedrag dat legitimatie nodig heeft. Omdat er geen redelijke of bijbelse basis voor bestaat, werd de traditie toegeschreven aan Germaanse of Keltische voorouders, die werden geacht in een diepere verbinding te staan met de natuur dan wij. Zo kreeg een relatief nieuwe gewoonte ineens een eerbiedwaardig en logisch verleden. Zelfs de kerstbal blijkt geen kapitalistisch onding, maar wordt soms gezien als een relict van de verboden vrucht aan de levensboom in de paradijstuin. Alsof onze collectieve culturele herinneringen werkelijk tot het begin der tijden teruggaan.’
Doordat allerlei verklaringen en verhalen zijn samengevoegd, zijn kersttradities een soort sneeuwbal die blijft rollen en steeds meer samenvoegt, tot en met een arrenslee, rendieren, en een vage postbusfirma op de noordpool. Die neiging om verbanden te blijven leggen, noemt Chardonnens het lumping-effect. ‘In de wetenschap heb je twee soorten onderzoekers: lumpers en splitters. Lumpers gooien alles op één hoop, splitters halen alles uit elkaar. Bij het zoeken naar verklaringsmodellen voor kersttradities is het verleidelijk om te gaan lumpen,’ legt hij uit. ‘Dan neem je elke aanwijzing serieus, hoe dubieus ook, en breidt het verhaal zich steeds verder uit.’
Of het problematisch is dat veel kersttradities minder oud blijken dan gedacht, betwijfelt Chardonnens. ‘Het mooie is dat het ons aan het denken zet over de sleutelmomenten in ons leven,’ zegt hij. ‘Door het uitvoeren en delen van tradities voel je een soort continuïteit. Met kerst ben je daardoor verbonden met het verleden, met het heden en met de toekomst. Tradities geven verbondenheid: met elkaar en met de tijd.’