Hoe meer appjes ze kreeg van collega’s in het veld, hoe meer het de afgelopen weken al begon te kriebelen. Maar sinds 5 juli is het voor Astrid van Oyen, hoogleraar archeologie, ook eindelijk zover. Na een jaar binnen werken op de campus, reist ze naar Toscane om de laatste hand te leggen aan een opgravingsproject waar ze, inclusief jaren voorbereiding sinds 2012, mee bezig is geweest.
Zomers lang veranderden het graslandschap en de olijfgaarden rondom Cinigiano voor enkele weken in een archeologische vindplaats waar Van Oyen, haar collega’s van over de hele wereld en studenten dag in dag uit de overblijfselen van een Romeinse nederzetting verzamelden. ‘Dat waren altijd lange dagen. Doordat de academische kalender, zeker die in Nederland, het enkel toelaat om in de zomermaanden opgravingen te doen, is het er super warm. Meestal begonnen we al om 6 uur, werkten dan door tot rond het middaguur en gingen dan in de namiddag nog even verder.’
Van munten, spelden en gespen tot botten en stukken keramiek: de archeologen groeven van alles op. ‘Maar de meest spannende ontdekking was een smidse. Doordat die is afgebrand, zijn alle werktuigen goed geconserveerd gebleven onder het as. Zo troffen we er verschillende hamers, een uitzonderlijk grote tang én een deel van een ploeg, vermoedelijk een van de laatste projecten van de smid voordat zijn smidse vlam vatte.’