Deze zomer gaat Mirjam van der Sprong verder met haar onderzoek naar hoe leerkrachten in het basisonderwijs omgaan met verschillen tussen leerlingen. Tussen het schrijven van artikelen door trekt ze ook haar imkerpak aan, werkt ze aan een vakantiehuisje achter de duinen en brengt ze zoveel mogelijk tijd door op Goeree-Overflakkee.
Elke leerling is anders
Van der Sprong is leraaropleider aan de PABO van de Haagse Hogeschool en promoveert binnen het Behavioural Science Institute aan de Radboud Universiteit. Haar onderzoek komt rechtstreeks voort uit vragen die ze zichzelf stelde toen ze voor de klas stond, namelijk: hoe weet een leerkracht wat een kind nodig heeft? En misschien nog wel belangrijker: hoe leer je toekomstige leerkrachten om daar goede keuzes in te maken? ‘Ik ben vooral nieuwsgierig naar hoe ik onze toekomstige leerkrachten beter kan begeleiden. Zodat zij uiteindelijk ook beter onderwijs kunnen geven aan kinderen’, zegt Van der Sprong. Die nieuwsgierigheid bracht haar tot onderzoek naar differentiatie: het bewust afstemmen van het onderwijs op de verschillen tussen leerlingen. Dat klinkt misschien vaag, maar in de praktijk gaat het om de honderden kleine dingen waar leerkrachten dagelijks over moeten nadenken. Wie werkt er beter zelfstandig? Wie leert juist goed in groepsverband? Wie heeft extra uitleg nodig? Welke opdracht past bij welk kind?
Weinig tijd om leerlingen te betrekken
Van der Sprong merkt op dat leerkrachten vooral vertrouwen op wat ze in de klas observeren, op het werk van leerlingen en op informatie uit toetsen en lesmethodes. Het valt haar op dat de leerlingen zelf bijna nooit als informatiebron worden gebruikt. ‘Leraren geven aan dat ze leerlingen graag meer willen betrekken, maar dat gebeurt in de praktijk nog niet zo vaak,’ zegt Van der Sprong. Dat heeft soms te maken met tijdgebrek, maar ook met het idee dat zoiets veel tijd kost of ingewikkeld is. Volgens haar valt daar juist veel winst mee te behalen. Leerlingen weten immers vaak zelf heel goed wat ze lastig vinden, waar ze tegenaan lopen of hoe ze het liefst leren.
Leerlingen meer stem geven
Daarom ontwikkelt Van der Sprong een manier waarmee leraren leerlingen actiever kunnen betrekken bij beslissingen over hun eigen leerproces. Soms begint het al met een simpele vraag of een snelle check of het goed met ze gaat, maar het kan ook uitgroeien tot meedenken over leerdoelen of zelf kiezen hoe zij laten zien wat ze geleerd hebben. Tien leraren gingen zes weken lang met de aanpak aan de slag. Zij experimenteerden met verschillende vormen van participatie en reflecteerden op hun ervaringen. Die resultaten werkt Van der Sprong tijdens haar vakantie uit.
Data met uitzicht op de duinen
‘Maar mijn zomer bestaat zeker niet volledig uit data uitwerken en het schrijven van artikelen,’ zegt Van der Sprong. Vorig jaar kocht ze met haar gezin een klein vakantiehuisje op Goeree-Overflakkee. ‘Het huisje lag er destijds nog behoorlijk basic bij’, vertelt ze lachend. Inmiddels is er geïsoleerd, ligt er een echte vloer en kan het ook buiten het zomerseizoen worden gebruikt. Daar brengt ze deze zomer veel tijd door. Fietsen door de natuur, surfen, klussen aan het huisje en af en toe rustig verder werken aan een artikel.
Een eigen bijenvolk
Toch is er nog een andere bezigheid die waarschijnlijk nog meer aandacht gaat vragen: bijen. Van der Sprong volgde het afgelopen jaar een imkercursus en krijgt deze zomer haar eigen bijenvolk. ‘De rust, maar vooral ook de verwondering spreekt me enorm aan in het imkerschap’, zegt Van der Sprong.
‘Het is bijzonder hoe alles binnen zo'n bijenvolk op elkaar is afgestemd,’ vertelt ze. ‘Je moet rustig kijken en rustig werken. Als jij rustig bent, zijn de bijen dat meestal ook’. Die fascinatie voor onderlinge samenhang herkent ze ook in haar onderzoek. Zowel in een klaslokaal als in een bijenkorf draait het om relaties, interacties en het begrijpen van het grotere geheel.
Eerst plezier, dan productiviteit
Voor de zomermaanden staat dus genoeg op het programma: een wetenschappelijk artikel schrijven, onderzoeksdata uitwerken, een vakantiehuisje verder opknappen en leren voor een eigen bijenvolk te zorgen. Haar advies aan andere zomer-onderzoekers is dan ook verrassend eenvoudig. ‘Pak vooral op waar je zin in hebt. Als je hoofd er niet naar staat, word je er niet blij van en kun je beter even iets anders gaan doen.’
Een advies dat waarschijnlijk net zo goed werkt voor wetenschappers als voor vakantievierders