Sophie van Bijsterveld
Sophie van Bijsterveld

Democratie op de tocht? Terug naar haar bronnen

Dat onze westerse democratie in beweging is, hoeft geen betoog, de kranten staan er iedere dag vol van. Is de autocratie een bedreiging van de democratie, of juist een democratische vertolking van de wil van de kiezer? Wordt de democratie overvraagd of juist onderbenut? Hoogleraar rechtsgeleerdheid Sophie van Bijsterveld zoekt antwoorden bij Alexis de Tocqueville, en bij twee achttiende-eeuwse voorgangers die zich intensief over staatsvormingskwesties hebben gebogen.

Tekst: Leon Stapper

Sophie van Bijsterveld

Als er iemand kan lezen en schrijven met Alexis de Tocqueville, is het Sophie van Bijsterveld, hoogleraar Religie, Recht en Samenleving aan de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen. Haar meest recente (co-)publicatie is Culture, Secularization, and Democracy. Lessons from Alexis de Tocqueville (2024). Zijn beroemde werk dat in de leeszaal op tafel komt - De la démocratie en Amérique - heeft ze voor haar boek al talloze malen geraadpleegd, maar ze blijft bij het weerzien ervan onverminderd enthousiast. In de wetenschappelijk veelvraat De Tocqueville – politicoloog, socioloog en filosoof – herkent ze de opvallend actuele gedrevenheid om de maatschappij te analyseren en vorm te geven, een thema dat zovele denkers ook nu weer naar de pen doet grijpen. Wordt de democratie bedreigd, nog wel van binnenuit? 

De la démocratie en Amérique van  Alexis de Tocqueville

De bakermat van de democratie

Wie zoekt naar een begin van herstel doet er goed aan te doordenken wat democratie überhaupt behelst. Daarom grijpt Van Bijsterveld graag terug op Tocqueville, de Franse politiek denker van aristocratische komaf die ruim anderhalve eeuw geleden naar Amerika afreisde om die dan nog jonge democratie te bestuderen. ‘Hij wilde die democratie gewoon zelf bestuderen, aan den lijve de democratische samenleving ervaren en met mensen erover praten. Hij is daar van mei 1831 tot maart 1832 geweest, met een goede vriend van hem die daar al evenzeer in geïnteresseerd was.’ 

Het resultaat ligt voor ons, de vuistdikke studie De la démocratie en Amérique, oorspronkelijk in twee delen uitgegeven in 1835 en 1840. Later publiceerde hij een al even heldere studie over de periode voorafgaand aan de Franse Revolutie: L’ Ancient Régime et la Révolution (1856), over de maatschappelijke en bestuurlijke onderstromen ervan. We staan met deze boeken oog in oog met de bakermat van onze moderne democratie, stelt Van Bijsterveld vast. ‘In Nederland hebben wij het algemeen mannen- en vrouwenkiesrecht niet veel langer dan een eeuw. Er zijn sindsdien ingrijpende veranderingen geweest. Discussies over democratie en veranderingen in het functioneren van de democratie zijn er voortdurend, maar je kunt zeker zeggen dat de moderne democratie zijn oorsprong heeft in de tijd na de Franse Revolutie, pril ontluikend op het Europese vasteland. Het jonge Amerika was al iets eerder met de moderne one man one vote-democratie.’ 

Gelijkheid en broederschap 


Ondanks zijn aristocratische afkomst zag Alexis de Tocqueville de democratie als iets onvermijdelijks. Vanuit dit startpunt ging hij het fenomeen te lijf: wat zijn de goede en kwade kanten ervan? Hoe de democratie in goede banen te leiden? ‘Je ziet dat in zijn boek over Amerika: hij zag in zijn tijd en de eeuwen ervoor een onstuitbare beweging richting meer maatschappelijke gelijkheid die onvermijdelijk moest leiden tot democratie. Voor hem is dit niet zozeer een stelsel van regels over kiesrecht of de inrichting van instituties, maar vooral een manier van samenleven.’ 
Van Bijsterveld ervaart een sterke verwantschap met dit denken, ook in haar rol als voormalig CDA-lid voor de Eerste Kamer: ‘Cruciaal voor een goede democratie is participatie, het deelnemen aan de publieke besluitvorming. En om tot die situatie te komen, heb je maatschappelijk gelijkheid nodig. Maar Tocqueville zag tegelijkertijd ook dat die gelijkheid een grote bedreiging kon zijn voor de democratie.’

‘In de standenmaatschappij voor de Franse Revolutie kende iedereen zijn plaats’, legt Van BIjsterveld uit. ‘De verantwoordelijkheden en taken waren verdeeld in een onwrikbaar vaststaand sociaal stelsel. In een democratie moet iedereen zelf zorgen dat hij zijn hoofd boven water houdt. Tocqueville zag goed in dat dit ertoe leidt dat mensen geen tijd hebben om zich met de publieke zaak te bemoeien en maar al te blij zijn dat de overheid in dat gat springt.’ De overheid wordt de grote hoeder van de samenleving en centralisatie en uniformering worden steeds sterker. Met de beste bedoelingen raken burgers vervolgens verstrikt in steeds fijnmaziger regelgeving. Democratie wordt dan vooral de gang naar de stembus. ‘Dat staat ver af van de democratieopvatting van Tocqueville.’

Van Bijsterveld wijst op nog een andere observatie van Tocqueville: naarmate de samenleving meer gelijk wordt, worden alle kleinste restjes ongelijkheid ook steeds moeilijker te verdragen. ‘Dit zie je denk ik nu weer terug in onze samenleving. Wij leven in een van de meest welvarende landen ter wereld, met een zeer hoge mate van gelijkheid. Maar als je de krant opslaat en je zou checken op het woord tweedeling, zou je denken dat we in een vreselijke samenleving leven, waarin ongelijkheid hoogtij viert. Dat leidt weer tot meer regelgeving, in een poging nog meer gelijkheid te bevorderen.’

Rechten van de Mensch of de aanval van den heer Burke door Thomas Paine

Twee visies

Ook de reus Tocqueville staat op de schouders van anderen. Om te weten op wie, ben je aan het goede adres in de Nijmeegse bibliotheek, die immers beschikt over een bijzondere collectie teksten over en rondom de Franse Revolutie, de Bibliotheek Stuyt. Van Bijsterveld selecteert uit de voorgangers de werken van twee Engelse denkers: Edmund Burke en Thomas Paine, door Van Bijsterveld geprezen als ‘buitengewoon interessante, autonome en heldere denkers over politiek en maatschappij’. 

Uit de Bibliotheek Stuyt kiezen we van elk een publicatie die rechtstreeks verband houdt met de buitenlandse reactie op de Franse Revolutie: een Franse vertaling van Edmund Burkes Reflections on the Revolution in France uit 1790 en een Nederlandse (!) vertaling van Thomas Paines The Rights of Man uit 1793. Burke nam in zijn Reflections fel stelling tegen de revolutionaire beweging. Thomas Paine begon zijn niet minder felle antwoord vrijwel onmiddellijk, ontsteld door de harde veroordeling door Burke, die zich eerder een voorstander had getoond van de Amerikaanse Revolutie.

Van Bijsterveld typeert met twee citaten de positie van de twee Engelse denkers over de Franse Revolutie. ‘Paine schreef: “We have it in our power to begin the world over again.” En Burke: “Rage and frenzy will pull down more in half an hour than prudence, deliberation and foresight can build up in a hundred years.” ‘Hiermee toont Paine zich echt een sociaal contractdenker, denkend vanuit algemene, abstracte ideeën. En de rede neemt daarbij een belangrijke plaats in.’ 

Burke verdiept het idee van bestuurlijke vorming: ze is immers meer dan ‘rede’, analyseert Van Bijsterveld. ‘Er is ook nog de redelijkheid, binnen een traditie die wordt gevormd door de manier waarop mensen in het dagelijks leven met elkaar omgaan. Burke dacht vanuit de samenleving. Zijn denken is niet revolutionair, maar evolutionair. Daar zit wijsheid in. Burke wordt vaak afgeschilderd als puur conservatief, terwijl hij wel degelijk vooruitstrevende standpunten kon innemen.’ 

Boek van Edmund Burke

De veranderingen in de democratie laveren tussen Paine en Burke. Die eerstgenoemde komt volgens Van Bijsterveld sterk naar voren in onze politiek-staatkundige constellatie. ‘Voor Nederland kun je wel zeggen dat we allemaal Paineanen zijn geworden. Dat geldt ook alle politieke partijen, misschien met uitzondering van de SGP en een deel van de achterban van CDA en VVD. Die zitten meer in een Burkeaanse traditie, vanuit de samenleving dus.’ 
Het denkwerk van Paine zien we in Nederland tamelijk radicaal terug in wat Van Bijsterveld ‘het presentisme’ in de politiek noemt: een politiek van het hier en nu. ‘De democratie is gericht op wilsvorming en het omzetten van die wil in wetgeving. Wij maken de wereld en wij kunnen de wereld vandaag veranderen.’ Het moralisme van Paine klinkt volgens haar ook door in de beschouwing van politiek vanuit universele principes, wat gepaard gaat met een sterke instrumentalisering van het recht: ‘Het recht is er volgens deze richting om de samenleving te sturen en doelen te bereiken. En niet of veel minder om maatschappelijke verhoudingen gewoon in goede banen te leiden.’


Waar staat Tocqueville, als hij zo’n halve eeuw na dit tweetal zíjn visie op de democratie ontplooit? Hij plukt van beiden, zegt Van Bijsterveld: hij erkent de Paineaanse werkelijkheid, maar vindt bij Burke elementen om de democratie in goede banen te leiden. De hoogleraar noemt hem een post-Paineaan. ‘Tocqueville zag democratie als de staatkundige vertaling van de ontwikkeling naar maatschappelijke gelijkheid. Hij zag echter ook dat met de komst van de democratie op zich die ontwikkeling niet ophield. En daar neemt Tocqueville thema's op van Burke, die hij toepast op de nieuwe situatie.’ Bij Burke zouden de handen wel op elkaar gaan voor de doordenking van de Franse meester. ‘De democratie die Tocqueville voor ogen stond, was het stimuleren van lokale democratie, participatie op lokaal vlak, je eigen leefwereld vormgeven. Terwijl mensen die zoals Paine denken in algemene, abstracte, universele waarheden, in gelijkheid en gelijke kansen, inzien dat die het beste en het makkelijkste nationaal en nu zelfs bovennationaal tot hun recht kunnen komen.’ 

Stel dat Tocqueville nu aan tafel zou schuiven om de actuele situatie te bespreken. Wat zou zijn inbreng zijn? Genoeg te bespreken, zegt Van Bijsterveld, want ook en juist in Nederland is het denken over democratie volop in beweging. Lange tijd deze eeuw heeft hier de verzuiling de rechtstreekse democratie wat geremd, stelt ze vast. ‘Maar nu, in de naweeën van de ontzuiling, komt het vraagstuk van wat ware democratie is weer in alle hevigheid naar voren.’  

M. Stuyt

Bibliotheek Stuyt

In de Universiteitsbibliotheek Nijmegen berust sinds 1959 een belangrijke schenking, aangeduid als de Bibliotheek Stuyt. Het is een rijke verzameling boeken, prenten en voorwerpen met betrekking tot de Franse geschiedenis, in het bijzonder gericht op de Franse Revolutie en het Napoleontische tijdvak. De man die ze verzamelde was de Arnhemse chirurg J.C.L.M. (Jan) Stuyt (1891-1956). De collectie omvat 4000 boeken, 5000 pamfletten, 50 periodieken en 300 brieven en documenten, voor het overgrote deel uit de tijd zelf en daarom alleen al zeer waardevol. 

Literatuurverwijzing

Alexis de Tocqueville, De la démocratie en Amérique, Paris, 1874 (NE 64 c 69)

Edmund Burke, Réflexions sur la Révolution de France, Paris: Laurent, 1790 (B.S. 1315)

Thomas Paine, Rechten van den Mensch, Amsterdam: Brongers, 1793 (B.S. 1292)

Contactinformatie

Organisatieonderdeel
Radboud Erfgoed