Hoogleraar Ecologie Hans de Kroon
Hoogleraar Ecologie Hans de Kroon

Diesrede 2026: Het eigenaarschap van een verbonden universiteit

De Radboud Universiteit vierde op donderdag 21 mei haar 103e verjaardag. Dit gebeurde met de Dies Natalis, van 15.00 tot 16.15 uur in de Aula. Het programma stond in het teken van het thema ‘verbindend’: over de samenhang tussen wetenschap, regio en een leefbare toekomst, en de rol die ieder daarin kan spelen. Hans de Kroon, hoogleraar Plantenecologie, sprak de Diesrede van 2026 uit.

Het eigenaarschap van een verbonden universiteit

Lezing door Hans de Kroon, hoogleraar Plantenecologie aan de Radboud Universiteit. Uitgesproken op donderdag 21 mei 2026 te Nijmegen.

Ik weet niet hoe dat bij u gaat, maar als ikzelf jarig ben, dan is er altijd wel een moment dat ik even terugkijk naar wat er is gebeurd, en ook wat er staat aan te komen. De diesviering vandaag, de verjaardag van de universiteit, is daar ook een goede gelegenheid voor. Als ik de geschiedenis van onze universiteit bekijk, zijn er voortdurend momenten geweest van reflectie en bijstelling. Doen we er nog toe, zijn we nog relevant? Zo zijn we van Katholieke Universiteit ooit Radboud Universiteit geworden. Waar staan we in het huidige tijdgewricht? Ik neem u graag mee in mijn reflectie aan de hand van het mooie nieuwe jaarthema ‘verbindend’, en zal dat inleiden vanuit mijn persoonlijke onderzoekservaring hier aan de Radboud Universiteit.

Van vogels naar insectenachteruitgang

Een spannend onderdeel van wetenschap bedrijven vind ik het formuleren van hypothesen. Wat is de algemene geldigheid van het ontwikkelde wetenschappelijk concept, wat zijn de gevolgtrekkingen? Het spannendst is dan de hypothese te toetsen door experimenten of nieuwe waarnemingen. Klopt ons wereldbeeld wel? Maar dan moeten de hypothesen wel te toetsen zijn.  

In een samenwerking met SOVON Vogelonderzoek, hier op campus, hebben we langjarige data over vogelpopulaties geanalyseerd. Deze lieten een negatief verband zien tussen de vitaliteit van zangvogels en een landbouwgif. Een neonicotinoïde, een berucht insecticide. Onze hypothese was dat de vogels niet direct vergiftigd werden, maar dat ze te weinig voedsel hadden, te weinig insecten. Maar ja, dat leek bij een hypothese te blijven, want langjarige gegevens over de bulk van de insecten leken niet te bestaan. Tot een groep Duitse entomologen ineens in de deuropening stond.

De Entomologische Vereniging Krefeld, een vereniging van vooral amateur-insectenkundigen, had een grote dataset over insectenontwikkeling in Duitsland. Ze maakten zich grote zorgen en vroegen of wij die data eens goed konden analyseren en publiceren. Al snel zagen we dat de data met ‘gründliche’ precisie verzameld waren, zeer goed gestandaardiseerd en gedocumenteerd. Kortom, een wetenschapwaardige dataset. Onze analyse liet zien dat vliegende insecten in beschermde gebieden met driekwart waren afgenomen over een periode van minder dan 30 jaar. Dramatische afname van insecten, kopte de NRC op de voorpagina.

Het getal ging vervolgens in vliegende vaart de wereld over, leidend tot bijv. doorwrochte beschouwingen zoals in New York Times Magazine. Helemaal ongegrond is zo’n 'Insect Apocalypse' niet als je weet welke cruciale rol insecten spelen in ecosystemen. Bovendien zijn larven van insecten niet weg te denken in gezonde bodems en wateren. 

Cover New York Times Magazine - The Insect Apocalypse is here
Cover The New York Times Magazine

Van insectenachteruitgang naar Living Lab 

Niet lang nadat de golf van publiciteit was gaan liggen en we weer gewoon aan het werk gingen ben ik op een ochtend slecht wakker geworden. Ik denk dat toen pas het besef was ingedaald dat mijn onderzoeksobject stilaan aan het verdwijnen was. En dat het niet anders kon, dan dat ik daar iets aan ging doen – van analyse van de achteruitgang naar werken aan een oplossing. Tegelijk realiseerde ik me: dit kan ik niet alleen, de ecologie – mijn vakgebied – kan dit niet op zichzelf oplossen. 

Ik ben binnen de Radboud Universiteit aan de slag gegaan met een groep collega’s rond het interfacultaire thema ‘Healthy Landscape’, met dank aan het College voor financiële steun en hulp. Ondertussen kregen we een interessante reactie op onze insectenstudie van heel dichtbij: de Ooijpolder. Met ‘Jullie zeggen dat het zo slecht gaat, maar wij denken dat het bij ons best goed gaat’, werden we uitgenodigd om een kijkje te komen nemen. In de Ooijpolder hebben vereende krachten van boeren, natuurorganisaties, gemeenten en provincie het landschap hersteld, door de aanleg van houtwallen, bloemstroken en poeltjes. In een samenwerking met collega’s van onder andere het Institute for Science and Society (ISIS) en de Faculteit Managementwetenschappen hebben we een NWA Living Lab project gefinancierd gekregen om het succes van de Ooijpolder te analyseren, en de lessen voor de toekomst eruit te destilleren. 

Artist impression Healthy Landscape (Stefan Dormans)
Artist impression Healthy Landscape (Stefan Dormans)

Tussen wetenschap en praktijk: de gezonde bodem 

Alle promovendi in het Living Lab project hebben nauw met mensen in Ooijpolder en Groesbeek samengewerkt. Laat ik ter illustratie één onderwerp eruit lichten: de bodem. Een rijk bodemleven draagt bij aan de landbouwproductie en aan de biodiversiteit. Mijn promovenda Rosa Boone werkte samen met melkveehouder Jacco van Haaren die elkaar al snel vonden in hun passie en fascinatie voor de bodem. Ik ken Jacco als een recht-door-zee agrariër die weet wat hij wil: dat zijn weilanden en akkers in een kringloop beter verbonden worden, doen wat werkt, los van conventies. Hij noemt dat ‘logisch boeren’. Waar we vanuit wetenschap en overheid in grote programma’s concepten als biologische, regeneratieve, of kringlooplandbouw ontwikkelen is dit een heerlijk nuchter perspectief. 

Jacco van Haaren & Rosa Boone (Landschap van Iedereen. Vijf jaar Living Lab Ooijpolder Groesbeek)
Jacco van Haaren & Rosa Boone (Landschap van Iedereen. Vijf jaar Living Lab Ooijpolder Groesbeek)

De vragen van Jacco en anderen leverden nieuwe uitdagingen op. Het heeft bij Rosa de wetenschap op volle toeren laten draaien. Ze heeft zich gestort op de geur van de bodem, die boeren van oudsher gebruiken om een indruk van de bodemgesteldheid te krijgen. Dat betekende pionieren met bodemgassen als proxy voor bodemgezondheid in een nieuwe samenwerking met Analytische Chemie in ons gebouw, en met steun van OnePlanet Research Center en sensorbouwer IMEC. Het heeft een eerste publicatie opgeleverd in een wetenschappelijk toptijdschrift in de bodembiologie. In de synthese van haar proefschrift over de ontwikkeling van gezonde bodems heeft Rosa nadrukkelijk betrokken hoe boeren nieuwe praktijken kunnen adopteren. 

Verbonden wetenschap 

Ik zie dit onderzoek als een uitgelezen voorbeeld van verbonden wetenschap. Rosa’s werk betreft een complex netwerk van wortels, bacteriën en schimmels in de bodem, beïnvloed door een complex netwerk van actoren bovengronds. De uitdagingen voor landbouw en natuur zijn typisch een voorbeeld van een duurzaamheidsvraagstuk. Het vraagt om een netwerk van verbindingen tussen expertises en verbondenheid met de praktijk. Ik ben daarom blij met het jaarthema waarmee de Radboud Universiteit zich als ‘verbindend’ wil gaan profileren.  

Nu is het zo: relaties aangaan en onderhouden vraagt inspanning, dat weten we allemaal. Verbinden is een werkwoord; verbinden vraagt tijd en energie, waar je eerst zelf mee aan de slag moet. De vraag is nu: wat betekent dit voor een verbindende universiteit? Wat is de rol van ons wetenschappers bij het tot stand brengen van de verbindingen? Hoe kan de universiteit het onderzoek naar complexe interdisciplinaire vraagstukken faciliteren en omarmen?

artist impression van de campus van de Radboud Universiteit
Connected university

Mijn stelling voor vandaag is: zoals het er nu voorstaat, is het academisch systeem daar onvoldoende toe uitgerust. Wat ontbreekt eraan?  

Wie maken de verbindingen? 

Nadat ik slecht wakker was geworden, kon ik, gezien het stadium van mijn carrière, het me permitteren de samenwerking binnen de universiteit te inventariseren en het netwerk met boeren, waterschappen en andere maatschappelijke partners op te zetten. Het kostte veel tijd, maar leverde ook veel op. Al was de samenwerking nog pril, door de Healthy Landscape verkenning konden we ons presenteren als een geloofwaardig interdisciplinair consortium. Terugkijkend denk ik dat dat, samen met de aansprekende casus van landschapsherstel in de Ooijpolder, bepalend is geweest voor de honorering van ons NWA-onderzoeksvoorstel.   

Ik zie verschillende jongere collega’s op eenzelfde manier verbindingen leggen en onderhouden. Voor hen is het heel wat minder eenvoudig er de tijd in te stoppen. De mores van de universitaire beoordeling draait om uren te besteden aan onderwijs geven, beurzen binnenhalen en publicaties schrijven. Voor de afdeling, binnen de faculteit. Maar als we een netwerk van maatschappelijke partners willen opbouwen als basis voor nieuw transdisciplinair onderzoek, dienen onderzoekers en docenten de erkenning en waardering te krijgen voor hun inspanningen hiertoe. In het jaargesprek, en in uren. 

Hoe maken we de verbindingen?  

Het Living Lab project heeft me laten zien hoe lastig het is om de disciplines inhoudelijk te verbinden, gezien de verschillende denkkaders en methodieken. Binnen een project is er weinig tijd voor, er moet simpelweg te veel werk verzet worden. Een verbindende universiteit met interdisciplinariteit als corebusiness, zou hiervoor een goede voedingsbodem moeten leggen en het structureel ondersteunen. Hoe doe je dat? Als onderdeel daarvan zou ik willen pleiten voor een fysieke ontmoetingsplaats voor docenten, onderzoekers en studenten. Een ruimte met grofweg twee functies. 

Ten eerste, een uitnodigende plek waar geïnteresseerden van verschillende achtergronden het scherpe academische gesprek respectvol kunnen voeren. Een ruimte die geborgenheid geeft voor de ontwikkeling van wilde ideeën, van studenten tot aan hoogleraren. Waar onderzoekers elkaar kritisch en nieuwsgierig bevragen en gezamenlijk kennisvragen uitwerken waarvoor je elkaar echt nodig hebt. Waar voor een ingewikkeld vraagstuk als duurzaamheid het wetenschappelijk fundament wordt gelegd voor een moreel kompas, van waaruit concrete aanbevelingen voor samenwerking en beleid volgen. 

Tegelijk een centrum waarin plannen omgezet worden in beursaanvragen en nieuw interdisciplinair onderwijs, met een onmisbare rol voor onze uitstekende professionele diensten. Waar impact wordt gerealiseerd door actoren uit de regio uit te nodigen met hun vragen en praktische uitdagingen. Zodat we onderzoek aan de complexe vraagstukken effectief kunnen richten op het toenemend aantal programma’s voor transdisciplinaire samenwerking, zoals de Nationale Wetenschapsagenda (NWA).  

Dit kun je alleen samendoen. Onderzoekers zouden tijdelijk gedetacheerd kunnen worden in zo’n centrum waarmee je actief en duurzaam contact tussen disciplines stimuleert als onderdeel van het academische werk.  

Academisch eigenaarschap 

Voor een verbindende universiteit is zo’n interfacultaire ontmoetingsplaats net zo vanzelfsprekend als de bibliotheek en de collegezalen. Het realiseren hiervan zou verantwoordelijkheid laten zien op het aanpakken van complexe maatschappelijke vraagstukken. Tegelijk is het ook een ‘must’ dat de universiteit eigenaarschap neemt op de interdisciplinaire inhoud. Dat heeft met het volgende te maken. 

Ik vermoed dat ik niet de enige ben geweest in de academische gemeenschap die de afgelopen jaren een keer slecht wakker is geworden. Teruglopende studentenaantallen, hogere kosten voor salarissen en energie, en de aangekondigde bezuiniging van het vorige kabinet gaven en geven heel wat kopzorgen. Hoe terecht de zorgen ook zijn, ik zag in de reacties vanuit de academie vooral een soort geloofsovertuiging. Wetenschap is toch het fundament voor innovaties die de sleutel zijn voor toekomstige welvaart. De wetenschap moet ruim baan krijgen! Geef ons dat geld nou maar. 

In deze reacties herkende ik niet een verbindende universiteit zoals ik me die voorstel. Een universiteit die, zoals onze missie het zegt, wil ‘bijdragen aan een gezonde, vrije wereld met gelijke kansen voor iedereen', laat zijn unieke rol zien bij het aanpakken van de grote problemen in het hier en nu. Door eigenaarschap te tonen. Terwijl veel gevraagd wordt van burgers en bedrijven, kan de wetenschap zich niet uitsluitend richten op een vergezicht, of technische oplossingen leveren op deelgebieden. Als het daarbij blijft, hoeven we niet verrast te zijn over een toenemend sentiment of die hele wetenschap eigenlijk nog wel nodig is. 

Wat de Radboudmissie in de kern behelst is het omarmen van de complexiteit van vraagstukken als klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, digitalisering en sociale ongelijkheid. Zijn de integraliteit, de verwevenheid en gelaagdheid van deze vraagstukken niet bij uitstek interdisciplinaire wetenschappelijke uitdagingen van formaat? Hier kan de wetenschap laten zien dat ze nodig is in de wereld van vandaag. Juist hier aan de Radboud Universiteit kan het. Omdat we een goede balans hebben van sterke alfa, bèta en gammafaculteiten, en een academisch ziekenhuis allemaal vlak bij elkaar.

Cover Instellingsplan Radboud Universiteit 2026 - 2031: Connected for Impact
Cover Instellingsplan Radboud Universiteit 2026 - 2031: Connected for Impact

In een dergelijke verbindende universiteit hoeft niemand het meer alleen te doen. Zo heeft de samenwerking in het Living Lab Ooijpolder bruikbare inzichten opgeleverd rond natuurherstel en de landbouwtransitie. Het is slechts een begin. Gekoppeld aan wetenschappelijke concepten formuleren we nieuwe hypothesen die we willen toetsen samen met bijv. de Groene Metropoolregio en boerenorganisaties. Een nieuw wetenschappelijk speelveld ontvouwt zich in de verknoping van duurzame ontwikkeling met gedragsverandering, cultuurhistorie, wet- en regelgeving, fysieke en mentale gezondheid, en de regionale economie.   

Dit is slechts een voorbeeld dat illustreert hoe een verbindende universiteit het eigenaarschap op complexe maatschappelijke vraagstukken kan nemen, en hoe noodzakelijk het is dat juist nu te doen.  

Onze nieuwe strategie kan hierbij als instrument dienen, tenminste als we deze niet als keurslijf gaan invullen, maar als een kans, als middel om een doel te dienen. Als dat lukt wordt ‘connected for impact’ een catch-phrase met invulling waar we gezamenlijk trots op zullen zijn. Een bindende kracht binnen de campus, en met zichtbaarheid en aantrekkingskracht van de Radboud Universiteit buiten de campus. Deze universiteit, deze stad, deze regio verdienen het i. 

 

iMet dank aan: José Sanders · Heleen de Coninck · Astrid Souren · Rosa Boone · Huub Ploegmakers · Lottie Pohlmann · Dick van Aalst · Esther Veerbeek ·  Petra van Wersch · Wilco Verberk · Judith Westerink · Louise Vet. Team Living Lab Ooijpolder – Groesbeek. Team Duurzaamheid RCSC – Green Office