Een man een vrouw kijken in een boek
Een man een vrouw kijken in een boek

Dit handboek maakt geschiedenis persoonlijk en tastbaar

Wie aan een historicus denkt, ziet eerder iemand voor zich omringd door stapels boeken en archiefstukken dan een interviewer die op pad gaat om mensen te spreken. En hoewel historici mondelinge geschiedenis, of oral history, al sinds de jaren zestig benutten, is deze methode nog weinig verankerd in opleidingen. Een nieuw Nederlandstalig handboek, zowel voor beginners als experts, kan daar verandering in brengen.

Heb je je opa of oma weleens gevraagd hoe het vroeger was? Hoe ze opgroeiden?? Hoe ze woonden? Of op een serieuzer moment: hoe het was om verdriet, verlies of oorlog mee te maken? Dan ben je niet de enige. En hoewel je het dan vermoedelijk niet door had, was je bezig met het beoefenen van oral history, de onderzoeksmethode waarbij je op basis van interviewsmeer over het verleden te weten komt.

‘We leven in een tijd waarin er volop interesse voor het verleden bestaat. Geschiedenis is heel erg aanwezig in het dagelijks leven van mensen. In kranten en podcasts of live tijdens festivals: er zijn tal van settings waarin mensen elkaar bevragen over hun verleden’, vertelt Marloes Hülsken, universitair docent gendergeschiedenis aan de Radboud Universiteit. ‘Ook wetenschappers maken dankbaar gebruik van deze methode. Oral history helpt kennis over het verleden te verzamelen en dominante verhalen bij te stellen en andere verhalen en perspectieven toe te voegen.’

Oral history is volgens Hülsken een emanciperende methode: de verhalen van groepen mensen die niet in archiefbronnen te vinden zijn, kun je vaak wél via oral history boven tafel krijgen. Denk aan de geschiedenis van sociale bewegingen, zoals de lesbische beweging of de anti-apartheidsbeweging.’ ‘Het is daarnaast een hele persoonlijke en menselijke onderzoeksmethode, het verleden komt heel dichtbij en wordt tastbaar.’ Leerlingen en studenten kunnen door oral history ervaren dat geschiedenis ook over henzelf en over hun eigen familiegeschiedenis kan gaan bijvoorbeeld. Ook in de Nederlandse geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog speelt oral history een grote rol. ‘Het toenmalige Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (tegenwoordig NIOD) maakte veelvuldig gebruik van getuigenverklaringen om de verhalen uit de oorlog, zoals over het leven in de kampen, boven water te krijgen.’

Marloes Hülsken

Van beginner tot expert

Hoewel de methode al lang bestaat, is oral history nog weinig geïntegreerd in Nederlandse geschiedenisopleidingen, hooguit in bepaalde keuzevakken. En een Nederlands handboek ontbrak eveneens. Hülsken besloot samen met historica Susan Hogervorst Oral history. Handboek voor onderzoek, onderwijs en erfgoed te schrijven. ‘Het handboek is bedoeld voor iedereen die met oral history aan de slag wil gaan. Dat kan een expert zijn die al jaren aan oral history doet, maar ook iemand die net begint. Studenten, docenten, onderzoekers, journalisten, museummedewerkers,, maar net zo goed iemand die de eigen familiegeschiedenis wil uitpluizen. Wil je meer weten over de migratiegeschiedenis van je opa en oma of over het protestverleden van je tante of buurvrouw? Dan helpt dit boek je op weg.’

Het handboek beschrijft iedere stap in het proces van oral history: de voorbereiding, het gesprek zelf en de afhandeling achteraf, maar ook kwesties als archiveren, analyseren, coderen en interpreteren en hoe je een geschiedverhaal maakt op basis van interviews, steeds aangevuld met praktische tips. Die kunnen gaan over hoe je iemand opbelt, het belang van een bepaalde locatie voor het gesprek en hoe je goede vragen kan stellen. Maar ook over welke afspraken je maakt over het gebruik van iemands verhaal en over archivering van het interview, of je nu werkt aan een onderzoek, een podcast of aan een familieverhaal.’ Daarnaast gaan de auteurs in het boek in op theoretische noties die van belang zijn bij oral history en bespreken ze thema’s zoals aandacht voor subjectiviteit, herinnering, co-creatie, positionaliteit en het delen van autoriteit. 

Er komt namelijk veel kijken bij het beoefenen van oral history, weet Hülsken uit jarenlange ervaring. Ze geeft wat voorbeelden. ‘Ik heb veel interviews afgenomen op het Limburgse platteland en, gastvrij als de mensen waren, boden ze me aan om me op te halen van het station en vaak werd ik ook uitgenodigd mee te eten. De lift wel of niet accepteren, het spreken van dezelfde taal of het kennen van de streek, het  heeft allemaal gevolgen voor de band met de ander en de wijze waarop het gesprek verloopt. Hetzelfde geldt wanneer iemand iets zegt of doet waar je het absoluut niet mee eens bent. Geef je als interviewer je mening over zaken of doe je dat juist niet? De interactie tussen de interviewer en de geïnterviewde beïnvloedt altijd de loop van het gesprek en daarmee ook de historische kennis die je verwerft. Datzelfde geldt ook voor het zijn van insider of outsider als interviewer. Deel je met de geïnterviewde bepaalde ervaringen of aspecten zoals gender, leeftijd, beroep of etniciteit of juist helemaal niet, dan heeft dat invloed op hoe het gesprek verloopt. Allebei de posities hebben voor- en nadelen. Nadenken over dit soort kwesties zorgt voor een beter interview en helpt bij analyse en interpretatie.’

Keertje terugkomen

Juist het feit dat er zoveel factoren zijn die het verhaal kunnen beïnvloeden, maakt dat mensen weleens kritisch zijn over de betrouwbaarheid van oral history als methode. Hülsken ontkent niet dat verhalen subjectief zijn en dat herinneringen vervormen met de tijd. ‘Maar als je je daarvan bewust bent, net als van je eigen rol, is het juist een heel waardevolle methode. Je leert niet alleen iets over een bepaald verleden, maar óók over wat dat verleden in het heden betekent en hoe herinneringen werken, legt Hülsken uit. ‘Juist bij geschreven bronnen denken we weleens dat ze wel moeten kloppen, enkel en allen omdat ze geschreven zijn. Maar we moeten niet vergeten dat die bronnen vaak ooit ook via mondelinge overlevering tot stand zijn gekomen. Oral historians zijn meestal juist enorm (zelf)reflectief, vaak zelfs meer dan historici die andersoortige bronnen gebruiken.’

Als Hülsken een tip moet meegeven, is het om vanaf het begin zo transparant mogelijk te zijn over het proces en telkens in elke stap samen met de geïnterviewde af te stemmen. ‘Geef duidelijk aan wat jouw doel met het interview is én vraag wat de geïnterviewde wil bereiken door mee te werken aan een gesprek. En voor beginnende interviewers: wees niet te streng voor jezelf, durf te vragen en oefen. Heb je iemand gesproken en ging het voor je gevoel niet zo goed? Vraag gewoon of je nog een keertje terug mag komen.’

Marloes Hülsken en Susan Hogervorst, Oral history. Handboek voor onderzoek, onderwijs en erfgoedAmsterdam University Press, 2026.

Foto via Unsplash

Contactinformatie

Gaat over persoon
dr. M. Hülsken (Marloes)
Thema
Geschiedenis, Wetenschap